3.2 Doorkijkje: Bladeren zoeken
Er zijn verschillende soorten bomen die te herkennen zijn aan hun bladeren. Zo komt een blad met
allemaal punten van een plantaan.
3.3 Vakdidactiek
3.3.1 Waarnemen en ordenen
Waarnemen doe je met je zintuigen en je hersenen interpreteren het waargenomen beeld.
Bovendien worden er ook allerlei associaties door dat beeld opgeroepen, die soms lastig te scheiden
zijn van de feitelijke, objectieve waarneming. Wat je ziet is afhankelijk van wat je weet en waarop je
gefocust bent. Ook roept waarnemen vaak een emotie op en die leidt dan weer tot een actie.
Je ziet iets hangen met veel poten, je schrikt. Je realiseert je dat het een spin is je actie is negeren,
dood maken enz.
Ordenen en classificeren
Goed en gericht waarnemen kan leiden tot identificeren, ordenen en interpreteren. Bij ordenen zijn
er bepaalde ordeningsprincipes, zoals: grootte, vorm, kleur en glans van de knoppen ne hoe de knop
aanvoelt.
Leren en ordenen en hanteren van ordeningscriteria
Piaget zegt dat kinderen rond hun achtste en negende jaar in het stadium van de concrete
handelingen zijn. Op deze leeftijd zijn ze vaak in staat te classificeren aan de hand van concreet
materiaal. Dit houdt in dat ze dingen kunnen groeperen naar objectief waarneembare kenmerken.
Classificeren is een nuttige bezigheid om het waarnemen en het onderzoekend leren te bevorderen.
Hierdoor leren ze ook al een beetje natuurwetenschappelijk denken.
Een determinatietabel wordt gemaakt door iets steeds in twee delen te verdelen dus is de plant
groen ja of nee. Hierdoor kan je weer een vraag stellen is de plant roze enz.
3.3.2 Het vijf-stappenplan als kapstok
Het didactische model van Veldwerk Nederland begint de les met een gesprek met de leerlingen over
wat ze al weten of geleerd hebben van het onderwerp. Bij natuur- en techniekonderwijs is het vaak
beter om meteen te beginnen met het uitdelen van materiaal en dit materiaal te laten observeren en
onderzoeken.
Hieronder volgt het vijf stappenmodel van de SLO.
Het 5-stappenplan
De projectgroep Natuur- en techniekonderwijs voor de basisschool (pgNOB) heeft voor natuur-en
techniekonderwijs een 5-stappenplan ontwikkeld als lesstrategie.
Bij deze manier van lesgeven ligt het initiatief afwisselend bij de leerkracht en bij de leerling.
1. Introductie/confrontatie er komt iets binnen
2. Spontane verkenning vrije exploratie of aanrommelen
3. Doelgericht onderzoeken en resultaten benoemen vraag het de …… zelf maar
4. Rapporteer de ontdekkingen vertel het elkaar
5. Verbreding en verdieping de meester kan nog meer vertellen
1 deze stap is bedoeld om de belangstelling te wekken bij de leerlingen. Je brengt iets binnen wat
volledig de aandacht wekt. Bijvoorbeeld een kist of een dier.
, 2 geeft de leerlingen iets en laat ze ermee experimenteren. Ze krijgen dan in een informele sfeer de
tijd te reageren en erover te praten. Ze komen al met veel vragen over het gene dat ze hebben. die
vragen zijn deels geschikt om nader te onderzoeken. Door de ervaringen actief met elkaar te delen,
krijgen ze een min of meer gemeenschappelijke basis. Tijdens deze fase volg je de leerlingen en hoor
je hun op en aanmerkingen. De praktijk zal uitwijzen hoe lang je deze aanrommelfase moet laten
duren.
3 tijdens de tweede fase hebben ze al veel vragen. Bedenk met elkaar welke vragen het meest
geschikt zijn om te onderzoeken. In deze fase gaan de leerlingen het materiaal doelgericht
onderzoeken.
4 wat je ontdekt wil je graag aan een ander vertellen. Door je bevindingen aan anderen te
presenteren, blijven de resultaten beter in je geheugen hangen. Uiteindelijk kun je toewerken naar
een gemeenschappelijke samenvatting van de ontdekkingen. Laat leerlingen vooral ook veel visueel
in beeld brengen. Verslaggeving van de activiteiten vergt verschillende vaardigheden, zoals
taalvaardigheid en misschien ook het maken van tabellen en het berekenen van gemiddeldes.
5 in de vorige stappen zijn de leerlingen steeds zelf bezig. De belangstelling is gegroeid en ze gaan
overeenkomsten zien. het toegenomen inzicht is een goede basis om het onderwerp verder te
verbreden of te verdiepen, een essentiële stap in het leerproces bij leerlingen. Deze fase kan ook
leiden tot weer een nieuwe les.
Open en gesloten onderzoek via 5-stappenonderwijs
Open onderwijs Gesloten onderwijs
Stap 1 introductie Leerlingen breng onderwerp in Leraar brengt onderwerp in
Stap 2 vrije exploratie Leerlingen verkennen materiaal Geen aanrommelen
komen tot vragen
Stap 3 onderzoek Leerlingen zoeken zelf Leraar geeft opdracht
antwoord op vragen, zelf
onderzoeken
Stap 4 rapportage Leerlingen presenteren hun Leraar controleert resultaten
resultaten
Stap 5 extra informatie Leerlingen zoeken naar meer Leraar geeft meer informatie
informatie
Doormiddel van dit 5-stappenplan structureer je de les zo dat de leerlingen echt bezig zijn met het
onderzoeken van de concrete werkelijkheid.
In veel methodes voor natuur- en techniekonderwijs zijn de lessen opgezet volgens een direct
instructiemodel. Hierbij krijgen de leerlingen allerlei opdrachten en worden verder niet uitgedaagd.
Je ziet in een methodeles dat alleen stap 1 en 5 worden uitgevoerd. Dit leidt vaak niet tot
begripsvorming en nieuwe kennis en vaardigheden, maar eerder tot verbalisme (napraten)
3.3.3 Open of gesloten onderzoek
Het 5-stappenplan functioneert eigenlijk alleen goed bij een vorm van open onderwijs.
Er is bij onderzoeken sprake van gesloten onderzoek als de groepsleerkracht niet alleen de
onderzoeksvraag levert maar ook de weg naar de oplossing aangeeft.
Bij open onderzoek levert de leerkracht de onderzoeksvraag en de leerlingen bedenken zelf de
oplossing. Hierbij kan het ook zo zijn dat de leerlingen zelf de onderzoeksvraag formuleren.
Bij volledig gesloten en volledig leerkrachtgestuurd onderwijs geef je uitsluitend klassikaal es, waarbij
de leerlingen luisteren en alleen mogen doen wat je zegt.