Hoofdstuk 35 Ventilatie
35.1 Inleiding
Ventileren = het verversen van lucht.
Zuiverheid van lucht is een van de factoren die de behaaglijkheid in een ruimte bepalen.
In de huidige woningbouw besteed men veel aandacht veel aandacht aan kierdichting,
waardoor huizen thermisch goed geïsoleerd zijn.
Vroeger (toen aardgas goedkoop was) nam men het niet zo nauw met de aansluitingen van
kozijnen ontstonden veel kieren.
Onbedoelde ventilatie: de lucht werd vroeger voldoende geventileerd.
Sinds de oliecrisis gaat men bewuster om met brandstof.
35.2 Bewonersgedrag
Tegenwoordig moet men roosters openzetten voor ventilatie, aan de ene wil men graag
besparen op energiekosten en aan de andere kant ventileren. Hierdoor kiezen veel mensen
voor isolatie.
Gedragingen van bewoners zijn dus van invloed op het binnenklimaat. Daarom wordt er in
verschillende normen rekening gehouden met het bewonersgedrag.
Gasvoorschriften staat: dat bij open toestellen een bepaald opgesteld vermogen
ventilatievoorzieningen moeten worden aangebracht. Gesloten toestellen: het geheel is
aangesloten op de buitenlucht, zodat er op geen enkele wijze binnenshuis
luchtverontreiniging optreedt ten gevolge van dit soort gastoestellen.
35.3 Bouwbesluit
Ventilatie moet zorgen voor toevoer van verse lucht (O2) en afvoer van vervuilde lucht
(CO2). Voorschriften van het bouwbesluit zijn hierop gebaseerd.
In een verblijfsgebied (woonkamers/slaapkamers), toiletruimte en badruimte moet een
voorziening aanwezig zijn voor de toevoer van verse lucht en de afvoer van binnenlucht
nodig om te voorkomen dat de binnenlucht een voor de gezondheid nadelige kwaliteit krijgt.
De ruimten mogen langs natuurlijke of mechanische weg geventileerd worden.
De toevoer van de verse lucht naar een verblijfsgebied en de afvoer van de binnenlucht uit
dat gebied moeten met elkaar in evenwicht zijn. Als in een verblijfsgebied (keuken) een
kooktoestel Is opgesteld, moet de ventilatiecapaciteit minimaal 0,021 m³/s zijn
(overeenkomstig 75 m³/h). Over het algemeen wordt dit als te weinig ervaren. De vereiste
capaciteit voor de afvoer van binnenlucht moet voor een tollet 0,007m³/s zijn en voor een
badkamer 0,014 m³/s (respectievelijk 25 en 50 m³/h). Bij de badkamer ligt de nadruk op het
afvoeren van waterdamp.
35.1 Inleiding
Ventileren = het verversen van lucht.
Zuiverheid van lucht is een van de factoren die de behaaglijkheid in een ruimte bepalen.
In de huidige woningbouw besteed men veel aandacht veel aandacht aan kierdichting,
waardoor huizen thermisch goed geïsoleerd zijn.
Vroeger (toen aardgas goedkoop was) nam men het niet zo nauw met de aansluitingen van
kozijnen ontstonden veel kieren.
Onbedoelde ventilatie: de lucht werd vroeger voldoende geventileerd.
Sinds de oliecrisis gaat men bewuster om met brandstof.
35.2 Bewonersgedrag
Tegenwoordig moet men roosters openzetten voor ventilatie, aan de ene wil men graag
besparen op energiekosten en aan de andere kant ventileren. Hierdoor kiezen veel mensen
voor isolatie.
Gedragingen van bewoners zijn dus van invloed op het binnenklimaat. Daarom wordt er in
verschillende normen rekening gehouden met het bewonersgedrag.
Gasvoorschriften staat: dat bij open toestellen een bepaald opgesteld vermogen
ventilatievoorzieningen moeten worden aangebracht. Gesloten toestellen: het geheel is
aangesloten op de buitenlucht, zodat er op geen enkele wijze binnenshuis
luchtverontreiniging optreedt ten gevolge van dit soort gastoestellen.
35.3 Bouwbesluit
Ventilatie moet zorgen voor toevoer van verse lucht (O2) en afvoer van vervuilde lucht
(CO2). Voorschriften van het bouwbesluit zijn hierop gebaseerd.
In een verblijfsgebied (woonkamers/slaapkamers), toiletruimte en badruimte moet een
voorziening aanwezig zijn voor de toevoer van verse lucht en de afvoer van binnenlucht
nodig om te voorkomen dat de binnenlucht een voor de gezondheid nadelige kwaliteit krijgt.
De ruimten mogen langs natuurlijke of mechanische weg geventileerd worden.
De toevoer van de verse lucht naar een verblijfsgebied en de afvoer van de binnenlucht uit
dat gebied moeten met elkaar in evenwicht zijn. Als in een verblijfsgebied (keuken) een
kooktoestel Is opgesteld, moet de ventilatiecapaciteit minimaal 0,021 m³/s zijn
(overeenkomstig 75 m³/h). Over het algemeen wordt dit als te weinig ervaren. De vereiste
capaciteit voor de afvoer van binnenlucht moet voor een tollet 0,007m³/s zijn en voor een
badkamer 0,014 m³/s (respectievelijk 25 en 50 m³/h). Bij de badkamer ligt de nadruk op het
afvoeren van waterdamp.