Week 4: (Hfd. 7.1 t/m 7.6 + 8.1)
Verbintenissenrecht (recht en plicht tegen over elkaar)
Bronnen van verbintenissen:
- Overeenkomst: een meerzijdige rechtshandeling omdat voor het ontstaan van een
rechtsgevolg de op elkaar aansluitende wilsverklaring van twee of meer personen nodig zijn.
- Wet
De overeenkomst:
- Komt tot stand door aanbod en aanvaarding (art. 6:217 BW)
o Aanbod: het aanbod kan als eenzijdige wilsverklaring in iedere vorm geschieden,
maar zal, om werking te hebben, de ander bereikt moeten hebben. Van een aanbod is
alleen sprake wanneer het ten minste de essentiële elementen van de overeenkomst
bevat. Ontbreekt een van de essentialia, dan is er géén aanbod gedaan.
o Aanvaarding: de aanvaarding is de wilsverklaring die een acceptatie van het aanbod
behelst. Met de aanvaarding komt de overeenkomst tot stand. De aanvaarding van
een aanbod moet plaatsvinden op een tijdstip dat het aanbod (nog steeds) van kracht
is.
Een geldig (dat wil zeggen: nietig of vernietigbaar) aanbod kan zijn kracht ook verliezen doordat het
vervalt. Een aanbod kan vervallen door de volgende drie oorzaken:
1. Tijdsverloop:
a. Indien het een mondeling aanbod betreft dat niet onmiddellijk is aanvaard art. 6:221
lid 1 BW.
b. Indien het een schriftelijk aanbod betreft dat niet binnen een redelijke tijd is aanvaard
art. 6:221 lid 1 BW.
c. Indien in het aanbod een termijn voor aanvaarding is genoemd en niet binnen die
termijn is aanvaard.
2. Verwerping: een aanbod vervalt doordat het wordt verworpen art. 6:221 lid 2 BW
3. Herroeping: door herroepen art. 6:219 BW. Hoofdregel is dat ieder aanbod kan worden
herroepen. Na herroeping bestaat het aanbod niet meer, zodat een na de herroeping gedane
aanvaarding geen overeenkomst tot stand doet komen.
Onherroepelijk aanbod:
Niet mogelijk:
a. Wanneer het aanbod een termijn stekt voor de aanvaarding
b. Wanneer de onherroepelijkheid op andere wijze uit het aanbod volgt
c. Bij optiebeding. Als een onherroepelijk aanbod geldt ook het optiebeding waarbij de ene
partij zich verbindt om met deze bepaalde overeenkomst te sluiten.
Niet meer mogelijk:
a. Wanneer het aanbod al is aanvaard
b. Wanneer er een mededeling, die de aanvaarding bevat, is verzonden
- Moment waarop de rechtshandeling werkt: genuanceerde ontvangsttheorie (art. 3:37 lid 3
jo. 6:224 BW), wanneer de overeenkomst ontvangen wordt, aankomst
1