Week 2 – casus 1
OO-A AFPF
1,3 miljoen mensen per jaar in Nederland een operatie.
Rokers hebben een verhoogd operatierisico. Dit neemt pas af als de patiënt 8 weken niet heeft
gerookt. Door het roken meent de slijmvorming toe en het ophoesten ervan af. Dit leidt tot
obstructie van de luchtwegen.
Wanneer er 5 eenheden alcohol per dag genomen worden, is er sprake van alcohol misbruik. Dit
leidt ook tot een verhoogd operatierisico. Als een maand voor de operatie wordt gestopt neem het
risico enorm af.
Effecten op het lichaam van het toedienen van de anesthesie:
Onderdrukken van de pijnprikkels
Ontspannen van de spieren
Verminderen van het bewustzijn
Beheersten van bewuste en onbewuste reflexen
Uitleggen wat het doel is van preoperatief onderzoek en waaruit dit bestaat
Het doel van hert preoperatieve onderzoek is het zo optimaal en veilig mogelijk laten verlopen van
de anesthesie bij de voorgenomen ingreep.
Preoperatief onderzoek wordt verricht om de conditie van de patiënt en het anesthesierisico vast te
stellen. Het onderzoek blijft ongeveer 6 tot 9 maanden geldig, behalve als er grote veranderingen
zijn opgetreden. Het onderzoek wordt meestal door een anesthesioloog uitgevoerd. In sommige
ziekenhuizen door een nurse practitioner of physician assistent.
De basis van het preoperatieve onderzoek wordt gevormd door de anamnese en het lichamelijk
onderzoek. Aanvullend onderzoek wordt alleen op indicatie verricht. Het onderzoek dient een risico-
inschatting te maken. Hiervoor wordt onder andere gebruik gemaakt van de ASA-classificatie.
De aandachtspunten van de anamnese bij het preoperatieve onderzoek benoemen
Bij de anamnese wordt gevraagd naar bestaande ziekten en aangeboren afwijkingen. Vooral wordt
aandacht besteed aan het hart- en vaatstelsel, de longen, de luchtwegen en stollingsproblemen.
In verband met mogelijke geneesmiddelen interacties wordt gevraagd naar roken, medicijngebruik,
alcohol en drugs. Er wordt gevraagd naar allergieën (antibiotica, latex, jodium).
Patiënten die geen lichamelijke inspanning verrichten hebben grotere kans op postoperatieve
complicaties, daarom wordt ook gevraagd naar hun inspanningstolerantie. Ook wordt gevraagd naar
de reactie op eerdere anesthesie in de familie.
Benoemen welke classificatie wordt gebruikt bij de risico-inschatting
Voor de risico-inschatting wordt gebruik gemaakt van de ASA-classificatie.