Toets Op NIVEAU spellen en formuleren
4V
Opdracht 1 Werkwoorden
Noteer de juiste werkwoordsvormen
1 Vorige week ….. (branden) dat vuur niet.
2 Waar ……. (word) jij het gelukkigst van?
3 Wij …… (uitblazen) de kaarsen gisteravond …… .
4 Tijdens de Olympische Spelen heb ik keihard …….. (juichen).
5 Hij ……. (afronden) zijn opleiding volgend jaar ….. .
Opdracht 2 Meervoud van zelfstandig naamwoorden
Noteer het juiste meervoud van de zelfstandig naamwoorden
6 bureau
7 dreumes
8 musicus
9 paragraaf
10 kiwi
Opdracht 3 Verkleinwoorden
Noteer het verkleinwoord van de volgende zelfstandige naamwoorden
11 café
12 wc
13 duim
14 paraplu
15 gang
Opdracht 4 Bijvoeglijke naamwoorden
Noteer de bijvoeglijke naamwoorden die op de open plekken kunnen staan
16 ontbreken het ………. spoor
17 verven de ………. muur
18 zijde de ………. sjaal
19 bedenken het ………… raadsel
20 aansteken het ………… vuur
4V
Opdracht 1 Werkwoorden
Noteer de juiste werkwoordsvormen
1 Vorige week ….. (branden) dat vuur niet.
2 Waar ……. (word) jij het gelukkigst van?
3 Wij …… (uitblazen) de kaarsen gisteravond …… .
4 Tijdens de Olympische Spelen heb ik keihard …….. (juichen).
5 Hij ……. (afronden) zijn opleiding volgend jaar ….. .
Opdracht 2 Meervoud van zelfstandig naamwoorden
Noteer het juiste meervoud van de zelfstandig naamwoorden
6 bureau
7 dreumes
8 musicus
9 paragraaf
10 kiwi
Opdracht 3 Verkleinwoorden
Noteer het verkleinwoord van de volgende zelfstandige naamwoorden
11 café
12 wc
13 duim
14 paraplu
15 gang
Opdracht 4 Bijvoeglijke naamwoorden
Noteer de bijvoeglijke naamwoorden die op de open plekken kunnen staan
16 ontbreken het ………. spoor
17 verven de ………. muur
18 zijde de ………. sjaal
19 bedenken het ………… raadsel
20 aansteken het ………… vuur