Hoorcollege 1 Basisbeginselen statistiek, beschrijvende statistiek
Doelstellingen
- Basiselementen en eenvoudige procedures uit de beschrijvende en verklarende
statistiek adequaat kunnen toepassen, met name ook met behulp van SPSS.
- Resultaten van een eenvoudige statische procedures adequaat kunnen interpreteren
- Keuzes bij het uitvoeren van statische procedures en de interpretatie van de resultaten
adequaat kunnen onderbouwen.
Toetsing 100% meerkeuze, week 14, woensdag ochtend
Men richt zich op deze cursus op de analyse van gegevens, de technieken.
Doelstellingen college 1
1. De plaats van statistiek in de empirische cyclus kunnen aangeven;
2. De relatie tussen statistische analyses en de andere fasen in de empirische cyclus
kunnen aangeven;
3. Verschillen tussen beschrijvende en verklarende statistiek kunnen aangeven;
4. Enkele basiselementen van de statistiek kunnen definiëren en toepassen;
5. Verschillen tussen kwantitatieve en kwalitatieve data kunnen aangeven;
6. Maten ter beschrijving van een kwalitatieve en/of kwantitatieve gegevensverzameling
(centrale tendentie en spreiding) kunnen berekenen en interpreteren.
1. (adequate) maten van centrale tendentie en spreiding van data kunnen
berekenen en interpreteren;
2. (adequate) grafische weergaven van kwalitatieve en kwantitatieve data kunnen
maken en interpreteren;
3. De vorm van een verdeling van een variabele kunnen vaststellen en
interpreteren.
4. Berekenen en interpreteren van de relatieve locatie van een bepaalde
meetwaarde in een gegevensverzameling (Z-score)
Basisgedachte:
- De data spreken nooit voor zich. Ze gaan uit van een veronderstelling en die willen ze
gaan toetsen.
- Initiële observatie Theorie hypothese dataverzameling analyse
uitspraak (inference)
1. Voordat men antwoord kan geven op een vraag moet men de afhankelijke variabele
identificeren. Dit zijn meningen over migratie (attitude-meting). Men moet gaan kijken wat ze
willen gaan verklaren.
2. Vervolgens moet men gaan kijken naar de mate van spreiding. Men kijkt naar grote
groepen en dat verondersteld dat er mate van spreiding is binnen de groepen. Zonder
spreiding kan men geen statistisch onderzoek doen.
3. Als laatst gaat men kijken wat de spreiding zou kunnen verklaren.
Beschrijvende statistiek: Gaat over het beschrijven van de kenmerken van de populatie.
1