Hoorcollege Week 5
Rechterlijke organisatie
Positie van een persoon in een orgaan in een staatsbestel:
1. Hoe komen die personen in dat orgaan terecht?
a. Wat is de verhouding met andere organen?
2. Wat zijn de taken van die persoon?
a. Wat mogen zij doen en wat mogen zij niet doen?
De klassieke machtenscheiding van Montesquieu (trias politica) wordt in Nederland niet
strikt aangehouden. Er is overlapping tussen de verschillende machten. De rechterlijke
macht is wel geprobeerd zoveel mogelijk te scheiden, vooral door rechtelijke
onafhankelijkheid.
Taak van de rechter
Klassieke opvatting
De rechter:
- Is onderdeel van het openbaar lichaam Staat
o Rechtspraak is niet gedecentraliseerd, maar hoort bij de centrale overheid
- Geldt daarbinnen als onafhankelijke en onpartijdige derde
- Die in een concreet geval vaststelt wat rechtens is
- En daaraan voor partijen de gevolgen verbindt die voortvloeien uit het recht
De rechter is gebonden aan het recht, maar staat in zekere zin los van de organen die het
recht gevormd hebben, omdat hij slechts het recht toepast.
Deze uitgangspunten sluit aan bij de Wet algemene bepalingen:
Art. 11: De regter moet volgens de wet regt spreken: hij mag in geen geval de innerlijke
waarde of billijkheid der wet beoordelen.
- De tweede zin betekent dat de rechter geen oordeel mag vellen over de wet. Hij mag
niet zijn eigen oordeel over wat recht zou moeten zijn meeneemt in zijn uitspraak.
Dit is een duidelijke scheiding met de wetgevende macht.
Art. 12: Geen regter mag bij wege van algemeene verordening, dispositie of reglement,
uitspraak doen in zaken welke aan zijne beslissing onderworpen zijn.
- Dit wil zeggen dat de rechter geen wetten mag maken. De uitspraak van de rechter
geldt alleen voor die concrete zaak.
o De werking van jurisprudentie heeft nu in de praktijk echter
precedentwerking. Volgens deze bepaling mag er dus afgeweken worden van
eerdere uitspraken. In die zin kan deze bepaling gezien worden als een laatste
redmiddel.
o Deze wet is nog steeds geldig recht.
Art. 13: De regter die weigert regt te spreken, onder voorwendsel van het stilzwijgen, de
duisterheid of de onvolledigheid der wet, kan uit hoofde van regtsweigering vervolgd
worden.
- De rechter moet rechtspreken. Hij moet een uitspraak doen.
- Art. 12 en 13 staan op gespannen voet met elkaar. Hij mag geen eigen regels maken,
maar als er geen regels zijn, moet hij wel uitspraak doen.
Rechterlijke organisatie
Positie van een persoon in een orgaan in een staatsbestel:
1. Hoe komen die personen in dat orgaan terecht?
a. Wat is de verhouding met andere organen?
2. Wat zijn de taken van die persoon?
a. Wat mogen zij doen en wat mogen zij niet doen?
De klassieke machtenscheiding van Montesquieu (trias politica) wordt in Nederland niet
strikt aangehouden. Er is overlapping tussen de verschillende machten. De rechterlijke
macht is wel geprobeerd zoveel mogelijk te scheiden, vooral door rechtelijke
onafhankelijkheid.
Taak van de rechter
Klassieke opvatting
De rechter:
- Is onderdeel van het openbaar lichaam Staat
o Rechtspraak is niet gedecentraliseerd, maar hoort bij de centrale overheid
- Geldt daarbinnen als onafhankelijke en onpartijdige derde
- Die in een concreet geval vaststelt wat rechtens is
- En daaraan voor partijen de gevolgen verbindt die voortvloeien uit het recht
De rechter is gebonden aan het recht, maar staat in zekere zin los van de organen die het
recht gevormd hebben, omdat hij slechts het recht toepast.
Deze uitgangspunten sluit aan bij de Wet algemene bepalingen:
Art. 11: De regter moet volgens de wet regt spreken: hij mag in geen geval de innerlijke
waarde of billijkheid der wet beoordelen.
- De tweede zin betekent dat de rechter geen oordeel mag vellen over de wet. Hij mag
niet zijn eigen oordeel over wat recht zou moeten zijn meeneemt in zijn uitspraak.
Dit is een duidelijke scheiding met de wetgevende macht.
Art. 12: Geen regter mag bij wege van algemeene verordening, dispositie of reglement,
uitspraak doen in zaken welke aan zijne beslissing onderworpen zijn.
- Dit wil zeggen dat de rechter geen wetten mag maken. De uitspraak van de rechter
geldt alleen voor die concrete zaak.
o De werking van jurisprudentie heeft nu in de praktijk echter
precedentwerking. Volgens deze bepaling mag er dus afgeweken worden van
eerdere uitspraken. In die zin kan deze bepaling gezien worden als een laatste
redmiddel.
o Deze wet is nog steeds geldig recht.
Art. 13: De regter die weigert regt te spreken, onder voorwendsel van het stilzwijgen, de
duisterheid of de onvolledigheid der wet, kan uit hoofde van regtsweigering vervolgd
worden.
- De rechter moet rechtspreken. Hij moet een uitspraak doen.
- Art. 12 en 13 staan op gespannen voet met elkaar. Hij mag geen eigen regels maken,
maar als er geen regels zijn, moet hij wel uitspraak doen.