Pediatrische Neuropsychologie - Hoorcolleges
Hoorcollege 1
- “Use it or lose it”. Bij geboorte is brein 400 gram, bij volwassenen 1300-1500 gram.
- Neuronen: 100 miljard, 10.000 synapsen.
- White matter: axonen
Grey matter: cellichamen.
- Cerebrale ontwikkeling:
• prenataal: structurele formatie cns, genen vooral bepalend
• postnataal: formatie functies, omgeving meer bepalend.
- Stijlen van maturation:
• Additief: ongoing, stage like, myelinatie
• Rise-and-fall: initiele overproductie en eliminatie
- Hiërarchie ontwikkeling: hersenstam neocortex. Sensorisch ontwikkelt zich voor
motorisch, primair voor associatie.
- Invloeden op ontwikkeling:
• prenataal:
o genetisch: overerving, genmutatie
o intra-uterine infecties
o giffen (drugs, straling, medicatie, hormonen)
o injury
o maternal factors (leeftijd, stress, voeding, medische condities).
• peri-/postnataal: geboortecomplicaties
- Prenatale ontwikkeling:
• zygote: 1-14 dagen
• embryo: 2e week tot 3e maand (brein zeer gevoelig)
• foetus: na 3e maand
- Sheet Lenroot & Giedd: factoren groeien ook nog door na geboorte, zoals myelination.
• Neurulation: cellen gaan vermeerderen na conceptie. Embryo bestaat nu uit 3
lagen, ectoderm (huid en CNS), mesoderm (skelet en spieren) en endoderm
(interne organen).
o telencephalon, diencehalon, mesencephalon, metencephalon,
myencephalon. (teldiemesenmetmy)
o disorders neurulation: anencephalie, spina bifida.
• Neurogenese: aanmaken neuronen. rondt zich af voor de geboorte.
o Neuronen migreren passief (outside to inside, subcorticaal) of actief (inside
to outside, cortex en cerebellum).
o Disorders: mega encaphalie, micro encephaly en hydroencephaly.
- Differentiatie/maturatie:
• Neuronen: cellichamen ontwikkelen, selectieve celdood, groei aconen en
dendrieten, formatie synapsen.
• Gliacellen: oligodendrocyten, astrocyten, microglia.
, - CNS elabortion:
• Synaptogenese: overproductie en eliminatie, immuun voor omgevingsinvloeden.
• Dendritische arborisatie: additieve ontwikkeling, geen regressie
• Myelinisatie: gaat door tot volwassenheid.
- Onderzoekstechnieken:
• Structurelen CNS ontwikkeling: dierstudies, autopsie, structurele MRI, structurele
DTI.
• Functionele CNS ontwikkeling: functionele MRI, PET, EEG
Hoorcollege 2 – Cognitieve Ontwikkeling
- Ontwikkeling brein loopt parallel aan ontwikkeling cognitie.
- Geen 1 op 1 relatie tussen hersengebieden en cognities.
- Na geboorte vindt verlies synapsen plaats (synaptic pruning, “use it or lose it”).
- Onderzoek:
• Cross-sectioneel: deelnemers van verschillende leeftijden op hetzelfde tijdstip.
meestgebruikt.
• Longitudinaal: deelnemers van dezelfde leeftijd over verschillende tijdstippen.
- Information processing approach:
• stadia van cognitieve ontwikkeling
• stage-wise cognitieve veranderingen door een toename in snelheid en in
informatieverwerkingscapaciteit.
• Niet leeftijd maar efficiëntie in het gebruik van verschillende informatie
verwerkingsstrategieën bepalen absolute capaciteit.
- Modellen van aandacht:
• Posner: duaal systeemmodel
• Mirsky: multi-componenten model
- Soorten aandacht:
• Sustainend: volgehouden over tijd hersenstam, thalamus
• Gefocust: aandacht richten op een specifieke taak en irrelevante aandacht negeren.
temporaal, parietaal, striataal.
• Shifting attentional focus PFC, anterior cingulate cortex
• Stability of attentional effort hersenstam, thalamus
• Devided attention: simultaan aandacht richten op 2 taken frontale cortex.
• Inhibition PFC
- Van belang bij flexibele aandacht: dopamine, bij gefocuste aandacht: noradrenaline.
- TEA-ch (test of everyday attention for children): wordt gebruikt om aandacht te
meten.
- Attention Network Test.
- Attentional networks:
• alerting netwerk geen vooruitgang tussen 6 en 10 jr.
o activatie in hersenstam
o activatie in thalamus
Hoorcollege 1
- “Use it or lose it”. Bij geboorte is brein 400 gram, bij volwassenen 1300-1500 gram.
- Neuronen: 100 miljard, 10.000 synapsen.
- White matter: axonen
Grey matter: cellichamen.
- Cerebrale ontwikkeling:
• prenataal: structurele formatie cns, genen vooral bepalend
• postnataal: formatie functies, omgeving meer bepalend.
- Stijlen van maturation:
• Additief: ongoing, stage like, myelinatie
• Rise-and-fall: initiele overproductie en eliminatie
- Hiërarchie ontwikkeling: hersenstam neocortex. Sensorisch ontwikkelt zich voor
motorisch, primair voor associatie.
- Invloeden op ontwikkeling:
• prenataal:
o genetisch: overerving, genmutatie
o intra-uterine infecties
o giffen (drugs, straling, medicatie, hormonen)
o injury
o maternal factors (leeftijd, stress, voeding, medische condities).
• peri-/postnataal: geboortecomplicaties
- Prenatale ontwikkeling:
• zygote: 1-14 dagen
• embryo: 2e week tot 3e maand (brein zeer gevoelig)
• foetus: na 3e maand
- Sheet Lenroot & Giedd: factoren groeien ook nog door na geboorte, zoals myelination.
• Neurulation: cellen gaan vermeerderen na conceptie. Embryo bestaat nu uit 3
lagen, ectoderm (huid en CNS), mesoderm (skelet en spieren) en endoderm
(interne organen).
o telencephalon, diencehalon, mesencephalon, metencephalon,
myencephalon. (teldiemesenmetmy)
o disorders neurulation: anencephalie, spina bifida.
• Neurogenese: aanmaken neuronen. rondt zich af voor de geboorte.
o Neuronen migreren passief (outside to inside, subcorticaal) of actief (inside
to outside, cortex en cerebellum).
o Disorders: mega encaphalie, micro encephaly en hydroencephaly.
- Differentiatie/maturatie:
• Neuronen: cellichamen ontwikkelen, selectieve celdood, groei aconen en
dendrieten, formatie synapsen.
• Gliacellen: oligodendrocyten, astrocyten, microglia.
, - CNS elabortion:
• Synaptogenese: overproductie en eliminatie, immuun voor omgevingsinvloeden.
• Dendritische arborisatie: additieve ontwikkeling, geen regressie
• Myelinisatie: gaat door tot volwassenheid.
- Onderzoekstechnieken:
• Structurelen CNS ontwikkeling: dierstudies, autopsie, structurele MRI, structurele
DTI.
• Functionele CNS ontwikkeling: functionele MRI, PET, EEG
Hoorcollege 2 – Cognitieve Ontwikkeling
- Ontwikkeling brein loopt parallel aan ontwikkeling cognitie.
- Geen 1 op 1 relatie tussen hersengebieden en cognities.
- Na geboorte vindt verlies synapsen plaats (synaptic pruning, “use it or lose it”).
- Onderzoek:
• Cross-sectioneel: deelnemers van verschillende leeftijden op hetzelfde tijdstip.
meestgebruikt.
• Longitudinaal: deelnemers van dezelfde leeftijd over verschillende tijdstippen.
- Information processing approach:
• stadia van cognitieve ontwikkeling
• stage-wise cognitieve veranderingen door een toename in snelheid en in
informatieverwerkingscapaciteit.
• Niet leeftijd maar efficiëntie in het gebruik van verschillende informatie
verwerkingsstrategieën bepalen absolute capaciteit.
- Modellen van aandacht:
• Posner: duaal systeemmodel
• Mirsky: multi-componenten model
- Soorten aandacht:
• Sustainend: volgehouden over tijd hersenstam, thalamus
• Gefocust: aandacht richten op een specifieke taak en irrelevante aandacht negeren.
temporaal, parietaal, striataal.
• Shifting attentional focus PFC, anterior cingulate cortex
• Stability of attentional effort hersenstam, thalamus
• Devided attention: simultaan aandacht richten op 2 taken frontale cortex.
• Inhibition PFC
- Van belang bij flexibele aandacht: dopamine, bij gefocuste aandacht: noradrenaline.
- TEA-ch (test of everyday attention for children): wordt gebruikt om aandacht te
meten.
- Attention Network Test.
- Attentional networks:
• alerting netwerk geen vooruitgang tussen 6 en 10 jr.
o activatie in hersenstam
o activatie in thalamus