1. Ethiek basisbegrippen
1.1. Inleiding
In dit hoofdstuk worden basistermen van het ethisch leren denken toegelicht als woorden, normen,
moraal, descriptieve- en normatieve ethiek.
1.2. Waarden en normen
Er zijn verschillende soorten waarden te onderscheiden:
Waarden
Economische waarden Kosten, welvaart
Wetenschappelijke waarden Waar, niet waar
Biologische waarden Leven, dood
Politieke waarden Populariteit, macht
Persoonlijke waarden Voorkeur, identiteit
Maatschappelijke waarden Democratie, cultuur
Esthetische waarden Schoon, lelijk
Ethische waarden Goed, kwaad
Ethiek richt zich op het onderscheid tussen goed en kwaad. Met deze tweedeling wordt niet
zondermeer bedoeld welk geluk of ongeluk ons kan overkomen, maar meer hoe wij voor zover
mogelijk fatsoenlijk met elkaar omgaan of in het leven staan. Een waarde in ethische zin houdt in feite
een nastrevenswaardige ervaring, doel of ideaal in die wij stellen.
Gedragsvoorschriften zoals de waarheid spreken en niet pesten worden normen genoemd, en zijn bij
nader inzien richtsnoeren voor onze waarden. Waarden zijn doelen en de normen zijn de
richtingwijzers naar die doelen.
Waarden (doelen) Normen (wegwijzers)
Gelijkheid Stemrecht
Rechtvaardigheid Gelijke kansen
Vrijheid Respect keuze individu
Broederschap Acceptatie naasten
Verschillende soorten normen bepalen onze opstelling als ouder, partner, werknemer en burger.
Relationele normen (microniveau)
- Zorg voor kind
- Trouw partner
- Uitwisseling intimiteiten
Beroepsnormen (micro, macro)
- Zwijgplicht
- Zorg voor kwaliteit
- Loyaliteit jegens collega’s
Publieke normen (macro)
- Recht op privacy
- Persvrijheid
- Openbaarheid van rechtspraak