Vennootschapsbelasting
Binnenlandse belastingplichtigen
Binnenlandse belastingplichtigen zijn in Nederland gevestigd (feitelijke vestigingsplaats),
tenzij een lichaam naar Nederlands recht is opgericht (art 2 lid 4 VPB). Lichamen die als
binnenlandse belastingplichtige worden genoemd zijn: nv, bv, open cv (art. 2 lid 1
onderdeel a VPB), coöperaties en verenigingen op coöperatieve grondslag (onderdeel b),
onderlinge waarborgmaatschappijen en verenigingen die op onderlinge grondslag als
verzekeraar of kredietinstelling optreden (onderdeel c), woningcoöperaties (onderdeel d),
hiervoor niet genoemde verenigingen en andere dan publiekrechtelijke rechtspersonen,
indien en voorover zij een onderneming drijven (onderdeel e; in concurrentie treden met
“echte” ondernemingen; art. 4 VPB), fondsen voor gemene rekening (onderdeel f; open
beleggingsfondsen; art. 2 lid 2 VPB), bepaalde ondernemingen van publiekrechtelijke
rechtspersonen (onderdeel g; direct overheidslichaam; art. 2 lid 3 VPB; indirect
overheidslichaam; art. 2 lid 7 VPB)
Buitenlandse belastingplichtigen
In het buitenland gevestigd en er wordt een Nederlands inkomen genoten (art. 17 lid 3
VPB). Het gaat hier om verenigingen en andere rechtspersonen indien en voorzover zij
een onderneming drijven, open cv's en andere niet rechtspersoonlijkheid bezittende
vennootschappen met in aandelen verdeeld kapitaal (AG, GmbH) en doelvermogens
(fondsen) (art. 3 lid 1 VPB). Er moet sprake zijn van een vaste inrichting die geschikt is om
als zelfstandige onderneming te functioneren of een vaste vertegenwoordiger die op basis
van volmacht juridisch bindende contracten aangaat.
Vrijgesteld van belastingheffing (art. 5 VPB)
-Natuurschoonlichamen die als doel hebben in stand houden van landerijen (onderdeel a)
-Pensioenlichamen die ten doel hebben het verzekeren van pensioenen en VUT-
regelingen (onderdeel b)
-Ziekenhuizen, bejaardenhuizen, opvangtehuizen en kredietverstrekkers aan economisch
zwakke groepen van de bevolking (onderdeel c)
-Landbouwbedrijven, onderlinge verzekeraars en uitvaartverzekeraars, op voorwaarde dat
het streven naar winst van bijkomstige betekenis is (onderdeel d)
-Ziekenhuisverplegingsfondsen en ziektekostenverzekeringsmaatschappijen, voor zover
zij geen winst beogen (onderdeel e)
-Uitvoeringsinstanties van wettelijke sociale verzekeringen (onderdeel f)
Verenigingen en stichtingen (art. 6 VPB)
Verenigingen en stichtingen zijn vrijgesteld van belastingplicht als de winst niet meer dan
€15.000 per jaar bedraagt of €75.000 de afgelopen 4 jaar. Verenigingen en stichtingen die
een maatschappelijk of sociaal belang nastreven mogen de winst verminderen met de
minimumloonkosten van vrijwilligers (art. 9 lid 1 onderdeel h VPB).
Vrijgestelde beleggingsinstellingen zijn vrijgesteld van vennootschapsbelasting als zij een
nv of open beleggingsfonds zijn, het als beleggingsinstelling wordt aangemerkt, de enige
taak het beleggen van gelden of andere goederen is, uitsluitend belegt wordt in financiële
instrumenten, deelnemers in de VBI moeten voldoen aan het collectiviteitsvereiste, het
beginsel van risicospreiding moet worden toegepast en op verzoek van aandeelhouders
moeten aandelen direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald. (art. 6a VPB)
Tarief (art. 22 VPB)
Winst van €200.000 of minder: 20%
Winst boven de €200.000: 25%
Binnenlandse belastingplichtigen
Binnenlandse belastingplichtigen zijn in Nederland gevestigd (feitelijke vestigingsplaats),
tenzij een lichaam naar Nederlands recht is opgericht (art 2 lid 4 VPB). Lichamen die als
binnenlandse belastingplichtige worden genoemd zijn: nv, bv, open cv (art. 2 lid 1
onderdeel a VPB), coöperaties en verenigingen op coöperatieve grondslag (onderdeel b),
onderlinge waarborgmaatschappijen en verenigingen die op onderlinge grondslag als
verzekeraar of kredietinstelling optreden (onderdeel c), woningcoöperaties (onderdeel d),
hiervoor niet genoemde verenigingen en andere dan publiekrechtelijke rechtspersonen,
indien en voorover zij een onderneming drijven (onderdeel e; in concurrentie treden met
“echte” ondernemingen; art. 4 VPB), fondsen voor gemene rekening (onderdeel f; open
beleggingsfondsen; art. 2 lid 2 VPB), bepaalde ondernemingen van publiekrechtelijke
rechtspersonen (onderdeel g; direct overheidslichaam; art. 2 lid 3 VPB; indirect
overheidslichaam; art. 2 lid 7 VPB)
Buitenlandse belastingplichtigen
In het buitenland gevestigd en er wordt een Nederlands inkomen genoten (art. 17 lid 3
VPB). Het gaat hier om verenigingen en andere rechtspersonen indien en voorzover zij
een onderneming drijven, open cv's en andere niet rechtspersoonlijkheid bezittende
vennootschappen met in aandelen verdeeld kapitaal (AG, GmbH) en doelvermogens
(fondsen) (art. 3 lid 1 VPB). Er moet sprake zijn van een vaste inrichting die geschikt is om
als zelfstandige onderneming te functioneren of een vaste vertegenwoordiger die op basis
van volmacht juridisch bindende contracten aangaat.
Vrijgesteld van belastingheffing (art. 5 VPB)
-Natuurschoonlichamen die als doel hebben in stand houden van landerijen (onderdeel a)
-Pensioenlichamen die ten doel hebben het verzekeren van pensioenen en VUT-
regelingen (onderdeel b)
-Ziekenhuizen, bejaardenhuizen, opvangtehuizen en kredietverstrekkers aan economisch
zwakke groepen van de bevolking (onderdeel c)
-Landbouwbedrijven, onderlinge verzekeraars en uitvaartverzekeraars, op voorwaarde dat
het streven naar winst van bijkomstige betekenis is (onderdeel d)
-Ziekenhuisverplegingsfondsen en ziektekostenverzekeringsmaatschappijen, voor zover
zij geen winst beogen (onderdeel e)
-Uitvoeringsinstanties van wettelijke sociale verzekeringen (onderdeel f)
Verenigingen en stichtingen (art. 6 VPB)
Verenigingen en stichtingen zijn vrijgesteld van belastingplicht als de winst niet meer dan
€15.000 per jaar bedraagt of €75.000 de afgelopen 4 jaar. Verenigingen en stichtingen die
een maatschappelijk of sociaal belang nastreven mogen de winst verminderen met de
minimumloonkosten van vrijwilligers (art. 9 lid 1 onderdeel h VPB).
Vrijgestelde beleggingsinstellingen zijn vrijgesteld van vennootschapsbelasting als zij een
nv of open beleggingsfonds zijn, het als beleggingsinstelling wordt aangemerkt, de enige
taak het beleggen van gelden of andere goederen is, uitsluitend belegt wordt in financiële
instrumenten, deelnemers in de VBI moeten voldoen aan het collectiviteitsvereiste, het
beginsel van risicospreiding moet worden toegepast en op verzoek van aandeelhouders
moeten aandelen direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald. (art. 6a VPB)
Tarief (art. 22 VPB)
Winst van €200.000 of minder: 20%
Winst boven de €200.000: 25%