Hoofdstuk 10 Stress en conflicten
10.1 Psychische belasting
De psychische belasting die werkdruk en/of moeilijke werkomstandigheden met zich
meebrengt, kan op de langere duur de balans tussen de draaglast en de draagkracht
zodanig verstoren, dat stress en burn-out het gevolg zijn.
10.1.1. Stress op het werk
Stress verwijst naar de druk die iemand ervaart. De ervaren druk veroorzaakt een bepaalde
mate van spanning. Stress op het werk treedt op als iemand niet goed meer kan voldoen aan
de eisen die het werk aan hem stelt. De kenmerken van het werk of de werksituatie die
spanning kunnen oproepen, noemen we stressoren.
Draagkracht is de mate waarin iemand de druk die wordt uitgeoefend kan hanteren. Iemand
zal stress op het werk ervaren als er te weinig herstelmomenten zijn en als de balans tussen
de draaglast en de draagkracht ernstig of langdurig verstoord is. De ervaren stress zal dan
leiden tot stressreacties.
Door langdurige psychische belasting kunnen de volgende stressreacties ontstaan:
• Fysiologische klachten: deze bestaan uit hoge bloeddruk en hartslag, een hoger
cholesterolniveau, hoge spierspanning, zweten etc.
• Emotionele klachten: deze bestaan uit ontevredenheid, irritatie, angsten, depressiviteit,
nervositeit en boosheid. Een combinatie van fysiologische en emotionele klachten kan ook
leiden tot hyperventilatie, astma, migraine en maag- en darmstoornissen.
• Gedragsmatige klachten: deze bestaan uit meet roken en drinken (alcoholgebruik),
overmatig eten, impulsief gedrag en sociale isolatie.
• Opgebrand zijn (burn-out): dit bestaat uit een grote mate van uitputting (vermoeidheid).
10.1.2. Burn-out
Burn-out wordt omschreven als een psychologisch syndroom van emotionele uitputting,
depersonalisatie en verminderde persoonlijke bekwaamheid:
• Emotionele uitputting: betekent dat iemand het gevoel heeft helemaal leeg te zijn. Er is
sprake van een chronische lichamelijke en psychische vermoeidheid. Emotionele uitputting
wordt als het meest kenmerkende symptoom van burn-out beschouwd.
• Depersonalisatie: wil zeggen dat iemand een negatieve, onpersoonlijke en cynische
houding ontwikkelt tegenover de patiënten, klanten of leerlingen met wie die persoon werkt.
• Verminderde persoonlijke bekwaamheid: heeft betrekking op het gevoel dat iemand niet
meer goed kan functioneren in het werk. Men heeft het gevoel niet meer adequaat het werk
te kunnen doen en geen waardevolle dingen meer te kunnen bereiken. Gaat gepaard met
een negatief zelfbeeld.
Als gevolg van burn-out kunnen mensen neurotische klachten krijgen, zoals
schuldgevoelens, angsten, depressies of obsessies. Ook kunnen relatieproblemen ontstaan.
Burn-out treft vooral mensen die werken in de zogenoemde mensberoepen, waar
voornamelijk sprake is van dienst/hulpverlening aan cliënten, patiënten en leerlingen.
1
10.1 Psychische belasting
De psychische belasting die werkdruk en/of moeilijke werkomstandigheden met zich
meebrengt, kan op de langere duur de balans tussen de draaglast en de draagkracht
zodanig verstoren, dat stress en burn-out het gevolg zijn.
10.1.1. Stress op het werk
Stress verwijst naar de druk die iemand ervaart. De ervaren druk veroorzaakt een bepaalde
mate van spanning. Stress op het werk treedt op als iemand niet goed meer kan voldoen aan
de eisen die het werk aan hem stelt. De kenmerken van het werk of de werksituatie die
spanning kunnen oproepen, noemen we stressoren.
Draagkracht is de mate waarin iemand de druk die wordt uitgeoefend kan hanteren. Iemand
zal stress op het werk ervaren als er te weinig herstelmomenten zijn en als de balans tussen
de draaglast en de draagkracht ernstig of langdurig verstoord is. De ervaren stress zal dan
leiden tot stressreacties.
Door langdurige psychische belasting kunnen de volgende stressreacties ontstaan:
• Fysiologische klachten: deze bestaan uit hoge bloeddruk en hartslag, een hoger
cholesterolniveau, hoge spierspanning, zweten etc.
• Emotionele klachten: deze bestaan uit ontevredenheid, irritatie, angsten, depressiviteit,
nervositeit en boosheid. Een combinatie van fysiologische en emotionele klachten kan ook
leiden tot hyperventilatie, astma, migraine en maag- en darmstoornissen.
• Gedragsmatige klachten: deze bestaan uit meet roken en drinken (alcoholgebruik),
overmatig eten, impulsief gedrag en sociale isolatie.
• Opgebrand zijn (burn-out): dit bestaat uit een grote mate van uitputting (vermoeidheid).
10.1.2. Burn-out
Burn-out wordt omschreven als een psychologisch syndroom van emotionele uitputting,
depersonalisatie en verminderde persoonlijke bekwaamheid:
• Emotionele uitputting: betekent dat iemand het gevoel heeft helemaal leeg te zijn. Er is
sprake van een chronische lichamelijke en psychische vermoeidheid. Emotionele uitputting
wordt als het meest kenmerkende symptoom van burn-out beschouwd.
• Depersonalisatie: wil zeggen dat iemand een negatieve, onpersoonlijke en cynische
houding ontwikkelt tegenover de patiënten, klanten of leerlingen met wie die persoon werkt.
• Verminderde persoonlijke bekwaamheid: heeft betrekking op het gevoel dat iemand niet
meer goed kan functioneren in het werk. Men heeft het gevoel niet meer adequaat het werk
te kunnen doen en geen waardevolle dingen meer te kunnen bereiken. Gaat gepaard met
een negatief zelfbeeld.
Als gevolg van burn-out kunnen mensen neurotische klachten krijgen, zoals
schuldgevoelens, angsten, depressies of obsessies. Ook kunnen relatieproblemen ontstaan.
Burn-out treft vooral mensen die werken in de zogenoemde mensberoepen, waar
voornamelijk sprake is van dienst/hulpverlening aan cliënten, patiënten en leerlingen.
1