1. Wat is coping?
o Het omgaan met discrepantie tussen de draaglast en draagkracht
o Het gevoel van hulpeloosheid in het omgaan met een huidaandoening
o De manier waarop mensen met stress omgaan
o Ander woord voor acceptatieproblematiek
2. Bij welke vorm van eczeem hoort de volgende beschrijving?
Polymorf eczeem met erytheem, oedeem, papels en vesikels, eventueel natten.
o Chronisch eczeem
o Subacuut eczeem
o Acuut eczeem
3. Wanneer de huidtherapeut een ‘volgende’ gespreksstijl hanteert bij motiverende
gespreksvoering herken je dat aan het volgende:
o De huidtherapeut sluit aan bij wat de patiënt zegt
o De huidtherapeut laat de patiënt verschillende opties verkennen
o De huidtherapeut schrijft voor wat de patiënt het beste kan doen
4. Antihistaminica zijn geneesmiddelen die de volgende histaminereceptor blokkeren:
o H1
o H2
o H3
5. Sommige zintuigen zijn polymodaal, dat wil zeggen dat ze worden gestimuleerd door
meerdere factoren zoals chemische, thermische, mechanische, elektrische stimuli.
Geef de correcte optie aan:
o Pijnsensatie en jeuksensatie zijn beide polymodaal
o Alleen Jeuksensatie is polymodaal
o Alleen pijnsensatie is polymodaal
6. Bij welke vorm van eczeem past eczeem bij de aanhechting van de oorlel het best?
o Fotoallergisch contacteczeem
o Hypostatisch eczeem
o Contitutioneel eczeem
o Allergisch contacteczeem
7. Als een patiënt bewust zelf afwijkingen aan de huid maakt om psychologische
behoeften te bevredigen en de status van de dermatologische patiënt te verwerven,
waar hebben we dan mee te maken?
o Acne excoriée
o Skin picking
o Dermatitis artefacta
o Dermatitis excoriée
o Acne artefacta
8. Koppel de juiste flora aan de juiste hoedanigheid
Staphylococcus epidermidis Resident