Uitwerking Algemene Rechtswetenschap: Overeenkomstenrecht
Hoofdstuk 8 Overeenkomstenrecht blz. 275 t/m 318
8.1 De obligatoire overeenkomst blz. 276, schema blz. 279
De belangrijkste categorie overeenkomsten wordt gevormd door de obligatoire of
verbintenisscheppende overeenkomst. Dat is de overeenkomst waarbij partijen een of meer
verbintenissen doen ontstaan. Art. 6:213 BW geeft de volgende definitie van de obligatoire
of verbintenisscheppende overeenkomst: ‘Een overeenkomst in de zin van deze titel is een
meerzijdige rechtshandeling, waarbij een of meer partijen jegens een of meer andere een
verbintenis aangaan.’ Een voorbeeld van een obligatoire overeenkomst is de
arbeidsovereenkomst. Obligatoire overeenkomsten kunnen op de volgende drie manieren
worden onderscheiden.
8.1.1 Wederkerige en eenzijdige overeenkomsten
Een obligatoire overeenkomst kan wederkerig of eenzijdig zijn. Uit een wederkerige
overeenkomst vloeien tussen partijen over en weer verplichtingen ofwel verbintenissen
voort. ‘Een overeenkomst is wederkerig, indien elk van beide partijen een verbintenis op
zich neemt ter verkrijging van de prestatie waartoe de wederpartij zich daartegenover
jegens haar verbindt’ (art. 6:261 lid 1 BW). De meeste overeenkomsten doen bij elk van
beide partijen een verplichting ontstaan en zijn dus wederkerig, bijvoorbeeld een
koopovereenkomst, huurovereenkomst, arbeidsovereenkomst en ruilovereenkomst. Een
eenzijdige overeenkomst daarentegen roept slechts één verbintenis, één verplichting in het
leven. Het belangrijkste voorbeeld is de schenkingsovereenkomst. Deze kent alleen aan de
zijde van de schenker de verplichting het geschonken goed over te dragen. Voor de
begiftigde staat daar geen juridische verplichting tegenover. Hoewel de wetgever de
schenking ook als eenzijdige rechtshandeling had kunnen kwalificeren (net als het
testament) heeft hij toch gekozen voor de vorm van een overeenkomst (meerzijdige
rechtshandeling). De toestemming van de begiftigde is eveneens vereist. De schenking is dus
pas rechtsgeldig tot stand gekomen als het aanbod door de wederpartij is aanvaard. Het
onderscheid tussen eenzijdige en wederkerige overeenkomsten is van belang, omdat alleen
bij wederkerige overeenkomsten de crediteur een opschortingsrecht en een recht op
ontbinding van de overeenkomst heeft voor het geval de wederpartij haar verplichtingen
niet nakomt.
8.1.2 Benoemde en onbenoemde overeenkomsten
Benoemde overeenkomsten zijn de obligatoire overeenkomsten die in de wet nader zijn
geregeld. Voorbeelden zijn koop, aanneming van werk, pacht, schenking en ruil. Zij zijn alle
in het BW te vinden. Onbenoemde overeenkomsten zijn niet nader in de wet geregeld, ze
zijn niet ‘door de wet benoemd’. Op de onbenoemde overeenkomst zijn alleen de algemene
bepalingen inzake overeenkomsten in boek 6 BW (te beginnen met art. 6:213 BW) van
toepassing. Voorbeelden zijn een pensioenovereenkomst en een lease-overeenkomst.
Hoofdstuk 8 Overeenkomstenrecht blz. 275 t/m 318
8.1 De obligatoire overeenkomst blz. 276, schema blz. 279
De belangrijkste categorie overeenkomsten wordt gevormd door de obligatoire of
verbintenisscheppende overeenkomst. Dat is de overeenkomst waarbij partijen een of meer
verbintenissen doen ontstaan. Art. 6:213 BW geeft de volgende definitie van de obligatoire
of verbintenisscheppende overeenkomst: ‘Een overeenkomst in de zin van deze titel is een
meerzijdige rechtshandeling, waarbij een of meer partijen jegens een of meer andere een
verbintenis aangaan.’ Een voorbeeld van een obligatoire overeenkomst is de
arbeidsovereenkomst. Obligatoire overeenkomsten kunnen op de volgende drie manieren
worden onderscheiden.
8.1.1 Wederkerige en eenzijdige overeenkomsten
Een obligatoire overeenkomst kan wederkerig of eenzijdig zijn. Uit een wederkerige
overeenkomst vloeien tussen partijen over en weer verplichtingen ofwel verbintenissen
voort. ‘Een overeenkomst is wederkerig, indien elk van beide partijen een verbintenis op
zich neemt ter verkrijging van de prestatie waartoe de wederpartij zich daartegenover
jegens haar verbindt’ (art. 6:261 lid 1 BW). De meeste overeenkomsten doen bij elk van
beide partijen een verplichting ontstaan en zijn dus wederkerig, bijvoorbeeld een
koopovereenkomst, huurovereenkomst, arbeidsovereenkomst en ruilovereenkomst. Een
eenzijdige overeenkomst daarentegen roept slechts één verbintenis, één verplichting in het
leven. Het belangrijkste voorbeeld is de schenkingsovereenkomst. Deze kent alleen aan de
zijde van de schenker de verplichting het geschonken goed over te dragen. Voor de
begiftigde staat daar geen juridische verplichting tegenover. Hoewel de wetgever de
schenking ook als eenzijdige rechtshandeling had kunnen kwalificeren (net als het
testament) heeft hij toch gekozen voor de vorm van een overeenkomst (meerzijdige
rechtshandeling). De toestemming van de begiftigde is eveneens vereist. De schenking is dus
pas rechtsgeldig tot stand gekomen als het aanbod door de wederpartij is aanvaard. Het
onderscheid tussen eenzijdige en wederkerige overeenkomsten is van belang, omdat alleen
bij wederkerige overeenkomsten de crediteur een opschortingsrecht en een recht op
ontbinding van de overeenkomst heeft voor het geval de wederpartij haar verplichtingen
niet nakomt.
8.1.2 Benoemde en onbenoemde overeenkomsten
Benoemde overeenkomsten zijn de obligatoire overeenkomsten die in de wet nader zijn
geregeld. Voorbeelden zijn koop, aanneming van werk, pacht, schenking en ruil. Zij zijn alle
in het BW te vinden. Onbenoemde overeenkomsten zijn niet nader in de wet geregeld, ze
zijn niet ‘door de wet benoemd’. Op de onbenoemde overeenkomst zijn alleen de algemene
bepalingen inzake overeenkomsten in boek 6 BW (te beginnen met art. 6:213 BW) van
toepassing. Voorbeelden zijn een pensioenovereenkomst en een lease-overeenkomst.