Vraag 1
Een detaillist en een groothandel zitten in dezelfde bedrijfskolom. De groothandel neemt de detaillist
vervolgens over. Welk type strategievorming is dit volgens Porter?
A: Zijwaartse parallellisatie
B: Bovenwaartse parallellisatie
C: Voorwaartse integratie
D: Achterwaartse integratie
Vraag 2
Wat is een missie?
Antwoord D
Vraag 3
Wat is een belangrijk eigenschap van strategieën van Porter?
Antwoord B
Vraag 4
Voorbeeld van 'strategisch denken' als het een vorm van strategisch management is.
A. Nadruk leggen op lerend vermogen van de organisatie.
B. Implementeren van een strategisch plan door het management.
C. Maken van een wetenschappelijke toekomstvoorspelling.
D. Binnen formele kaders naar alternatieve strategieën zoeken.
Vraag 5
Welke antwoord is juist?
A. Visie= missie + strategie
B. Missie= visie + strategie
C. Visie= missie + principes
D. Strategie= visie + principes
Vraag 6
Mogelijke strategieën voor organisatie zijn
A. Kostenleiderschap, differentiatie en kostenfocus
B. Kostenleiderschap, differentiatie, differentiatiefocus en schaalaccumulatie
C. Kostenleiderschap, differentiatie, focus en competences
D. Kostenleiderschap, differentiatie, kostenparalellisatie en heterogeniteit
Vraag 7
Welke stelling is juist?
1. Volgens Mintzberg maken voorstanders van de klassieke benadering van strategisch plannen de
denkfout dat strategie niet te plannen is.
2. De tweede denkfout van de voorstanders van de klassieke benadering van het strategisch plannen
is, dat het denken (door de strategen) en het doen (door de leden van de organisatie) wordt
gescheiden.
A – Beide goed
B – Stelling 1 is juist, Stelling 2 is onjuist
C – Stelling 1 is onjuist, Stelling 2 is juist
D – Beide onjuist