Samenvatting H10 GA
Materialiteit
Omvang wordt bepaald door gebruikers van JR.
Materialiteit kent kwantitatieve (bedrag van afwijking) en kwalitatieve dimensie (aard van afwijking).
Is bedrag lager dan bedrag van materialiteit, dan is afwijking niet materieel.
AC moet bij planning van controle en evaluatie van effect van afwijkingen, materialiteit in overweging
nemen. Bedrag hoeft niet beide keren hetzelfde te zijn, doordat tijdens controle andere inzichten naar voren
kunnen komen.
AC beoordeelt materialiteit op niveau van jaarrekening als geheel en op beweringsniveau. Voor sommige
posten in JR kan materialiteit tevens worden beïnvloed door wettelijke en andere voorschriften, zoals
belastingafdrachten of subsidieafrekeningen. Bij financieringsovk kunnen bijzondere voorwaarden zijn, zoals
minimumeisen voor solvabiliteit en andere ratio’s.
Geen kwantitatieve maatstaven in NV COS.
NV COS 320 stelt dat AC materialiteit in overweging moet nemen bij:
- Bepalen van aard, tijdfasering en omvang van uit te voeren controlewerkzaamheden
- Evalueren van effect van afwijkingen
Materialiteit voor financiële overzichten als geheel
In planningsfase overweegt AC de materialiteit voor JR als geheel, ook wel materialiteit voor financiële
overzichten als geheel of jaarrekeningtolerantie. Inschatting op beweringsniveau helpt hem bij beslissingen
omtrent vraag welke posten hij zal onderzoek en of hij gebruik zal maken van cijferanalyses/steekproeven.
Toegestane afwijking in vorm van geldbedrag. Voor bepaling maakt AC vaak gebruik van JR voorgaande jaar,
begroting, tussentijdse cijfers en jaareindeschattingen.
Materialiteit voor financiële overzichten als geheel kan worden bepaald in relatie tot balanstelling, EV,
resultaat, winst voor of na belasting of omvang van omzet. Belangrijkste referentiepunten: cashflow en
resultaat. Los bedrag van winst niet van belang, wel structurele cijfer.
Bij incidentele resultaten afwijken naar normatieve criteria. Die kunnen worden afgeleid uit normaal
gewenste rendementen op vermogen of resultaat in bedrijfstak.
JR-rubriek met grootste inherente onnauwkeurigheid is in belangrijke mate medebepalend voor bepaling
van materialiteit.
Uitvoeringsmaterialiteit
Wordt vastgesteld om kans dat geheel van niet-gecorrigeerde en niet-ontdekte afwijkingen in overzichten
van materialiteit voor financiële overzichten als geheel overstijgt, tot passend laag niveau terug te brengen.
Hierbij rekening worden gehouden dat afwijkingen die in vorige JR niet zijn gecorrigeerd, kunnen
doorwerken in de te controleren JR.
Uitvoeringsmaterialiteit lager ingeschat dan materialiteit voor JR als geheel, om veiligheidsmarge in te
bouwen. Veiligheidsmarge leidt tot meer maatregelen dan noodzakelijk, waardoor kans op niet-ontdekte
materiële afwijkingen wordt verkleind.
Individuele materialiteiten niet hoger dan algemene materialiteit.
Afwijkingen die tijdens controle worden ontdekt, moeten worden onderzocht op aard en oorzaak. Ook moet
worden vastgelegd of afwijking van materieel belang zijn.
Bij evaluatie van afwijkingen komen aan orde de aard van afwijkingen, schattingsverschillen, onderscheid in
bekende en onbekende afwijkingen, opstelling van afwijkingen en conclusie en controleverklaring.