Deel I: Ontwikkeling van het centraal zenuwstelsel
Anatomische ontwikkeling
1. Zygote: twee cellen, kort na de bevruchting
2. Morula: klompje cellen
3. Blastocyste
4. Na 2 weken ontwikkelt de blastocyste zich tot een structuur met drie lagen:
- Ectoderm: buitenste laag (hieruit ontwikkelt het CZS zich)
- Mesoderm: middelste laag (hieruit ontwikkelt darmstelsel zich)
- Endoderm: binnenste laag (hieruit ontwikkelt de huid zich)
NEURULATIEFASE
Uit het ectoderm ontstaat de neurale plaat en die zakt. Daarin ontstaat een groeve die zich gaat
sluiten en de neurale buis ontstaat, die uiteindelijk het CZS vormt.
Verstoring in neurulatiefase
- Anencephalie: sluitingseffect aan de bovenkant van de neurale buis, waardoor de grote
hersenen zich niet ontwikkelen. Dit is vaak enkele dagen na de geboorte fataal.
- Spina bifida: rugwervels sluiten niet goed rondom ruggenmerg. Vaak in combinatie met
hydrocephalus (waterhoofd) en motorische en sensorische stoornissen.
Aan de bovenkant van de neurale buis zitten 5 hersenblaasjes die gaan groeien. Van voor naar
achter:
- Telencephalon (grote hersenen/cortex. Sulci en gyri komen erin)
- Diencephalon (thalamus en hypothalamus)
- Mesencephalon (middenhersenen)
- Metencephalon (kleine hersenen/cerebellum en pons)
- Myelencephalon (medulla)
Aan de onderkant zit het ruggenmerg.
Hiërarchie van ontwikkeling (maar wel overlap)
1. Ruggenmerg en hersenstam
2. Amygdala, cerebellum, hippocampus
3. Thalamus, basale ganglia
4. Cerebrale cortex
Histologische (cellulaire) ontwikkeling
De stadia overlappen
PROLIFERATIEFASE
- Aanmaak van neuronen
- Vooral in week 6-18 (maar gaat door tot na de geboorte en zelfs in volwassenheid)
- Nieuwe cellen ontwikkelen zich in de ventriculaire zone (de binnenkant van de neurale buis)
- Subventriculaire zone (rondom de neurale buis).
- Progenitorcellen (basiscellen) delen en groeien uit tot
a. Neuroblasten Neuronen (hersencel)
b. Glioblasten Gliacellen (hulpcel)
- Eerst symmetrische celdeling (verticaal), daarna asymmetrische celdeling (horizontaal)