WEEK 1
Normatief = hoe mensen besluiten zouden moeten nemen
Descriptief = hoe mensen daadwerkelijk besluiten nemen
Between-subjects = deelnemers worden onderverdeeld in verschillende groepen en elke groep wordt
blootgesteld aan 1 of geen van de factoren
Within-subjects = alle deelnemers doen mee aan alle onderzoeken, zo kan de invloed van factoren op
verschillende individuen onderzocht worden
Real incentives = betaling volgens gemaakte beslissingen
Flat fee (vast bedrag) = vast bedrag voor deelname
Zwakke preferentie ≥
Strikte preferentie >
Indifferentie ~
Compleet = voor alle x, y geldt dat x ≥ y
Transitief = voor alle x, y, z geldt dat als x ≥ y en y ≥ z dan x ≥ z
Reflexief = x ≥ x of irreflexief x > x
Symmetrisch = voor alle x, y geldt dat x ~ y dan y ~ x
➔ Weak order = compleet + transitief
Ordinaal nut = u vervangen door v met v(x)=f(u(x)), zolang f stijgend
Kardinaal nut = u vervangen door v met v(x)=f(u(x)), zolang f stijgend én lineair is utilitarisme
Revealed preference = meting van nut op basis van keuzes / preferenties worden blootgelegd door
keuzes
• Projectie bias: mensen projecteren hun huidige preferenties op hun toekomstige zelf
• Duration neglect: mensen houden geen rekening met de looptijd van een gebeurtenis bij de
beoordeling van deze gebeurtenis
• Peak-end rule: een gebeurtenis wordt beoordeeld door een hoogtepunt en het einde, overige
gebeurtenissen zijn van relatief laag belang
• Diversification bias: mensen overschatten hoeveel variatie ze in de toekomst willen hebben
, WEEK 2
Keuze onder risico → kansen bekend
Verwachte waarde (EV) = kans x verwachte uitkomst
Verwacht nut (EU) = kans x verwacht nut
• St Petersburg Paradox: eindige EU, terwijl de EV wel oneindig is
Risico avers EV > L CE(L) < EV(L) concaaf nut
Risico neutraal EV ~ L CE(L) ~ EV(L) lineair nut
Risico zoekend EV < L CE(L) > EV(L) convex nut
Zekerheidsequivalent = bedrag dat je met zekerheid wil ontvangen in plaats van de loterij
Sure thing principe = als we X vervangen door een andere uitkomst blijft de preferentie hetzelfde
Schendingen van expected utility =
• Asian disease: gedrag afhankelijk van scenariobeschrijving / mensen geven andere
antwoorden op praktisch dezelfde vraag
o Consistent met prospect theory →
▪ Referentiepunten: of je in het verlies- of winstgedeelte zit
▪ Reflectie-effect: risico avers voor winsten en risico zoekend voor verliezen
▪ Afnemende gevoeligheid: door concaviteit voor winsten en convexiteit voor
verliezen lijken veranderingen in de verte minder te doen
▪ Verliesaversie: verliezen wegen zwaarder dan winsten I u(-x) l > l u(+x) l
• Allais paradox: loterijen die conflicterende resultaten opleveren door een zekere optie
o Schending sure thing principe
o Consistent met zekerheidseffect
Keuze onder onzekerheid → kansen onbekend
• Maximin = kies het alternatief met het hoogste minimale nut
• Maximax = kies het alternatief met het hoogste maximale nut
• Minimax-regret = kies het alternatief met het laagste maximale spijtniveau
Subjectieve expected utility = ken subjectieve kansen toe aan alle states of the world en gebruik dan
expected utility
Schendingen van expected utility =
• Ellsberg paradox: consistent met ambiguity aversion, je weet de exacte kansen niet, dus
prefereer je deze keuzes niet