MSAw
IVT uitwerkingen
Casus 1
Context:
Er meldt zich een patiënt met de net gestelde medische diagnose M. Bechterew voor een eerste
consult.
Klinische tekenen/en of symptomen:
Bewegingsbeperkingen en pijnklachten.
Opdracht:
1.Onderzoek de mobiliteit van de wervelkolom, waarvan je verwacht dat deze beïnvloedt wordt
door de aandoening.
Schöber test:
- De student meet de flexie van de lumbosacrale wervelkolom volgens de test van Schöber.
- De patiënt zit op een kruk, waarbij de heupen 90 graden gebogen. De rug is actief gestrekt.
- Uitvoering:
Er wordt een drietal referentiepunten vastgesteld
- De horizontale lijn tussen de kuiltjes van heberden (SIPS)
- Een punt op de wervelkolom 10 cm. Craniaal van deze lijn
- Een punt op het sacrum 5 cm. Caudaal van deze lijn
- Na markering van deze punten wordt de PP gevraag lumbaal te kyfoseren, waardoor een
maximale flexie ontstaat in de lumbosacrale wervelkolom in de zithouding.
Vervolgens wordt de verandering in afstand tussen de markeringspunten ten opzichte van de
horizontale lijn vastgesteld.
<1,5 cm en boven 6 cm is afwijkend.
- Het betreft hier een meting van uitsluitend de lumbosacrale wervelkolom in zit. Zowel de
afgrenzing van deze regio als de uitgangshouding zijn bepalend voor de geringe mate van
flexie, welk onder normale omstandigheden wordt gemeten.
- Deze test kan ook gewoon staand worden uitgevoerd.
, Blok C
Ribspreiding test:
Meetlint net onder bh bij vrouwen of bij mannen over hun tepel. Zo ver mogelijk inademen en de
spreiding meten.
Vinger-bodem afstand:
- Flexie
- Afstand tussen de langste vinger (middelvinger) en de bodem in centimeters opmeten.
- De onderzoeker dient zich ervan bewust te zijn dat de vingertop-bodemafstand niet
uitsluitend wordt bepaald door de flexie van de lumbale wervelkolom, maar eveneens wordt
beïnvloed door de mobiliteit van de heupgewrichten en de hamstrings.
C7 naar de muur:
2.Voer een aantal provocatietests uit om de actualiteit te bepalen.
Posterior-anterior springtest:
- Patiënt ligt op buik op de tafel.
- Ft staat naast pt. En geeft met pinkmuis op proc.spinosus of dig.2-3 op proc. Transversus een
druk naar ventraal.
Distraction test/ gapping test:
- De patient ligt in ruglig, met de te onderzoeken zijde aan de rand van de behandelbank.
- De onderzoeker staat naast de patiënt aan de te onderzoeke zijde, ter hoogte van de bekken.
- De onderzoeker geeft, met gekruiste armen, met de handpalmen druk op de spina iliaca
anterior superior (SIAS), in een dorso-laterale richting.
- De test is positief bij herkenbare pijn met hotspot in SI.
, Blok C
Compression test/ approximation test:
- De patient ligt in zijlig, met de te onderzoeken zijde boven en de rug zo dicht mogelijk bij de
zijkant van de behandelbank. De heupen zijn geflecteerd tot ongeveer 45 graden, en de
knieën ongeveer 90 graden.
- De onderzoeker staat aan de rugzijde van de patiënt ter hoogte van het bekken.
- De onderzoeker plaats zijn samengevouwen handen op de anteriore rand van de crista iliaca
en geeft een naar beneden gerichte druk.
- De test is positief bij herkenbare pijn.
Thigh thrust test/ femoral shear test/ posterior pelvic pain provocation (PPPP):
- De patiënt ligt in ruglig met het contralaterale been gestrekt.
- De onderzoeker staat aan de te onderzoeken zijde ter hoogte van het bekken.
- De onderzoeker flecteert het ipsilaterale been tot ongeveer 90 graden heupflexie waarbij de
knie ontspannen blijft. De onderzoeker adduceert rustig het femur en omsluit de knie met
samengevouwen handen. De onderzoeker voert een opvoerende kracht uit inde lengte
richting van het femur, wat zorgt voor een afschuiving van anterior naar posterior van het SI-
gewricht aan dezelfde zijde.
- De test is positief bij herkenbare pijn.
Patrick’s sign/ faber test:
- De patiënt ligt in ruglig.
- De onderzoeker staat aan de te onderzoeken zijde ter hoogte van het bekken.
- De patiënt brengt de ipsilaterale knie in flexie, met de mediale zijde van de hiel tegen de knie
van het andere been. De onderzoeker fixeert het contralaterale spina iliaca anterior superior
(SIAS) om er zeker van te zijn dat de lage rug in een neutrale positie blijft. De patiënt laat het
ipsilaterale been zo ver mogelijk zakken richting de behandelbank, terwijl de voet in contact