Becijfering
Tentamen (29/03, 10.00-12.00, Beatrix, 7e etage)
o Weging: 55%
o Minimum cijfer: 5
SPSS toets (14/03 13-15 voor ASW, 15/03, 09-13 voor CA en SOC, Ruppert 038)
o Weging: 15%
o Minimum cijfer: 5
Onderzoeksopdrachten (deadline dinsdag 11 april vóór 12.00)
o Weging: 30%: hierbinnen is 60% voor het groepswerk, 30% individueel werk,
10% APA gebruik, taalgebruik en lay-out (zie bijlage 2 van werkboek voor het
nakijkmodel)
o Minimum cijfer: 5
Inspanning tijdens werkgroepen: voldoende (actieve deelname, voorbereiding &
huiswerk)
Leerdoelen MTS 2
Kennis van verschillende methoden van onderzoek
Inzicht in het belang van kennis over verschillende methoden van onderzoek
In staat zijn om een theoretisch onderbouwde probleemstelling en onderzoeksvraag
op te stellen
In staat zijn om voor een onderzoeksvraag de meest geschikte methode te kiezen
Het kunnen opzetten en afnemen van kwalitatieve interviews
Ga met je groepje bij elkaar zitten (schuif de tafels bij elkaar) en pak de je uitwerking van de
vragen over Coleman & Cater (2005): Underage ‘binge’ drinking: A qualitative study into
motivations and outcomes. Ik deel intussen de samenvatting van het artikel uit.
Bespreek onderling de volgende vragen (10 minuten):
Op welke vraag is antwoord gegeven in dit artikel? Wat is het antwoord?
Hoe zou dit onderzoek vervolgd kunnen worden door middel van survey onderzoek?
Geef enkele suggesties voor een onderzoeksvraag, relevante vragen, een passende
doelgroep, etc.
Wat lijkt je beter? Kwalitatief of kwantitatief onderzoek? Waarom?
Als je een onderzoek doet naar een nieuw onderwerp, zou je dan beginnen met
kwalitatief of kwantitatief onderzoek? Waarom?
Welke methode is geschikter voor het opstellen van een beleidsadvies?
Eindopdracht: het kwalitatieve onderzoek
Op het moment dat je een relatief onbekend onderwerp gaat bestuderen kan het kwalitatieve
onderzoek een uitkomst bieden. Waarom?
Er zijn hoofdzakelijk drie verschillende methoden van kwalitatieve interviews (deze drie
methoden worden vaak in opeenvolging toegepast!):
1. Narratief (een goed startpunt! Je stimuleert de ander om over het onderwerp te
praten)
2. Semi-gestructureerd (Hiermee kun je aftasten welke onderwerpen van belang zijn)
3. Gestructureerd (doelgericht informatie zoeken door specifieke vragen te stellen)
Gedurende deze cursus ga je aan de slag met:
Semi-gestructureerde interview (met wijkbewoner)
Gestructureerde interview (met professional in de wijk)