DOKTERSASSISTENTE
19-05-2022 / LES 1
VIRUSSEN
Ontsteking versus infectie
Ontsteking is een reactie van het lichaam op een willekeurige schadelijke prikkel.
Infectie: de schadelijke prikkel hoort tot de volgende 5:
1. Bacteriën
2. Virussen
3. Schimmels / gisten
4. Wormen
5. Amoeben
Algemene ontstekingsverschijnselen:
- Pijn (dolor)
- Zwelling (oedeem / tumor)
- Roodheid (rubor)
- Warmte (calor)
- Gestoorde functie (functio laesa)
Virus:
Kleinste vorm van een ziekteverwekker. Een virus kan niet zelfstandig leven, maar heeft een cel nodig
om zich te vermeerderen. Als een virus een cel is binnengedrongen, vermeerdert hij zich razendsnel.
De cel waar het virus in zit barst open en de virussen ontsnappen. Op hun beurt dringen ze dan weer
andere cellen binnen.
Bacterie:
Een bacterie is groter dan een virus. Bacteriën kunnen zelfstandig leven. Ze vermeerderen zich door
zichzelf te delen en ze leven bijna overal. Veel bacteriën zijn onschuldig, zoals de bacteriën die in de
darmen leven. Als ze wel problemen geven kun je ze met antibiotica bestrijden, een virus niet.
Bacteriële infecties: kenmerken
- Bacterie: commensaal (nuttig voor lichaam, in evenwicht) of pathogeen (ziekteverwekkend)
- Bij infectie treden algemene ontstekingsverschijnselen op
- Toename van bloedtoevoer naar plaats van infectie → meer leukocyten
- In bloed toename van leukocyten (leukocytose)
- Koorts (temp. > 38 graden)
,Bacteriële infecties: begrippen
- Infiltraat: ophoping van leukocyten en bacteriën
- Pus: troebele gele vloeistof; bevat dode bacteriën en leukocyten
- Abces: grote holte gevuld met pus, breekt spontaan door of door incisie van arts; kan ook
fistel vormen
- Sepsis (bloedvergiftiging): bacteriën komen in bloedbaan en vermenigvuldigen zich daar
Voorbeelden van bacteriële infecties:
- Cystitis (blaasontsteking)
- Pyelonefritis (nierbekkenontsteking)
- Pneumonie (longontsteking)
- Furunkel (steenpuist, meerdere bij elkaar = karbunkel)
- Kinkhoest (tegenwoordig inenten)
- Erysipelas (wondroos, sepsis gevaar → snel antibiotica)
- Tuberculose (TBC, longziekte → open/gesloten)
- Ziekte van Lyme (door tekenbeet)
- Meningitis (hersenvliesontsteking)
- Tetanus (van straatvuil of beten)
Behandeling bacteriële infecties:
- Rust houden
- Zo nodig antibiotica
Let op! Niet te snel antibiotica geven omdat:
- Gezond lichaam infectie soms zelf kan bestrijden
- Het goed kan zijn eigen afweer te stimuleren
- Antibiotica veel bijwerkingen kunnen hebben
- Er kan resistentie optreden
- Antibiotica werken alleen tegen bacteriën, NIET tegen virussen
Virussen:
Virus maakt cel kapot → infectie
- Symptomen:
1. Opgezette lymfeklieren (lymfocytose)
2. Verhoging of koorts
- Weinig medicatie tegen virussen: alleen klachten behandelen en eventueel virusremmers
(denk aan HIV)
- Lichaam maakt antistoffen, waardoor tijdelijke of levenslange immuniteit
Voorbeelden van virusinfectie:
- Verkoudheid en griep
- Acute darminfectie (gastro-enteritis)
- Herpes Zoster (waterpokken/gordelroos)
- Herpes Simplex (koortslip)
- Ziekte van Pfeiffer
- HIV besmetting (met als gevolg: aids)
- Meningitis (kan ook bacterieel of schimmel zijn)
,Medicamenteuze behandeling virusinfecties:
- Virustatica (nog maar een beperkt aantal middelen)
- Stimuleren eigen afweer
- Antivirale middelen
- Preparaten:
- Aciclovir o.a. bij koortslip en gordelroos
- Oraal: parenteraal of lokaal
- Tamiflu en relenza bij influenza = griep
- Oraal
Schimmels en gisten:
- Commensalen of pathogenen (spruw, vaginale infecties, voetschimmel, nagelinfecties)
- Goede behandeling mogelijk met anti-schimmelmiddelen (antimycotica)
Wormen en amoeben:
- Wormen: enterobius (aarsmade) veroorzaakt jeuk → mebendazol
- Amoeben: SOA (trichomonas vaginalis → metronidazol, giardia lamblia (diarree, soms
chronisch) → metronidazol
, 25-05-2022 / LES 2
Urinewegstelsel
- Anatomie urinewegstelsel
- Fysiologie urinewegstelsel
Anatomie:
Renes - nieren
Ureters - urineleiders
Vesica urinaria - blaas
Urethra - urinebuis/plasbuis
Urineleiders: Ureters
- Veel glad spierweefsel → urine actief
voorgeleid door peristaltische bewegingen
- Onderste deel schuin in blaaswand → ventielwerking
Vergrote prostaat: Hyperplasie → kwaadaardig → maligne
→ goedaardig → benigne
Blaas
- Voornamelijk glad spierweefsel
- 2 sluitspieren:
- Inwendige (gladde spier: onwillekeurig)
- Uitwendige (dwarsgestreepte spier: willekeurig)
- De blaas is een opslagplaats
- Bij 350 ml. urine krijgen we drang om te plassen → mictiedrang
Invloeden op mictiedrang:
- Emoties; angst, lachen, verdriet
- Stress, zenuwen
- Kou
Urinebuis (Urethra)
- Verbinding van blaas met buitenwereld
- Bij een man: +/- 20 cm verloopt door de prostaat en de penis heen
- Bij de vrouw: 2,5 - 4 cm
- Bij de vrouw daardoor vlugger kans op blaasontsteking, doordat bacteriën er makkelijker bij
komen. Ecoli (poep) bacterie = grootste boosdoener bij blaasontsteking
Tips bij blaasontsteking:
- Cranberry capsules, daardoor hechten bacteriën zich minder goed aan de blaaswand
- Vitamine C (acidum asborbidum/ascorbinezuur), bijv. 1000 mg voor het slapen gaan
- Van voor naar achteren afvegen
- Voldoende water drinken
- Goed uitplassen, en na gemeenschap meteen gaan plassen