Wanneer werd de vrijheid van verenigingen in een wet geregeld?
De vrijheid van vereniging werd in 1848 grondwettelijk geregeld. In 1855 werd het grondwetsartikel
verder uitgewerkt in een wet. Daarin werd bepaald dat iedereen het recht had om een vereniging op
te richten mits dat niet in strijd was met de openbare orde.
Hoe was de oprichting van een vereniging voor die tijd?
Erg lastig. Als je meer dan 20 leden had moest je goedkeuring aanvragen bij de koning. Vanaf 1848
hoefde die goedkeuring alleen als je een rechtspersoon wilde zijn.
Van wie kwam het initiatief voor oprichting en waarom?
Van adel en gegoede burgerij, om het volk in gareel te houden en beschaving bij te brengen.
Voor welke sporten werden er in die tijd verenigingen opgericht? (op volgorde)
Kegelen, schaatsen, kaatsen, kolven, roeien en zeilen, turnen, korfbal, basketbal, volleybal
Hoeveel verenigingsleden waren er in 1900?
Ongeveer 30.000. Dit was minder dan 1% van de bevolking.
Hoe kwam er een grote groei in verenigingsleden?
- Tijdens de eerste wereldoorlog om strijdkrachten te oefenen
- Door invoering 8-urige werkdag in 1919 want toen nam vrije tijd toe
- Tijdens de verzuiling werden ook duizenden nieuwe verenigingen opgericht
Verenigingen waren verenigd in regionale, lokale bonden die vanuit dezelfde ideologische of
religieuze grondslag waren opgericht.
Oprichting van verenigingen was nog steeds niet makkelijk, waaruit bleek dit?
Er werden in voetbal in in de eerste helft van 20e eeuw 4000 verenigingen ontbonden binnen een
half jaar, omdat ze niet genoeg geld hadden.
Waardoor kwam dit?
- kleinschaligheid van verenigingen
- draagkracht van leden
- gebrek aan bekwame bestuurders
- gemeenten en kerken die verenigingen dwarsboomden
Wat gebeurde er met verenigingen in de tweede wereldoorlog?
Konden gewoon blijven draaien, bezetters hadden niks tegen sport. Wel wilde ze de verzuilde
structuur aanpakken voor meer controle, maar dit lukte niet.
Wat gebeurde er na de oorlog?
Nieuwe impuls, duizenden verenigingen opgericht door groeiende welvaart en meer vrije tijd door
vijfdaagse werkweek en stijging van opleidingsniveau. Overheid ging sport stimuleren.
Waarom ging overheid sport stimuleren?
Nationaal jeugdprobleem: overheid had zorgen over maatschappelijke verwildering van jeugd.
Sportverenigingen werden gezien als ideaal derde milieu. Jeugd kon leren zich aan de regels te
houden, verantwoordelijkheid dragen een samen te werken.
,Maatschappelijke betekenis van sport is alleen maar toegenomen. Zo draagt het bij aan binding
van mensen, is het een leerschool voor democratie en zijn er kansen om sociaal kapitaal te werven.
Verenigingen hebben het moeilijk, waar werden ze mee geconfronteerd?
- Individualisering: mensen steeds onafhankelijker, minder behoefte aan gezamenlijke sport
- Groeiend consumentisme: mensen stellen zich op als klant in plaats van lid
Waar heeft de zorg over functioneren van vereniging toe geleid? En hoe gebeurde dit?
Uitgebreide ondersteuningsstructuur om verenigingen te moderniseren, versterken of vitaliseren.
Gebeurde door inzet verenigingsconsulenten en combinatiefunctionarissen.
Wie maakte er gebruik van deze ondersteuning?
Vooral grote verenigingen. Dit is nog versterkt doordat organisaties die ondersteuning bieden
verenigingen zijn gaan indelen in segmenten. Ze focussen zich dan op de sterke verenigingen.
Hoe komen ze tot een segmentering?
Er zijn criteria waar een vitale sportvereniging aan moet voldoen. Dit heeft betrekking op leden,
sportaanbod, accommodatie, kader, beleid, strategie, financiën, maatschappelijke rol, samenwerking
Gemeenten bepaald op basis van criteria meetinstrument ontwikkeld of vereniging vitaal is.
Hoe kan het dat het marktaandeel van verenigingssport kleiner is geworden?
Sporters zijn niet meer georganiseerd actief maar informeel met bv. partner of alleen
Sporters kiezen eerder voor andersoortige sportieve activiteiten zoals commerciële aanbieders
Verenigingen hebben te maken met concurrentie van sportaanbod die gemeente aanbied
Er zijn nu 27.000 verenigingen, eind jaren 80 waren dit er 30.000.
Verenigingen bijna allemaal lid van NOC NSF. NOC NSF heeft 4,8 miljoen leden.
Wat is de oorzaak voor deze krimp?
Schaalvergroting: verenigingen die zich aansluiten bij NOC NSF daalt, maar gemiddeld aantal
verenigingsleden stijgt. Dit komt dan vaak door fusies of omniverenigingen.
Toch zijn verenigingen nog steeds de grootste sportaanbieder. 27.000 verenigingen 2.000
fitnesscholen. Vooral jeugd maakt gebruik van verenigingen. 6-12 jaar 80%! 25 jaar 50%!
Hoe wordt de stand van zaken onder sportverenigingen gepeild?
Door de verengingsmonitor van het NOC NSF, tegenwoordig sportaanbiedersmonitor.
Functies van sportverenigingen:
- Bieden van mogelijkheden voor sportbeoefening
o Beschikbaar stellen van accommodatie en faciliteiten: gemeente regelt dit vaak
o Organiseren van wedstrijden, competities en toernooien: dit doen sportbonden
o Begeleiden en verzorgen van sporters tijdens ontmoetingen
o Verzorgen van instructies en trainingen: doen verenigingen zelf, bond leid wel op
Nog drie andere functies van de vereniging:
- Creëren van mogelijkheden voor ontmoeting en gezelschap
- Bieden van mogelijkheid tot persoonlijke ontwikkeling
- Bieden van identificatiemogelijkheden
Wat is maatschappelijk verantwoord verenigen?
, Verenigingen streven maatschappelijke functies duidelijk na. Ze leveren bijdrage aan
volksgezondheid, vergroten maatschappelijke samenhang (sociale integratie en cohesie), werken
samen met andere organisaties en bieden criminaliteitspreventie.
In een vereniging is vaak sociale homogeniteit (je kind moet zich thuis voelen dus je kiest een
vereniging met mensen met zelfde inkomen, opleiding en geloof). Ook is ledenwerving vaak in
bekende kring. Dit verklaart waarom er nog steeds verzuiling is in de sportverenigingen.
Wat wordt er van leden verwacht als ze lid worden? Hoe lossen ze dit bij hockey op?
Je moet een vrijwilligerstaken doen. Doe je dit niet? contributieverhoging/afkoopregeling.
Doordat verenigingen aan steeds meer eisen moeten voldoen is er meer werkdruk en complexiteit
in het functioneren. Dat samen met gebrek aan kader zorgt voor problemen.
Wat gebeurd er bij veel verenigingen? En hoeveel vrijwilligerstekort is er?
Beschikbaarheid en inzetbaarheid van vrijwilligers neemt af. Ze willen taken doen die afgebakend
zijn. Werving van jeugdleden is lastig omdat veel jeugd een baan heeft. 1 op de 5 verenigingen heeft
vrijwilligers tekort, vooral grote verenigingen. Deze lossen dat op door betaald kader aan te stellen.
Wat is een positieve verandering bij verenigingen?
- Vrijwillige bestuurders maken steeds meer gebruik van managementkennis, inzichten, methoden
- Er is steeds vaker een duidelijke visie en beleid
- Strakke organisatieschema’s
- Planmatig en projectmatig werken
Wat betekent ondernemisering?
Steeds meer organisatie opereren als onderneming. Ze combineren arbeid, kapitaal en kennis en
bieden producten aan. Concurreren met elkaar om klanten. Komt tot uiting in opkomst van fitness.
Waar zie je ondernemisering duidelijk in terug?
- Lesgeven word vaak uitbesteed aan bv. technische tennisscholen
- Er zijn speciale voetbalscholen ontwikkeld
- Extra trainingen gericht op techniek
- Ook bv. sportkampen, evenementen, kinderopvang
Door ondernemisering word de verenigingssport anders organiseert, waardoor nog meer?
- Stijging sponsorbudgetten top scheid zich af in aparte vereniging, stichting of onderneming
- Stijging sponsorbudgetten topsport wordt nu ook ondergebracht in stichtingen
o Door deze splitsing kregen bestuurders en sponsors meer zeggenschap en snellere
besluitvorming. Risico werd ook afgedekt.
Wat gebeurde er door bezuinigingen van de overheid? Wat gebeurde er met macht van ALV?
Veel verenigingen gingen privatiseren (exploitatie uitbesteden). ALV bepaald bestuur en beleid. Vaak
zijn er commissies. Door privatisering neemt macht van ALV af. Vaak is er 1 groep leden die veel
bemoeit met vereniging en 1 weinig. Hierdoor ontstaat een grote kloof.