43.1 Bloedsomloop linkt uitwisseling met oppervlakken met cellen door het hele
lichaam
Kleine moleculen zoals O2 en CO2 kunnen tussen cellen bewegen en hun omliggende
omgeving doormiddel van diffusie. De relatie tussen de diffusietijd en de afstand naar een
andere plek in het lichaam is een aanzienlijke beperking op het bouwplan van het dier.
Natuurlijke selectie heeft geresulteerd in twee aanpassingen dat effectieve uitwisseling geeft
voor alle cellen van een dier.
- Bouwplan waarbij veel cellen of alle cellen in direct contact staat met het milieu. Elke
cel kan dan dus uitwisselen met de omgeving. Gevonden in bepaalde gewervelden,
holtedieren en platwormen (= oppervlakte vergroting). Deze dieren hebben
gastrovasculaire holtes.
- Dit systeem is gevonden in alle andere dieren; bloedsomloop. Hierbij wordt vloeistof
tussen cellen gestuurd en naar weefsels die met het milieu uitwisselen.
Open en gesloten bloedsomloop
Complexere dieren hebben of een open of een gesloten bloedsomloop
- Een bloedsomloop vloeistof (bloed of hemolymfe)
- Een set van buizen (bloedvaten)
- Een gespierde pomp (het hart)
A) Open: arthropoda, insecten en weekdieren met hemolymfe en een ander systeem
voor de gasuitwisseling (tracheen) Er is geen verschil tussen extracellulaire vloeistof
en circulatievloeistof.
B) Gesloten: gewervelde dieren; verschil tussen bloed en interstitiële vloeistof
- Enkele omloop
- Dubbele omloop