Vennootschappen & Rechtspersonen 2016 – 2017
Werkgroepopdrachten week 1 t/m 4
Week 1 Personenvennootschappen, deel I
Casus I
Bert en Geert kennen elkaar van de rechtenstudie in Utrecht en werken allebei al een aantal
jaren in de praktijk als advocaat. Tijdens een reünie van hun studievereniging in Utrecht
raken Bert en Geert aan de praat en ontstaat het idee om samen een advocatenpraktijk te
beginnen. De praktijk zou gevoerd kunnen worden vanuit de woning van Bert onder de
naam Bert en Geert advocaten. Een paar maanden later bezoeken Bert en Geert de notaris
om een contract te tekenen waarin de voorwaarden voor hun samenwerking zijn vastgelegd.
In het contract is onder andere bepaald dat Bert zijn huis inbrengt, Geert een geldbedrag zal
inbrengen en dat de winsten gelijk verdeeld zullen worden. Het samenwerkingsverband
wordt ingeschreven in het handelsregister met de gemaakte afspraken inzake
vertegenwoordiging.
Vraag 1
Hoe zou het samenwerkingsverband van Bert en Geert gekwalificeerd moeten worden?
Welke elementen spelen bij die kwalificatie een rol? Is het vereist dat Bert en Geert de
afspraken over hun samenwerking schriftelijk dan wel notarieel vastleggen?
Het samenwerkingsverband kan worden gekwalificeerd als een maatschap in de zin van art.
7A:1655; een overeenkomst, waarbij twee of meer personen zich verbinden om iets in
gemeenschap te brengen, met het oogmerk om het daaruit ontstane voordeel met elkander
te delen. De inbreng kan bestaan in geld, genot van goederen en arbeid art. 7A:1662 BW. Uit
het arrest Dierenartspraktijk worden alle vereisten genoemd die de maatschap kwalificeren:
samenwerkingsverband (gelijkwaardige samenwerking), gemeenschappelijke rekening, twee
of meer personen, vermogensrechtelijk voordeel, inbreng, beroep of bedrijf.
Het samenwerkingsverband is een overeenkomst. Hiervoor zijn de bepalingen van boek 6
van toepassing; art. 6:219 en 6:279 BW. De overeenkomst kan vormvrij worden aangegaan,
dus ook mondeling.
Er is hier sprake van een beroep, namelijk advocaten en daarom is er geen sprake van een
VOF.
De maatschap dient te worden ingeschreven in het Handelsregisterwet in de zin van art. 5
Hrgw, dit is geen ontstaansvereiste.
Vraag 2
a. Stel dat Bert namens het kantoor kantoorbenodigdheden heeft besteld voor € 1.500 en
deze bij afname uit eigen zak betaald heeft, kan hij deze betaling dan verhalen op de
vennootschap of op de andere vennoot?
Werkgroepopdrachten week 1 t/m 4
Week 1 Personenvennootschappen, deel I
Casus I
Bert en Geert kennen elkaar van de rechtenstudie in Utrecht en werken allebei al een aantal
jaren in de praktijk als advocaat. Tijdens een reünie van hun studievereniging in Utrecht
raken Bert en Geert aan de praat en ontstaat het idee om samen een advocatenpraktijk te
beginnen. De praktijk zou gevoerd kunnen worden vanuit de woning van Bert onder de
naam Bert en Geert advocaten. Een paar maanden later bezoeken Bert en Geert de notaris
om een contract te tekenen waarin de voorwaarden voor hun samenwerking zijn vastgelegd.
In het contract is onder andere bepaald dat Bert zijn huis inbrengt, Geert een geldbedrag zal
inbrengen en dat de winsten gelijk verdeeld zullen worden. Het samenwerkingsverband
wordt ingeschreven in het handelsregister met de gemaakte afspraken inzake
vertegenwoordiging.
Vraag 1
Hoe zou het samenwerkingsverband van Bert en Geert gekwalificeerd moeten worden?
Welke elementen spelen bij die kwalificatie een rol? Is het vereist dat Bert en Geert de
afspraken over hun samenwerking schriftelijk dan wel notarieel vastleggen?
Het samenwerkingsverband kan worden gekwalificeerd als een maatschap in de zin van art.
7A:1655; een overeenkomst, waarbij twee of meer personen zich verbinden om iets in
gemeenschap te brengen, met het oogmerk om het daaruit ontstane voordeel met elkander
te delen. De inbreng kan bestaan in geld, genot van goederen en arbeid art. 7A:1662 BW. Uit
het arrest Dierenartspraktijk worden alle vereisten genoemd die de maatschap kwalificeren:
samenwerkingsverband (gelijkwaardige samenwerking), gemeenschappelijke rekening, twee
of meer personen, vermogensrechtelijk voordeel, inbreng, beroep of bedrijf.
Het samenwerkingsverband is een overeenkomst. Hiervoor zijn de bepalingen van boek 6
van toepassing; art. 6:219 en 6:279 BW. De overeenkomst kan vormvrij worden aangegaan,
dus ook mondeling.
Er is hier sprake van een beroep, namelijk advocaten en daarom is er geen sprake van een
VOF.
De maatschap dient te worden ingeschreven in het Handelsregisterwet in de zin van art. 5
Hrgw, dit is geen ontstaansvereiste.
Vraag 2
a. Stel dat Bert namens het kantoor kantoorbenodigdheden heeft besteld voor € 1.500 en
deze bij afname uit eigen zak betaald heeft, kan hij deze betaling dan verhalen op de
vennootschap of op de andere vennoot?