Arm en rijk
Nederland en Europa
Ontwikkelingslanden
,Nederland en Europa
Welvaart
Welvaart is een situatie waarin de mensen in ruime mate in hun behoeften kunnen voorzien. Een
welvarend land is een rijk land. Het tegenovergestelde van rijkdom is armoede. Maar hoe meet je
of een land arm of rijk is? Daarvoor gebruiken we het BNP: het Bruto Nationaal Product. Dat
zouden we kunnen meten in euro’s of andere geldsoorten, maar de internationale afspraak is dat
het BNP gemeten wordt in dollars.
Big Mac Index
We kunnen alle landen van de wereld vergelijken door het BNP per hoofd van de bevolking uit te
rekenen. Maar dan is die vergelijking niet altijd eerlijk. Veel belangrijker is de koopkracht: hoeveel
kun je voor je geld kopen? Daarvoor is de Big Mac Index bedacht, op basis van een product dat
overal in de wereld exact hetzelfde is. Hieronder zie je voor een aantal landen de prijzen die je in
2013 voor één Big Mac betaalde.
Land Prijs
Oekraïne € 2,11
Polen € 2,58
Nederland € 4,12
Noorwegen € 6,79
Zwitserland € 6,81
Werken voor een Big Mac
In de tabel hieronder zie je hoe lang iemand die het minimumloon verdient, moet werken om een
Big Mac te kunnen kopen.
Land Aantal uur
Australië 0,3
Frankrijk 0,4
VS 0,6
Griekenland 0,9
Argentinië 1,2
Rusland 2,6
China 3,1
India 5,8
Lorenzcurve
De verschillen in welvaart tussen landen in Europa zijn groot. Gemiddeld zijn de mensen in
Nederland welvarender dan de mensen in Albanië. Maar dat betekent niet dat iedereen in
Nederland even welvarend is. De verschillen binnen een land kunnen heel groot zijn. De
verschillen in een land kun je duidelijk maken met de Lorenzcurve. Max Lorenz bedacht de curve
in 1905, hij was toen nog een student economie. Als in een land
iedereen evenveel zou verdienen, zou de Lorenzcurve in een
rechte lijn van linksonder naar rechtsboven lopen (de zwarte
diagonaal): 25% van de mensen verdient 25% van het inkomen,
50% van de mensen verdient 50% van het inkomen, etc. In
werkelijkheid zijn er altijd inkomensverschillen. Je krijgt dan
bijvoorbeeld de groene lijn:
- de armste 25% van de bevolking verdient samen 10% van het
totale inkomen,
- de tweede 25% verdient 15% (25 - 10 = 15) van het inkomen,
- de derde 25% verdient 22% (47 - 25 = 22) van het inkomen,
- de 25% rijkste verdienen samen 53% van het totale inkomen.
, Ontwikkelingslanden
Arme en rijke landen
Eeuwenlang bleef het aantal mensen op aarde ongeveer gelijk. Tot in de twintigste eeuw. Toen
groeide de wereldbevolking ineens tot drie miljard mensen. En in de laatste vijftig jaar is dat aantal
nog eens verdubbeld. Er leven nu dus ongeveer 6 miljard mensen op aarde, dat is een 6 met 9
nullen. De meeste wereldburgers wonen in arme landen. Daar moet de bevolking leven van
minder dan één euro per dag. We noemen die landen ontwikkelingslanden. In die
ontwikkelingslanden hebben de mensen soms niet genoeg te eten. En er is vaak gebrek aan
schoon drinkwater. Die arme landen liggen voornamelijk in: Azië, Afrika en Midden- en Zuid-
Amerika. De rijke industrielanden liggen in: Noord-Amerika, Europa en Australië. Het rijke
Noorden en het arme Zuiden.
Ontwikkelingslanden
Een ontwikkelingsland is een land
waar de levensomstandigheden voor
een groot deel van de bevolking slecht
zijn: veel mensen kunnen slecht in
hun behoeften voorzien. Op de kaart
zie het nationaal inkomen per hoofd
van de bevolking. Hoe donkerder de
kleur hoe hoger het gemiddeld
inkomen.
Centrum en periferie
Economisch gezien heeft het rijke westen altijd een dominante positie gehad ten opzichte van de
rest van de wereld. Pas sinds enkele jaren spelen ook enkele landen in Azië en Zuid-Amerika een
belangrijkere rol in de economie. De relatie tussen een dominant kerngebied en andere gebieden
wordt wel een centrum-periferie-relatie genoemd. Het dominante gebied is het centrum, de
andere gebieden vormen de periferie. Op mondiaal niveau wordt de relatie tussen de rijke
gebieden en de armere ontwikkelingslanden, die voorheen vaak kolonies waren van de rijke
gebieden, aangeduid als centrum-periferie-relaties. Op landelijk niveau kan de relatie tussen een
stad en het platteland vaak worden aangeduid als centrum-periferie-relatie.
Inkomen per hoofd van de bevolking
Een laag gemiddeld inkomen per inwoner is één van de kenmerken van ontwikkelingslanden.
In de tabel zie je van enkele landen het bruto nationaal inkomen (= gelijk aan het inkomen van
alle inwoners samen), het aantal inwoners en het gemiddeld inkomen per inwoner.
Als je kijkt naar het gemiddeld inkomen per inwoner zie je grote verschillen. Het is duidelijk dat
Indonesië en Rwanda tot de ontwikkelingslanden behoren. In deze landen heeft een groot deel
van de bevolking moeite om in het bestaansminimum te voorzien. De Wereldbank hanteert
als armoedegrens een inkomen van 1 dollar per dag.
Het inkomen per hoofd van de bevolking wordt vaak als maatstaf voor welvaart gezien. Maar
er kleven ook enkele bezwaren aan deze maatstaf:
Welzijn → ook producten die niet te koop zijn, kunnen bijdragen aan welvaart.