1. Wat zijn dwangmiddelen van de politie?
A. Staande houden
B. Aanhouden
C. Woning betreden
D. Beslag nemen
E. Fouilleren
( *grond,*geval, *autoriteit, *subject)
2. Wat is een verdachte? Wanneer ben je een verdachte?
3. Wanneer wordt gehandeld in strijd?
A. Proportionaliteit
B. Subsidiariteit
4. Wanneer mag je stelselmatig observeren?
5. Wanneer mag je stelselmatige in kaart brengen?
6. Maakt het uit of het een georganiseerde misdaad is of een
terroristisch oogmerk heeft?
Literatuur:
1 H8
2 H8.9
3 H8.10.2
4 H7
5 H7
6 H7