Orthopedagogiek
Hoorcollege 1
Wat is opvoeding?
Het lichamelijk en geestelijk grootbrengen (Van Dale). Dit is te eenzijdig, opvoeden bevat veel meer:
Niet alleen de opvoeder maar ook het kind neemt actief deel aan het opvoedingsproces. Er is altijd
sprake van een wederzijdse beïnvloeding. Het kind ontwikkeld zich vanuit een innerlijke drang, door
te oefenen en te leren. De opvoeder voedt op door zijn manier van ‘zijn’ en door hoe hij inspeelt op
het kind en zijn opvoedingsbehoeften. De inhoud van het proces is voortdurend aan verandering
onderhevig, onder andere afhankelijk van de ontwikkelingsfase waarin het kind zich bevindt. En niet
alleen het kind ontwikkelt zich daarbij, de opvoeders groeien in die ontwikkeling mee.
Opvoeding krijgt niet alleen vorm in een reeks doelgerichte en bewuste pedagogische handelingen
die leiden tot een bepaalde ontwikkeling bij het kind. Een belangrijk accent ligt juist bij de invloed
van de dagelijkse omgang met elkaar, de sfeer of de wijze waarop de opvoeder ‘voorleeft’ wat hij
belangrijk vindt.
Volgens Kok is opvoeden ‘het in relatie staan van opvoeder(s) en opvoedeling(en), waarin de opvoeder zich
als persoon, als zijn wijze van mens-zijn presenteert, een klimaat creëert dat persoonlijkheidsgroei bevordert
en leefsituaties zo hanteert dat deze optimale kansen bieden voor zelfontplooiing’ (Kok, 2005, p.36/37). Niet
gericht op een (opvoed)doel, maar op kwaliteit.
Kok ziet opvoeden als ‘een samen op weg zijn, zonder het waarheen te kennen’. In plaats van te spreken
over het doel van opvoeden, heeft hij het over een ‘perspectief’. Hij maakt daarbij onderscheid tussen:
Het opvoedersperspectief. ‘hoop en verwachting op een toekomst, waar vervuld gaat worden wat er
nog niet is, ook nog niet gekend is, maar wat gewenst en gehoopt wordt’.
Het kindperspectief. ‘datgene wat “sluimerend in het jonge kind” aanwezig is, en in de loop van de
ontwikkeling steeds gaat “ontwaken”’.
De relatie is volgens Kok de basis van het opvoedingsproces; zonder relatie is opvoeden niet mogelijk.
Functioneel en intentioneel proces
Functioneel: continue onderlinge betrokkenheid van de deelnemers aan het opvoedproces. Van
Sprang: geborgenheid, veiligheid en een uitnodigende (leer)omgeving als basis voor de
zelfontplooiing van een kind.
Intentioneel: doelgericht invloed uitoefenen. Over het algemeen betreft het hier ‘kleine doelen’
binnen het opvoedingsproces, zoals je kamer opruimen, luisteren naar elkaar, op tijd op school zijn.
Kok: groeiend kindperspectief bij afnemend opvoedperspectief.
Basis opvoeding
Primair sociaal worden.
Afhankelijk van beschikbaarheid en reacties opvoeders.