1.1 Nationalisme en imperialisme
Na de nederlaag van Napoleon in 1815 streefde men in Europa naar het herstel van de politiek situatie voor de
Franse Revolutie. Er kwamen uiteindelijk revoluties in Frankrijk, en het nationalisme, kolonialisme en
imperialisme bepaalden de belangrijkste politieke ontwikkelingen in Europa en in de wereld.
Nationalisme politieke streven naar nationale eenwording en de vorming van natiestaten.
↳ VB: Griekse vrijheidsoorlog (1821) en eenwording van Italië en Duitsland.
Het nationalisme leidde ook tot:
- Grote belangstelling voor het verleden van eigen volk en volkskarakter.
Na Napoleons nederlaag werden de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden herenigd in een koninkrijk onder
koning Willem I. In de Julirevolutie in Parijs kwamen de Belgen in opstand voor de onafhankelijkheid, hierdoor
was de hereniging niet lang door meningsverschillen. Het Zuiden van de Nederlanden werd België als zelfstandig
koninkrijk.
In 1848 stemde Willem II in met een nieuwe grondwet (Thorbecke, liberaal). Nederland was een parlementaire
democratie waarin ministers verantwoording moesten afleggen tegenover de Staten-Generaal. De politieke
macht lag vanaf 1848 bij de welgestelde burgerij. De liberalen verloren hun machtspositie en protestantse
antirevolutionairen, katholieken, en socialisten gingen zich politiek organiseren. Na de verkiezingen lag de
politieke macht meer bij de bescheiden burgerij. Ook arbeiders waren nu parlementair vertegenwoordigd.
Versterking nationaal gevoel in Nederland door:
- Bevrijding van de Napoleontische heerschappij
- Afscheiding van België
↳ Het versterkte het besef van een eigen nationaal karakter met als belangrijkste eigenschappen:
- Huiselijkheid
- Godsdienstigheid
- Vaderlandsliefde
- Vrijheidsverlangen
Er was een bloeiend nationalisme. “Grote vaderlanders” (= zeehelden en schilders uit de bewonderde
zeventiende eeuw bijvoorbeeld) werden geëerd met een standbeeld of park, en men ging er als vanzelfsprekend
vanuit dat er een band bestond tussen kunst en literatuur en nationale identiteit.
Vanaf 1870 kwam het imperialisme op. Europese landen streefden naar gebieds- en machtsuitbreidingen in de
koloniën, die geëxploiteerd werden vanwege de grondstoffen voor de industrie. Ze dienden ook als afzetgebied
voor de producten van de eigen industrie.
1.2 Nederland en de moderniteit
Belangrijke kenmerken van moderniteit:
De Europese en mondiale ontwikkelingen van
- Politieke bewustwording
- Natievorming
- Kolonialisme
- Imperialisme
- Toenemende secularisatie → De natuurwetenschappen met hun rationalisering namen
- Ontkerkelijking een steeds dominantere positie in.