Deel A: Gevoelens in de kindertijd
Hoe voel je je erbij dat je geadopteerd bent? → Groot deel van je identiteit
● Waar kom ik vandaan?
● Programma Spoorloos: Mariana is 36 jaar geleden geadopteerd vanuit Colombia →
Op zoek naar haar moeder → Wat gaat hieraan vooraf?
Nieuwsgierigheid: Indicatie voor problemen of normaal?
● Tegenwoordig: normaal dat adoptiekinderen zich afvragen waar ze vandaan komen
● Vroeger: Als je in een gelukkig adoptiegezin woont dan hoor je dit soort vragen niet
te stellen
● Wrobel & Dillon (2009): “Curiosity is the gap between the known and the unknown” /
Je bent nieuwsgierig als de kennis die nu over een onderwerp hebt, niet matcht met
wat je graag zou willen weten
→ Wat weten adoptiekinderen?
Wat weten kinderen over adoptie?
● Met adoptiekinderen wordt vroeg al gepraat over hun adoptie: 1-2% niet, 70-80%
vanaf plaatsing, 20-30% vanaf bepaalde leeftijd
○ Vaak boekjes en fotoboeken over adoptie bekijken met adoptieouders
● Internationale adoptie: zichtbaar voor iedereen (dus ook kinderen)
● Wat weten kinderen in het algemeen over adoptie?
● Experimentje met kind van 6 jaar:
○ Playmobil poppetjes → paren maken van vader + moeder + kindje
○ Kind let niet op huidskleur /uiterlijk maar: “Dit is de badfamilie"
→ Illustratie uit boek ‘Dit huis is een thuis’: Verschil in huidskleur worden meestal pas
door kinderen opgemerkt wanneer volwassenen uit de omgeving hier opmerkingen
over maken
● Experimentje: Witte ouders worden gepaard met bruin kindje “Kan dit ook?” → Ja
maar dan hebben deze (andere) papa en mama geen kindje meer.
→ Huidskleur geen issue. Wel besef van afstand door biologische ouders.
Wat begrijpen kinderen van de term adoptie?
● Artikel Brodzinsky (2011): Voor iedere levensfasen het begrip en de vragen van
adoptiekinderen bij adoptie onderzocht
● 3-5 jaar: Kinderen gebruiken label adoptie → Weten dat andere kinderen
niet-geadopteerd zijn maar geen concreet begrip.
● 6-7 jaar: Onderscheid geboren vs. geadopteerd → Adoptie = anders
→ Steeds beter begrip dat adoptie ook afstaan betekend (door ontwikkeling logisch
redeneren)
→ Negatieve gevoelens dus ook al in kindertijd
● Later (richting adolescentie): Steeds meer verschillende perspectieven bekijken
(ontwikkeling abstact redeneren)
○ Positieve kant van adoptie: Wat als ik niet geadopteerd was? → Opgroeien in
slechte situatie bij afstandsmoeder?
1
, ● Ambivalente gevoelens (positief vs negatief) → Open communicatie helpt hiermee
om te gaan
Stress and coping model of adoption adjustment - Brodzinsky
● Negatieve gevoelens over adoptie kunnen gerelateerd zijn aan de problemen die zij
ervaren door de aanpassing aan de adoptie → Geen relationeel verband
● Model: Adoptie = verlies → Appraisal of adoption →coping→ Adjustment
Gevoelens over geadopteerd zijn - Juffer & Tieman (2009)
● Kinderen werden gevraagd om het geadopteerd te zijn een cijfer te geven → 7.
● Child ever expressed wish to be white / born in family
○ China: 50% wens geboren, 30% wens blank
○ India: 40% geboren, 50% blank
○ Gevoel anders te zijn
→ Gevoelens gerelateerd aan probleemgedrag?
Juffer (2006)
● Zijn negatieve gevoelens over adoptie gerelateerd aan probleemgedrag?
● Participanten oud-deelnemers van de LLAS (dus geen deprivatie) op 7-jarige leeftijd
● Verbale- en non-verbale voorbeelden van wens:
○ Om in het gezin geboren te worden: Onder moeders trui kruipen om baby in
de buik te spelen
○ Om een witte huidskleur te hebben: Veel melk drinken, bruine huidskleur
proberen af te vegen, witte huidskleur op verlanglijstje voor Sinterklaas
● Index (Hoe vaak vertonen kinderen deze wensen?): 45% nooit wensen geuit, 37%
één wens geuit, 18% beide wensen geuit. (NB Zuid-Korea het minst)
→ Correlatie met probleemgedrag: r=.30, p<.01
→ Wens uiten blank/geboren = meer problemen
Kanttekening: Samenhang maar geen oorzakelijk verband
● Wish-index: Unieke voorspeller probleemgedrag (ook na correctie
temperament/negatieve reacties)
● Hoe te verklaren?
○ Stress & coping model (Brodzinsky): Verlies = anders zijn → moeilijk hiermee
omgaan (slecht coping systeem) kan leiden tot probleemgedrag.
○ Gehechtheid: Identificatie met ouders hierbij belangrijk → anders voelen? →
afstand tot adoptieouders → veroorzaakt probleemgedrag.
Reinoso et al. (2013)
● Kinderen bevraagd naar adoptie-gerelateerde problemen: “Wat is de meest
stressvolle adoptie-gerelateerde gebeurtenis die je hebt meegemaakt?”
● 50% noemt hier een gebeurtenis, 50% niet
● Vaak genoemd: Veel vragen op school; Wie zijn mijn biologische ouders?;
Uitlachen/pesten → Allemaal vormen van interpersoonlijk contact
● Illustratie uit boek ‘Dit huis is een thuis’
○ Negatieve reacties vooral over uiterlijk dus niet over adoptie-status
○ Zowel positieve als negatieve discriminatie vanuit omgeving
● Hoe gingen deze kinderen hiermee om? Coping strategie
○ Social support (meest gebruikt en als meest effectief ervaren)
2