Slide 1:
Kernobjecten bedrijfseconomie: kapitaal, bedrijf, klant
Kapitaal is de drijfmotor van het bedrijf.
Als de klant het product niet begrijpt/accepteert heeft het bedrijf een probleem.
Financiering: koppeling kapitaal en bedrijf
Accounting: geldstromen binnen organisatie
Management:
Marketing: interactie tussen klant en bedrijf.
Slide 2:
Marketing 1: interactie van bedrijf naar klant, hoe managet het bedrijf de klant.
Marketing 2: interactie van klant naar bedrijf, gedrag van mensen, werknemers, klanten maar specifiek over het gedrag van
de consument.
Klanten worden beïnvloed door rationeel denken maar ook door de omgeving waar zij zich in bevindt.
Slide 3:
We gaan bekijken naar wat we ervan weten. Connectie tussen persoon, omgeving en gedrag.
De grootte van een bord gebruiken wij als een maat om te kijken hoe groot een portie is. Grotere borden leidt er toe dat
mensen meer opscheppen.
Mannen zouden meer eten wanneer zij met een vrouw eten dan wanneer er geen vrouw bij is. Dit komt voort uit het
oerinstinct. Bewijzen dat je groot en sterk bent door extra te eten.
Bij kinderen werkt dit ook. Als er een grotere schaal wordt gebruikt zullen zij hier meer chips in doen en dit zien als een
‘normale portie’.
Slide 4:
Ook bij beleggen zijn we niet altijd rationeel denken bezig. We worden beïnvloed door kuddegedrag, emoties.
Bij een keuzeset wordt er vaak gekozen voor het veilige midden. Als men kan kiezen uit 1, 2 of 3 bolletjes zullen de meeste
kiezen voor 2 bolletjes. Op het moment dat men kan kiezen uit 1,2,3,4 of 5 bolletjes. Zal men voor 3 bolletjes kiezen.
Consumenten kopen meer wanneer ze betalen met pin dan met cash. Bij cash doe je fysiek afstand van iets
endownment effect. Van iets wat je hebt doe je moeilijk afstand van.
Gratis maakt ons vaak minder egoïstisch. Men wil een band wel voor niks verwisselen. Als je er 3 euro voor krijgt wil men
het minder snel doen. Er komen nieuwe associaties binnen. Door het benoemen van geld gaat men nadenken wat het
oplevert.
Één negatieve review weegt zwaarder dan 5 positieve.
Slide 5:
Dit verschijnsel wordt veroorzaakt door het opt-in en opt-out systeem. Bij de gele landen moet je aangeven ik wil donor
zijn. Bij de blauwe landen moet men aangeven wanneer je geen donor wil zijn. Dit wordt het Default effect genoemd.
Consistency: men stemt op Trump maar is het er niet mee eens. Men zegt dus dat hij het niet eens is met zijn eigen
stemgedrag. Dit wordt vaak ontweken. Men zal zeggen ‘Trump bedoelt dit niet zo’.
Slide 6:
Vrouwen studeren sneller dan mannen. Heeft te maken met mate van concentratie, competitie (stoer doen), andere focus.
Slide 8:
Omgeving heeft invloed op gedrag.
Slide 9+10:
Longetudiaal: op langere termijn gegevens tracken.
Choice: je moet als organisatie zijnde gaan kijken voor welk accountancy kantoor je kiest. Wat zijn de criteria om voor het
bedrijf te kiezen?