MAW-samenvatting H6: politiek in de praktijk, 4
HAVO.
Paragraaf 1: representatie en representativiteit
© Als volk eigen vertegenwoordigers kiest → volkssoevereiniteit
© Representatie → de vertegenwoordiging van een groep in (politieke)
organisaties door 1 of enkele betrokken die namens de groep optreden.
Representativiteit: is de mate waarin de (politieke) besluiten, de
standpunten of achtergrondkernmerken van vertegenwoordigers
overeenkomen met die van de groep die vertegenwoordig wordt.
© Zorgen voor een goede representativiteit doormiddel te kijken naar:
Achtergrondkenmerken (man/vrouw, leeftijd, woonplaats, etc.)
Standpunten (meningen, normen en waarden)
Besluiten
→ Komen ze overeen? Representatief!
Paragraaf 2: politieke partijen
Liberalisme: individuele rechten en individuele vrijheden:
Vrijheid van individu erg belangrijk (als het niet ten kosten gaat vrijheid
van een ander)
Passieve rol van de overheid (oplossen het liefst door de markt of het
individu)
VVD, PVV, FVD, D66
Confessionalisme: christelijke waarden en samenwerkingen in
maatschappelijke verbanden zoals verenigingen, scholen en kerken:
Naastenliefde, saamhorigheid van groot belang
Middelmatige rol overheid → eerst zelf, dan pas overheid
Vrijheid van cultuur
Wisselende rol van overheid
CDA, ChristenUnie, SGP
Socialisme/sociaaldemocratisch: gelijkheid en een sturende rol van de
overheid om dit te kunnen waarmaken:
Culturele vrijheid
Grote rol overheid
PVDA, GroenLinks, SP, PVD, DENK, 50 PLUS
Christendemocratische partijen kun je conservatief zowel liberaal als sociaal
progressief noemen.
Pragmatische partij → willen oplossingen die door experts het best wordt
beschouwd.
Populistische partij → zeggen dat ze het volk vertegenwoordigen.
HAVO.
Paragraaf 1: representatie en representativiteit
© Als volk eigen vertegenwoordigers kiest → volkssoevereiniteit
© Representatie → de vertegenwoordiging van een groep in (politieke)
organisaties door 1 of enkele betrokken die namens de groep optreden.
Representativiteit: is de mate waarin de (politieke) besluiten, de
standpunten of achtergrondkernmerken van vertegenwoordigers
overeenkomen met die van de groep die vertegenwoordig wordt.
© Zorgen voor een goede representativiteit doormiddel te kijken naar:
Achtergrondkenmerken (man/vrouw, leeftijd, woonplaats, etc.)
Standpunten (meningen, normen en waarden)
Besluiten
→ Komen ze overeen? Representatief!
Paragraaf 2: politieke partijen
Liberalisme: individuele rechten en individuele vrijheden:
Vrijheid van individu erg belangrijk (als het niet ten kosten gaat vrijheid
van een ander)
Passieve rol van de overheid (oplossen het liefst door de markt of het
individu)
VVD, PVV, FVD, D66
Confessionalisme: christelijke waarden en samenwerkingen in
maatschappelijke verbanden zoals verenigingen, scholen en kerken:
Naastenliefde, saamhorigheid van groot belang
Middelmatige rol overheid → eerst zelf, dan pas overheid
Vrijheid van cultuur
Wisselende rol van overheid
CDA, ChristenUnie, SGP
Socialisme/sociaaldemocratisch: gelijkheid en een sturende rol van de
overheid om dit te kunnen waarmaken:
Culturele vrijheid
Grote rol overheid
PVDA, GroenLinks, SP, PVD, DENK, 50 PLUS
Christendemocratische partijen kun je conservatief zowel liberaal als sociaal
progressief noemen.
Pragmatische partij → willen oplossingen die door experts het best wordt
beschouwd.
Populistische partij → zeggen dat ze het volk vertegenwoordigen.