Les 1: Huisvesting als managementopgave
boek huisvestingsmanagement hoofdstuk 1 t/m 3
Huisvesting is een bedrijfsmiddel. Ander soorten bedrijfsmiddelen: geld, personeel, kennis,
technologie e.d. Huisvesting is vaak de grootste kostenpost van een organisatie, daarom
hoort deze ook bij de bedrijfsmiddelen.
De visie, missie en organisatiestrategie hebben invloed op de huisvesting. Daarnaast hebben
ook de bedrijfsactiviteiten invloed op de huisvesting; het primaire en de ondersteunende
processen.
Huisvesting schept de ruimtelijk-fysieke condities (wat hebben we nodig). Daarbij is het
belangrijk om te weten welke doelen er nagestreefd worden.
Huisvesting en FM voegt waarde toe aan de organisatie.
Als bedrijf is het van belang om waarde toe te voegen, maar hoe bereik je dit met
huisvesting?
1. Kosten verlagen samenvoegingen, efficiëntere inrichting, concept wijzigen
2. Productie verhogen fijne werkomgeving
3. Flexibiliteit vergroten
4. Risico beheersen
5. Financieringsmogelijkheden vergroten
6. Cultuur verbeteren
7. Imago verbeteren uiterlijk wat het primaire proces weerspiegelt, duurzaamheid
8. Tevredenheid vergroten
9. Innovatie stimuleren
10. Werven van medewerkers denk aan kantoor van Google
Aan welke voorwaarden moet worden voldaan om effectief te sturen op waardetoevoeging
voor vastgoed?
De doelen van de organisatie moeten één zijn en vertaald worden in de huisvesting
Kennis moet aanwezig zijn, denk aan de bouwkennis en de kosten (inclusief
afschrijvingen). De processen moeten in beeld zijn (primair en secundair)
Database aanwezig zijn en de juiste dingen doen met deze gegevens (het
huisvestingsportfolio)
multidisciplinair werken, afstemmen met de gebruikers, de bedrijfsmiddelen e.d.
Huisvesting (als strategisch bedrijfsmiddel) verdient structurele, professionele
managementaandacht door de kenmerken van het vastgoed:
- Kapitaal is zeer intensief
- Lange planningshorizon van plan tot uitwerking (bij nieuwbouw) kost erg veel tijd.
De processen moeten hier erg duidelijk zijn. Daarbij is de huisvesting vaak voor lange
termijn in gebruik (met uitzondering van huur)
- Dynamisch/statisch. Wanneer de bouw er staat, is het vast (statisch). De vraag is
meestal dynamisch.