MRKE
,Inhoudsopgave
Week 1; obesitas/overgewicht ................................................................................................................ 2
Week 2; Diabetes mellitus en andere endocriene ziekten ...................................................................... 5
Week 3; maag- en leverziekten.............................................................................................................. 12
Week 4; Darmziekten ............................................................................................................................. 17
Week 5; Nier- en uitscheidingspathologie ............................................................................................. 21
Week 6; De huid en wonden .................................................................................................................. 27
1
,Week 1; obesitas/overgewicht
1. Beschrijf de fysiologische processen die horen bij het ontstaan of in stand houden
van obesitas.
Obesitas of overgewicht komt doordat een persoon langdurig een positief
energiebalans heeft, hierdoor gaat het lichaam het teveel aan brandstof opslaan als
vet. Bij 95% van de mensen met obesitas / overgewicht is het idiopathisch onstaan,
dat betekent door het te veel aan voedingsstoffen/brandstoffen tot zich nemen. Bij 5%
van de gevallen gaat het om secundair ontstane obesitas. Secundaire obesitas kan
ontstaan door;
Medicijnen (zoals anti-epileptica, antidepressiva, antypsychotica)
Endocriene ziekten (bijv. syndroom van cushing)
Specifieke genetische syndromen ( bijv. syndroom van Prader-willi en albright)
Genetische deficiënties
2. Verklaar welke factoren die de energiebalans beïnvloeden
Hierboven een afbeelding uit de PowerPoint van het hoorcollege. Hierin zie je wat de
energieopname van een persoon kan verhogen; o.a. leptine resistentie, depressie,
vezelarme voeding, of psychosociale factoren. Dit zorgt er voor dat iemand meer gaat
eten dan de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH). Als dit in combinatie is met
een laag energieverbruik kan iemand obesiteit/overgewicht ontwikkelen. In het lijstje
staan o.a. vermindering van het spierweefsel, vermeerdering van vetweefsel,
verlaagde schildklierwerking, maar ook overgewicht en obesitas. De vermeerdering
van de energieopname en de vermindering van het energie verbruik hebben veel
effect op elkaar, en versterken elkaar dus ook.
3. Leg uit wat de prognose en de complicaties bij obesitas zijn
De prognose van overgewicht en obesitas;
Mensen met overgewicht/obesitas hebben een lagere levensverwachting. De
levensverwachting neemt af met 6 tot 7 jaar.
Kinderen met obesitas hebben een verhoogd risico om op jonge leeftijd te
overlijden
2
, In de tabel hierboven wordt laten zien dat er sowieso en verhoogd risico is op sterfte
aan obesitas of (het krijgen van) de complicaties van obesitas. Zeker in combinatie
met HVZ (hart- en vaatziekten) en DM2 (Diabetes mellitus type 2)
Ook hoe hoger de BMI is hoe hoger de kans op sterfte of de kans op HVZ en DM2.
4. Leg uit wat het begrip gewichtsgerelateerd gezondheidsrisico is
Mensen met overgewicht/obesitas hebben ook gewicht gerelateerde
gezondheidsrisico’s, zoals:
diabetes mellitus type 2
cardiovasculaire aandoeningen
kanker
galstenen
slaapapneu
verminderde vruchtbaarheid/ erectiele disfunctie
Dit zijn ziekten die ontstaan als een persoon obesitas heeft. Een gewichtsgereleteerd
gezondheidsrisico betekent dus; iemand met een gezond gewicht zal minder ziekten
zoals DM2 ontwikkelen dan iemand met obesitas. Het GGR (gewichtsgerelateerd
gezondheidsrisico) wordt vastgesteld door het BMI in combinatie met de
aanwezigheid van risico’s.
5. Beschrijf de relatie tussen obesitas en cardiometabole risico’s
Bij een cardiometabool risico heb je meer risico op bepaalde ziektes zoals;
Hart- en vaatziekten
Diabetes Mellitus type 2
Nierziekten/falen
De oorzaken zijn;
Roken
Hypertensie (hoge bloeddruk)
Dislipidemie (verstoring vetstofwisseling)
Verhoogd glucose (veel suiker in het bloed kan leiden tot DM2)
Overgewicht
Gebrek aan lichaamsbeweging
Overgewicht en met name obesitas is de belangrijkste risicofactor voor het
ontwikkelen van diabetes mellitus 2. Daarnaast is het een zeer belangrijke risicofactor
voor hartinfarcten en beroertes, en voor verminderde nierfunctie. Dit komt vooral door
het verhoogde cholesterol en glucose gehalte in het bloed, en de druk die het hart te
voorduren krijgt door het hoge gewicht.
3