,1. Koppel de juiste begrippen met elkaar
a. Nominaal Man/vrouw
b. Ordinaal Gewicht
c. Interval Temperatuur
d. Ratio Klein, middel, groot
2. Zet de volgende termen in de juiste volgrode van bewijskracht. 1 is het beste.
a. Systematic review
b. Mening van deskundigen
c. RCT
d. Niet experimentele studies
e. CCT
3. Welke van onderstaande stelling is onjuist?
a. Oedeemgrepen pas je toe bij oedeem waarbij er geen delle indrukbaar is
maar geen rek in de huid is.
b. Fibrosegrepen pas je toe bij oedeem waarbij er geen delle indrukbaar is en
ook geen rek in de huid
c. Intensieve MLD grepen pas je toe bij oedeem waarbij er een delle indrukbaar
d. is en rek in de huid te verkrijgen is.
4. Oedeemgrepen en fibrosegrepen hebben naast het doel weefselvloeistof naar
proximaal te verplaatsen en de typerende consistentie te versoepelen ook het
doel om de lymfevasomotoriek te stimuleren.
a. Juist
b. Onjuist
5. Welk van onderstaande beweringen passen niet bij PAV?
a. Pijn tijdens het lopen
b. In de nacht pijn
c. Pijnvermindering als benen afhangen
d. Pijnvermindering als de benen omhoog liggen
6. Hoeveel druk mag je geven bij ACT arteriële problematiek?
a. <10 mmHg
b. <20 mmHg
c. <40-60 mmHg
d. <60 mmHg
7. Het grootste gedeelte van de rechter bovenkwadrant voert af naar de sternale
knopen
a. Juist
b. Onjuist
8. Precollectoren en collectoren bevatten allebei kleppen
a. Juist
b. Onjuist
9. De tractus horizontalis en tractus verticalis zijn voorbeelden van het diepe
lymfesysteem.
a. Juist
b. Onjuist
, 10. Welke drie antwoorden horen bij het animale zenuwstelsel
a. Somatisch
b. Autonoom
c. Vegetatieve
d. Viscerale
e. Onwillekeurige
f. Willekeurige
g. Afferente en efferente banen
11. Somatisch is met betrekking tot het lichaam, visceraal is met betrekking tot de
ingewanden
a. Juist
b. Onjuist
12. Hoe worden de langzame, dunne vezels genoemd zonder myeline
a. A-vezels
b. C-vezels
13. A-delta vezels reageren alleen op mechanische of thermische beschadiging
a. Juist
b. Onjuist
14. Verbind de juist combinaties
a. Primaire pijn A delta-vezels
b. Secundaire pijn C-vezels
15. Welke van onderstaande twee stoffen spelen de belangrijkste rol bij
pijnprikkels?
a. Prostaglandine
b. Serotonine
c. Bradykinine
d. Histamine
16. De dunne vezels openen de sluis, vergemakkelijkt de overdracht
a. Juist
b. Onjuist
17. Een voordeel van LDI is dat je kan kijken hoe diep de brandwond is zonder de
patiënt aan te raken
a. Juist
b. Onjuist
18. Koppel de juiste antwoorden met elkaar
a. Blepharoplastiek Neuscorrectie
b. Otoplastiek Oorschelpcorrectie
c. Rethinoplastiek Ooglidcorrectie
19. Versajet is een methode om 2e of 3e graads brandwonden te behandelen
a. Juist
b. Onjuist
20. Een prothese via de methode submusculair geeft minder risico op
kapselvorming
a. Juist
b. Onjuist