Mayenne Janssen
Week 1: H1 excl. 1.4+1.5 + H2 t/m 2.3
Managers:
Een manager is iemand die processen stuurt, die het handelen van anderen op gang brengt. Hij
neemt als leidinggevende voortdurend beslissingen over wat er moet gebeuren, op welke manier,
door wie, wanneer. Wanneer we naar management kijken als activiteit, dan zijn de volgende 5
bestanddelen te onderscheiden:
- Beleidsbepaling en planning
- Organiseren
- Opdrachten geven en hulp verstrekken bij de uitvoering ervan
- Coördineren
- Controleren en zo nodig bijsturen
De 3 niveaus van managers:
- Top:
De eigenaar-leider van een bedrijf, de directeur of meerhoofdige directie van een bv of nv,
het bestuur, de raad van bestuur. Maakt strategische en lange termijn beslissingen
- Middel:
Moeten het algemeen beleid uitvoeren en ook direct leidinggeven aan de uitvoerenden. Een
paar van de belangrijkste taken van het middel management zijn activiteiten leiden en
sturen, operationele beslissingen nemen, doorgeven van informatie top-down en bottom-up,
plannen, werkzaamheden organiseren, medewerkers motiveren, interne en externe
contacten onderhouden, rapporteren en nieuwe activiteiten genereren.
- Uitvoerend:
De voorman, chef of baas op de werkvloer. Heeft leiding en coaching over de uitvoerende
medewerkers.
Soorten beslissingen binnen het managementproces:
- Strategisch: zware impact
Betreffen de vaststelling van organisatiedoelen, de keuze van middelen en de weg waarlangs
we de doelen willen bereiken. Bijvoorbeeld een grote investering, een fusie of sluiting, of het
ontwikkelen van een nieuw product.
- Organisatorisch: minder zware impact
Betreffen de organisatieopbouw en de taak- en bevoegdheidsverdeling. Bijvoorbeeld andere
organisatiestructuur, nieuwe procedures ontwikkelen, of een ander informatiesysteem
opzetten.
- Operationeel: weinig impact
Betreffen de dagelijkse uitvoering. Deze beslissingen betreffen zich herhalende, vrij
routinematige uitvoeringsproblemen. Bijvoorbeeld rapportages van voorraadniveaus,
verkoopcijfers en kostenbudgetten
en controles.
1
, Periode 2.1 Management en Organisatie FM2A
Mayenne Janssen
Organisatie:
Mensen die samenwerken om een gemeenschappelijk doel te bereiken. Organisaties als
samenwerkingsverbanden van mensen en middelen zijn altijd het gevolg van doelbewust handelen.
Dit wordt ook wel organiseren genoemd. Organiseren is het scheppen van doelmatige verhoudingen
tussen mensen, middelen en handelingen om bepaalde doeleinden te bereiken.
Voorbeelden: bedrijven (winstoogmerk), non-profit organisaties, overheidsinstellingen, verenigingen.
- Goede organisaties zijn:
o Effectief (doeltreffend)
o Efficiënt (doelmatig)
Omvormingsproces organisatie:
hulpbonnen:
mensen organisatie:
grondstoffen technisch product of dienst
machines omvormings- of
energie transformatieproces
informatie
Procesmodel van een organisatie:
Het managementproces staat in een sturende relatie tot de primaire uitvoeringsprocessen of
hoofdprocessen. De relatie tussen het managementproces en de uitvoeringsprocessen zijn te
onderscheiden in:
- Primaire of hoofdprocessen:
Omvatten de activiteiten die direct bijdragen aan het tot stand komen van een product of
dienst, bijvoorbeeld: inkoop, productie, verkoop. Dus aan primaire processen of ontleent een
organisatie haar bestaan.
- Secundaire of ondersteunende processen:
Omvatten de activiteiten die de primaire processen faciliteren. Ze zijn geen doel opzich, maar
dienen vooral om de primaire processen ongestoord en effectief te laten verlopen.
Bijvoorbeeld personele/financiële ondersteuning en informatievoorziening.
- Bestuurlijke of regelende en voorwaardenscheppende processen:
Betreffen de activiteiten die doelen bepalen voor en richting geven aan primaire en
secundaire processen. Bestuurlijke processen scheppen voorwaarden om waarde toe te
voegen en richten de organisatie op de te bereiken organisatiedoelen.
2