Praktische opdracht Natuurkunde.
,Inhoudsopgave
Inhoudsopgave 1
Inleiding 2
Hypothese 3
Het experiment 4
Materialen 4
Methode 4
Hoe bepaal je de magnitude van een aardbeving? 5
Betrouwbaarheid 5
Hoe groot zijn de aardbevingen die wij met ons experiment simuleren? 6
De waarden van Mm en Mo vergeleken. 7
Voldoen deze aardbevingen aan de wet van Gutenberg-Richter? 8
Aardbevingen Groningen 10
Hoe vaak komen aardbevingen van een bepaalde magnitude in Groningen voor? 10
Wat zijn de constanten a en b voor het Groningse gasveld? 13
Resultaten hoofdvraag 14
Conclusie 15
Discussie 15
Artikel 16
Bronnenlijst 18
1
, Inleiding
Al jarenlang produceert de NAM aardgas uit het Groningen-gasveld. Vanaf het moment
dat er in Groningen een gasveld was ontdekt is er daarom al veel gas uit de grond
gehaald. Nederland is binnen de EU de grootste producent van aardgas. Jaarlijks wordt
er ook zo'n 4,6 miljard kuub uit het Groningenveld gehaald.
Aardgas is een onmisbare energiebron in het dagelijks leven van de mens. Denk aan
koken, autorijden (op gas) en het huis verwarmen. Naast het feit dat gaswinning erg veel
voordelen heeft, brengt het ook een aantal negatieve gevolgen met zich mee, het kan
namelijk een oorzaak zijn voor aardbevingen.
Al jarenlang heeft Groningen te maken met veel aardbevingen van verschillende mate.
Veel mensen maken zich zorgen over de schade die deze bevingen kunnen meebrengen.
Wij vonden het om deze reden erg interessant meer te leren over het ontstaan en de
werking van een aardbeving. Ook zijn we erg geïnteresseerd in de toepassing hierop in
het geval van Groningen. We zijn daarom uitgekomen op de hoofdvraag; ´Hoe vaak zal
er zich een aardbeving van magnitude 6,0 voordoen in de provincie Groningen
volgens de wet van Gutenberg-Richter?´ In de deelvraag ‘Voldoen deze aardbevingen
aan de wet van Gutenberg-Richter?’ zal deze wet verder toegelicht worden.
Om ons zo goed mogelijk te verdiepen in de stof hebben wij eerst zelf aardbevingen
gestimuleerd. Later in het verslag lees je meer over de methode van het proefje. Met
onze metingen hebben we de wet van Gutenberg-Richter onderzocht.
Belangrijk bij het analyseren van deze gevolgen is de magnitude van een aardbeving. De
magnitude is een getal dat de sterkte van een aardbeving weergeeft. De verschillende
magnitudes verhouden zich allemaal tot elkaar op de schaal van Richter. De magnitude
wordt gemeten door middel van de sterkte van de trillingen.
Deelvragen:
Met onze eigen metingen hebben we de volgende deelvragen beantwoordt:
- Hoe groot zijn de aardbevingen die wij met ons experiment simuleren?
- Voldoen deze aardbevingen aan de wet van Gutenberg-Richter?
Doordat wij dit eerst hebben gedaan begrijpen wij het principe van aardbevingen beter.
Dit hebben wij vervolgens toegepast op de aardbevingen in Groningen. Dit hebben wij
gedaan door middel van de volgende deelvragen:
- Hoe vaak komen aardbevingen van een bepaalde magnitude in Groningen voor?
- Wat zijn de constanten a en b voor het Groningse gasveld?
Met al deze gegevens hebben wij uiteindelijk de hoofdvraag ‘Hoe vaak zal er zich een
aardbeving van magnitude 6,0 voordoen in de provincie Groningen volgens de wet van
Gutenberg-Richter?‘ kunnen beantwoorden.
2