Lipoedeem:.............................................................................................................................................7
Littekens...............................................................................................................................................13
CVI:.......................................................................................................................................................17
Diabetische voet:..................................................................................................................................24
Lentigo solaris.......................................................................................................................................27
Melasma...............................................................................................................................................28
Postinflammatoire hyperpigmentatie:..................................................................................................29
Erythrosis interfollicularis colli (Poikiloderma van Civatte):..................................................................30
Hypertrichosis lanuginosa = (overmatige groei van donshaar).............................................................31
Hirsutisme:...........................................................................................................................................33
PCOS.....................................................................................................................................................35
Acne Tarda:...........................................................................................................................................36
Acne conglobata:..................................................................................................................................38
Welke middelen zijn er tegen acne:......................................................................................................39
Hidradenitis suppurativa: (acne ectopica, acne inversa).......................................................................41
Rosacea:...............................................................................................................................................44
Eczeem.................................................................................................................................................47
Seborroisch eczeem:.............................................................................................................................49
Contacteczeem:....................................................................................................................................51
Huidveroudering:..................................................................................................................................53
M. Bowen (Morbus Bowen):.................................................................................................................54
Kerato-acanthoom:...............................................................................................................................55
Verruca seborrhoica (ouderdomswrat):................................................................................................57
PROVOKE:.............................................................................................................................................58
Diep veneuze trombose:.......................................................................................................................61
Acne vulgaris:.......................................................................................................................................63
Dermatitis perioralis:............................................................................................................................67
Keratosis Pilaris:....................................................................................................................................67
Constitutioneel eczeem:.......................................................................................................................68
Psoriasis:...............................................................................................................................................72
Actinische keratose:..............................................................................................................................79
Erysipelas:.............................................................................................................................................80
Hyperhidrosis (overmatig zweten):.......................................................................................................81
Oedeem:
, = zichtbare en/ of tastbare zwelling van een lichaamsdeel die berust op toename van vrij
vocht in het interstitium.
Hoge output failure:
Transportcapaciteit van lymfe is normaal: lymfvatsystem is intact, eiwitten worden
afgevoerd eiwitarm oedeem
Lage output failure:
Transportcapaciteit van lymfe is verlaagd of afwezig, lymfvatsysteem is niet meer
intact eiwitrijk oedeem
Nadeel is dat eiwitten vocht aantrekken en je een snellere verslechtering van het
oedeem kan zien.
Lymfeoedeem
= stoornis in de lymfatische afvloed
Het is een geblokkeerde of falende lymfe afvoer
Je ziet toename van vocht in het interstitium
Dit vocht is vaak eiwitrijk, in tegenstelling tot andere vormen van oedeem die in het lichaam
kunnen voorkomen. (nadeel is dat eiwit vocht aantrekt).
Geeft een verstoring in de water- en eiwitbalans over de capillaire membraan
Het is een chronische aandoening. Het kan wel behandeld worden maar het gaat nooit
helemaal over.
Typerend beeld van lymfeoedeem:
Algehele vermoeidheid
Zwaar en oncomfortabel gevoel in armen of benen door het gewicht
Pijn door extra gewicht/ druk op de zenuwen
Dof gevoel, tintelingen
Huid voelt ‘strak’
Kleding zit strakker en sierraden knellen
Stijfheid en beperkte bewegingsmogelijkheid
Verminderde veerkracht van de huid
Hoger risico voor infecties of schimmels
Verharding/ fibrose
Asymmetrie
Pijn
Huidveranderingen:
- Schilferingen
- Verkleuringen
- Huid lobben/ plooien
Primair lymfeoedeem:
Hereditair: = aangeboren afwijking zoals Milroy, Meige en Turner syndromen.
Door genetische mutaties die invloed hebben op de ontwikkeling of structuur van de
lymfevaten.
Belangrijkste primaire lymfeoedeem typen zijn:
- Congenitaal lymfeoedeem: is aanwezig bij de geboorte of ontwikkelt zich op jonge
leeftijd (kinderleeftijd) wordt ook wel Milroy’s ziekte genoemd.
2
, - Meige’s ziekte (praecox lymfeoedeem): begint meestal tijdens de adolescentie of vroege
volwassenheid meestal tussen de 10 en 25 jaar. Wordt veroorzaakt door mutaties in het
gen FOXC2. Kan leiden tot lymfeoedeem in de benen. (in sommige gevallen in de handen
en voeten)
- Late-onset lymfoedeem (lymphoedema tarda): begint op latere leeftijd: meestal na 35
jaar. Wordt lymfoedeemdistichiasis-symdroom genoemd. Veroorzaakt door mutaties in
het gen FOXC2. Syndroom kan ook leiden tot groei van extra wimpers en andere
oogafwijkingen.
- Turner syndroom: monosomie X-syndroom genoemd. Treft alleen meisjes/vrouwen.
Wordt veroorzaakt door ontbrekend of abnormaal X-chromosoom (XX) 1 ontbreekt
(gedeeltelijk of helemaal). Dit syndroom kan zich uiten in lymfoedeem (kan aan
handen/voeten voorkomen).
Niet hereditair maar slecht in aanleg: dysplasie
- Hier is geen erfelijke of genetische mutatie aanwezig.
- Lymfeoedeem wordt veroorzaakt door aangeboren probleem in het lymfestelsel.
- = gevolg van een onvoldoende aangelegd of niet goed functionerend lymfesysteem
waardoor er bijvoorbeeld minder lymfebanen zijn gevormd.
Zwelling kan soms pas ontstaan na bijv. een ongeluk, overmatige inspanning, extreme
warmte/ kou, een wond, een ontsteking, zwangerschap, een zonnebrand of een muggenbeet
Secundair lymfeoedeem:
Lymfeoedeem treedt op wanneer de normale stroom van lymfevocht door het lymfestelsel
wordt belemmerd of verstoord.
Dit kan komen door:
- Iatrogene oorzaken:
Chirurgische ingrepen: waarbij lymfelieren worden verwijderd of beschadigd
(borstkanker: lymfeklierdissectie of sentinel node biopsie wordt uitgevoerd)
Bestralingstherapie bij borst/lies (lymfestelsel beschadigen)
- Obstructie: het kan optreden door tumoren, littekens of andere structurele afwijkingen
die de lymfevaten blokkeren.
- Infecties: cellulitis of lymfangitis (ontstekingen veroorzaken en lymfestelsel beschadigen)
- Lymfekliermetastasen: uitzaaiingen van kanker naar lymfeklieren kunnen de normale
lymfestroom belemmeren.
- Lang bestaande CVI: Langdurige chronische veneuze insufficiëntie: sprake van
onvoldoende bloedafvoer vanuit de aderen in de benen. Kan het lymfestelsel
beïnvloeden.
- Verstoorde lever- of nierfunctie:
Lever is niet instaat om bepaalde eiwitten (albumine) goed aan te maken. Het
speelt rol bij handhaven van de osmotische druk in de bloedvaten, helpt
voorkomen dat vocht uit de bloedvaten in de weefsels lekt.
Verminderede albuminespiegel in het bloed kan dus leiden tot vochtophoping in
de weefsels, waaronder lymfoedeem.
Nieren spelen rol bij handhaven van elektrolyten en vocht in het lichaam.
Bij nierfalen kunnen er verstoringen optreden in vochtbalans en ophopingen van
vocht inclusief lymfeoedeem zich voordoen.
Welk onderzoek krijg je zekerheid of het gaat om primair of secundair lymfeoedeem?
Met lymfescintigrafie
3
, Hiermee wordt lymfetransport in beeld gebracht
Er wordt een radioactieve stof ingespoten tussen de tenen of de vingers
En dan krijgt de patiënt instructies om bepaalde bewegingen uit te voeren
Omdat de stof alleen via de lymfebanen en lymfeklieren verplaatst kan worden, kan er met
een scanner nagaan of en hoe snel het lymfestelsel werkt en of er stoornissen zijn
(verstoppingen, vernauwingen of abnormale lymfestroom).
Kan je inzetten bij
Oedeem op jonge leeftijd
Recidiverende erysipelas/ cellulitis: het lymfoedeem verstoort mogelijk de normale afvoer
van lymfevocht, waardoor het risico op infecties toeneemt.
Als ongewone mate van zwelling aanhoudt na een trauma (letsel/operatie)
Patiënt klaagt over symptomen zoals een zwaar gevoel, pijn of vermoeidheid in een ledemaat
terwijl er objectief gezien geen duidelijke zwelling aanwezig is.
Geen aanwijzingen zijn voor veneuze problematiek en andere oorzaken van zwelling zijn
uitgesloten en lymfeoedeem kan nog niet op klinisch beeld worden vastgesteld.
Als een persoon langdurig een ulcus cruris venosum heeft en niet reageer top de therapie.
Kan er een probleem zijn met bloedcirculatie in de aderen en kan lymfoedeem een
onderliggende factor zijn.
Therapieresistent lymfeoedeem
Tabel overzicht lymfoedeem:
Komt bij man/vrouw voor
Leeftijd is afhankelijk van het type
Familie geschiedenis is alleen primair
Pittig oedeem verminderd naarmate fibrose toeneemt
Geen blauwe plekken (hematomen)
Unilateraal vaker dan bilateraal
Voeten zijn eerst aangedaan, daarna progressie in benen
Teken van stemmer is aanwezig
Lymfeoedeem is eiwitrijk en komt snel in een irreversibel stadium:
= oedeem gaat niet meer weg en er is géén delle indrukbaar= non pitting oedeem
Betekend dat er fibrose of sclerose vervetting aanwezig is in de huid
In beginstadium is lymfoedeem reversibel: oedeem verdwijnt bij hoogleggen, er is (nog) wel
een delle indrukbaar= pitting oedeem.
Fase Type
A. Omkeerbare fase (reversibel) A1: alleen wegdrukbaar pitting oedeem
A2: wegdrukbaar oedeem met beginnend niet-
wegdrukbaar (non-pitting) oedeem
B. onomkeerbare fase (irreversibel) B1: non-pitting oedeem met pachydermiën papillomatose
B2: extreme verdikking en woekering (elephantiasis)
Anderson-classificatie voor ernst van lymfoedeem:
4
, Type 1 Pitting oedeem en geringe fibrosis
Type 2 Non-pitting oedeem met matige fibrosis
Type 3 Huidhypertrofie met insnoeringen van de huid
Type 4 Als type 3, met papillomateuze woekering en wratformatie
Type 5 Klassieke elephantiasis
Stadium 1 is het lymfeoedeem volledig reversibel. Als je het nog kan indrukken non-pitting oedeem.
Classificatie/ onderverdeling van lymfeoedeem kan worden gemaakt naar:
Oorzaak van lymfeoedeem (aangeboren- verworven)
Pathofysiologische achtergronden
Tijdstip van het ontstaan
Uitgebreidheid
Primair lymfeoedeem begint meestal distaal en gaat naar proximaal
Buitenste delen van lichaam naar centrale (binnenste) delen.
Distaal (handen en/of voeten) naar proximaal (oksel/ liezen).
Teken van stemmer:
Eerste teken van lymfeoedeem (Stemmer’s sign)
Beoordeeld door de oppakbaarheid van de plooi tussen de tweede en derde teen.
Bij verdikte plooi of ontbreken van oppakbaarheid van deze plooi is er sprake van een positief
teken van Stemmer
Dit wijst ALTIJD op lymfeoedeem.
Test is niet bruikbaar voor vroegdiagnostiek
bij patiënten na kankerbehandeling,
lymfeoedeem van de genitaliën, armen, of
gezicht.
LD flap: Lastissimus Dorsi flap
Een LD flap is een chirurgische procedure waarbij weefsel van de latissimus dorsi-spier aan
de achterkant van het lichaam wordt gebruikt om een nieuwe borstvorm te creëren na een
borstamputatie.
Het spierweefsel, vet en huid worden verplaatst naar de voorkant van de borst om een
gereconstrueerde borst te vormen. Deze procedure kan helpen bij het herstellen van de
borstcontour en het bieden van extra weefsel voor reconstructie.
5