Hoofdstukken 1, 2, 3, 5, 6 en 9
Hoofdstuk 1
1.1 Systeemkunde
Systeemkunde is een manier van denken. Systeemkunde is een hulpmiddel voor analyse
van (bedrijfs)processen en vervolgens voor het oplossen van knelpunten. Systeemkunde
zorgt voor het denken in productstromen en processen dat vermindert bijv. de
doorlooptijden en vergroot de flexibiliteit.
Er zijn steeds meer methoden in de bedrijfskunde, die verkocht worden als de oplossing
voor alle problemen. TQM(Total Quality Management) richt zich met name op de kwaliteit
waarbij het productieproces wordt gezien als één geïntegreerd systeem, waarbij iedere
volgende afdeling de ‘klant’ is van de voorgaande. Door de kwaliteitsverbetering zullen
de kosten dalen. Toch mislukt TQM vaak, omdat het zich op één aspect richt (kwaliteit),
als deze verbeterd zullen ook de andere aspecten verbeteren. Dit is een onjuiste
gedachte.
Logistiek en dan met name Supply Chain Management (SCM) richt zich op de
productstroom of op de orderstroom door het bedrijf. SCM heeft als doel:
- Doorlooptijd verkorten
- Voorraad verlagen
- Stroom vereenvoudigen door het aantal overgangen tussen afdelingen te
verminderen
- Leveringsbetrouwbaarheid vergroten
- Kosten verlagen
Maar SCM laat vaak onderdelen in de keten buiten beschouwing zoals het traject van
idee tot productontwerp en het in productie nemen.
Business Process Redesign (BPR) is een methode om met behulp van informatiesystemen
processen te analyseren en te vereenvoudigen om zo te komen tot een kortere
doorlooptijd, een betere beheersing en lagere kosten. Maar deze methode heeft niet of
nauwelijks aandacht voor de noodzakelijke regelkringen ter beheersing van de
processen.
Workflow Management is een hulpmiddel om de uitvoerende processen in een model
weer te geven en te analyseren. Ook hier ontbreken de noodzakelijke regelkringen ter
beheersing van de kwaliteit en de kwantiteit.
Al deze technieken gaan uit van het procesdenken en hebben daarmee een doorbraak in
het denken in (bedrijfs)processen veroorzaakt.
1.2 Systeem
Een systeem heeft een paar essentiële kenmerken, namelijk:
- Het wil een doel bereiken
- Het bevat een verzameling elementen
- Er bestaat een samenhang tussen die elementen
Elementen zijn de kleinste delen die de onderzoeker wil bekijken, gezien zijn doel.
Elementen kunnen zowel materieel (stoelen, mensen) als niet-materieel (dienst,
informatie) zijn. De opsomming van allee verschillende elementen in het systeem
noemen we de inhoud. Nu kunnen die elementen ook nog eigenschappen hebben. Dit
kan van alles zijn, fysieke, sociale etc. Nu is in de definitie van een systeem gesteld dat
de elementen relaties hebben. Dat betekent dat er een bepaalde samenhang tussen hen
is. De opsomming van alle relaties in een systeem noemen we de structuur. Als we de
relaties binnen het systeem bekijken, spreken we van de interne structuur. Als we de
relaties met de buitenwereld erbij betrekken, betreft het de externe structuur.
Spreken we van de buitenwereld ofwel van de totale werkelijkheid, dan noemen we dat
het universum.
1.3 Subsystemen en aspectsystemen
Een systeem bestaat uit elementen en relaties. Soms is het systeem te groot om in zijn
geheel te bestuderen en splitsen we het op in subsystemen.