Verschillen tussen mensen
, 1.)Psychoanalyse van Freud beschrijft :
A hoe mensen omgaan met hun seksuele en agressieve instincten (libido en
thanatos) binnen de grenzen van een beschaafde maatschappij.
B dat innerlijke krachten alle energie maakten in het fysieke systeem, ofwel
instincts.
C dat de maatschappij niet toe staat dat iemands diepste seksuele en agressieve gedachten
(urges) naar buiten komen.
D dat niets per ongeluk gebeurd. Achter elke gedachte, gedraging en elk
gevoel schuilt een reden.
2.)Tijdens welke stadium is het superego onstaan volgens Freud ?
A genitale fase
B orale fase
C fallische fase
D anale fase
3.)Welke van Carl Jung’s opvattingen verschillen van Freud zijn theorieen ?
A iedereen heeft een collectief obewuste
B het onbewuste is belangrijk bij het vormgeven van de persoonlijkheid
C de belangrijkste motivatie voor het gedrag is een striven naar superioriteir
D gedrag is afhankelijk van de gevolgen die volgen
4.)Toen Jackie eens een vraag stelde tijdens de rekenles, kreeg zij een positieve reactie van haar leraar:de
leraar complimenteerde haar met haar slimme vraag en Jackie voelde zich goed over zichzelf.
Vanaf dat moment stelde Jackie veel vaker vragen tijdens de les. Jackie's ervaring is een
voorbeeld van:
a. klassieke conditionering
b. leren uit tweede hand (vicarious learning)
c. de wet van effect
d. spontaan herstel
5.)In Pavlov’s studie met honden was _________ de geconditioneerde stimulus (CS)
a. het voedsel
b. de bel
c. speekselafscheiding t.g.v. het voedsel
d. speekselafscheiding t.g.v. de bel
6.) Humanistische psychologie: de aanname dat iedereen in de wereld de potentie heeft
om te groeien en te ontwikkelen
welke van de volgende stellingen over humanistiche theorieen is onwaar ?
A ze geven geen inzicht n de kwade kant van de menselijke natuur
B ze zijn bevooroordeeld omdat ze zijn gebaseerd op indivudualistische waarden
C ze zijn gebasseerd op studies van mensen met psychische stoornissen
D ze zijn moeilijke empirische testen
7.) welke theoreticus richt zich op het belang van het zelf-concept in de persoonlijkheid?
A carl rogers
B Alfred adler
C walter mischel
D hans eysenck