Hoofdstuk 5 Algemene oncologie
5.2 Normale celgroei en tumorvorming
Wanneer celdelingen (voor groei en herstel van weefsels) niet langer normaal zijn maar
ongeremd doorgaan, is er sprake van kanker. Bij verstoring van de wisselwerking tussen
groeiregulerende factoren en genetische codes ontstaat tumorgroei. Deze verstoring van
de wisselwerking komt door veranderingen van het genoom (DNA-mutatie). Het is
onomkeerbaar en het betreffen vooral de belangrijkste groeiregulerende genen
(oncogenen). Bepaalde noxen zijn verantwoordelijk voor deze veranderingen.
Celdelingen vinden nu ongeremd plaats, de groei is ontregeld en gaat zijn eigen weg
(autonome groei) en weefsels groeien tot abnormale proporties uit.
5.3 Tumor versus andere volumeveranderingen in weefsels
Een tumor is een gezwel/neoplasma, maar geen zwelling (vochtopeenhoping). Het is ook
geen hyperplasie (toename van cellen in verder normaal weefsel), geen hypertrofie
(volumetoename i.v.m. functieaanpassing door grotere belasting; bv. sporthart,
spiertoename) en geen metaplasie (cellen veranderen in ander celtype bij bv. chronische
irritatie van weefsels). Metaplasie kan later wel kwaadaardig worden. (voorstadium).
Sommige kenmerken van maligniteit zijn hier al herkenbaar, zonder dat er van en tumor
kan worden gesproken.
5.4 Aard van de tumor
Bekijk op blz 114 ook de namen van de tumoren.
Goedaardige tumor Kwaadaardige tumor
Cellen lijken nog op oorspronkelijk Cellen wijken af van oorspronkelijk celtype.
weefsel. 3 soorten afwijkingen:
- goed gedifferentieerd tumorweefsel (=lijkt
redelijk op de oorspronkelijke cel).
- Weinig gedifferentieerd tumorweefsel (=lijkt
weinig op de oorspronkelijke cel).
- anaplastisch/ongedifferentieerd tumorweefsel.
(=lijkt niet meer op oorspronkelijke cel.)
Groeien langzaam Groeien snel.
Groeien expansief uit. (omgevende Groei verloopt infiltrerend. (vertakkingen groeien
weefsels worden weggeduwd, vormt de omgevende weefsels in, wat vaak vernietiging
zich vaak bindweefselkapsel dat de van die weefsel tot gevolg heeft = destructieve
tumor naar andere weefsels toe groei). Er zijn geen anatomische grenzen. Het
afgrenst) groeit dwars door bestaande structuren heen.
Vermogen tot metastasevorming (uitzaaiingen),
waarbij tumorcellen loslaten van de
oorspronkelijke tumor en elders in het lichaam
uitgroeien tot nieuwe tumoren (metastasen).
- Naam van kwaadaardige tumoren die uitgaan
van dek- en klierweefsel, eindigen altijd op
carcinoom
- Naam van kwaadaardige tumoren die uitgaan
van bind- en steunweefsel, eindigen altijd op
sarcoom.
Microscopisch beeld: Microscopisch beeld:
rustig onrustig, cellen en celkern hebben wisselende
Aantal celdelingen valt in grootte (polymorfie). Grote kernen in verhouding
verhouding mee, de mitosen zien er tot cel, veel mitosen, donkere kernen
normaal uit. (hyperchromasie).
1