Algemene leerdoelen
1. een project definiëren incl. (SMART) doel en projectresultaat.
2. de fasering van een project uitleggen.
3. de projectorganisatie en -documentatie inrichten.
4. een budget voor een project bepalen.
5. een planning voor een project maken.
6. een project uitvoeren.
7. samenwerken in een projectteam.
8. een project afronden.
Specifieke leerdoelen
1. de verschillende manieren van werken benoemen.
2. uitleggen wanneer een opdracht ook echt een project is.
3. de methode van Projectmatig Werken uitleggen.
4. een startnotitie opstellen.
5. de SMART regels toepassen.
6. het verschil tussen een projectdoel en een projectresultaat benoemen.
7. een project in fasen verdelen.
8. een beschrijving geven van een stuurgroep.
9. uitleggen wat er in elke projectfase gebeurt.
10. benoemen hoe je een projectorganisatie inricht.
11. aangeven wat een zuiver draagvlak is bij een project.
12. uitleggen hoe je een project met behulp van de beheers aspecten beheerst.
13. het projectbudget bepalen.
14. een activiteitenlijst opstellen.
15. uitleggen wat een tijdlijn is.
16. het nut van een netwerkplanning uitleggen.
17. een balkenplanning maken.
18. verklaren waarom een planning nodig is om de voortgang van een project te bewaken.
19. een beschrijving van de Belbin teamrollen geven.
20. uitleggen wat het belang van aandacht voor karaktereigenschappen in een project team is.
21. de Belbin teamrollen bij teamleden en bij jezelf vaststellen.
22. uitleggen waarom borging belangrijk is.
23. uitleggen wat borging van de methodiek is.
24. het belang van commitment aan de kernposities benoemen.
25. een project evalueren en afronden.
1. een project definiëren incl. (SMART) doel en projectresultaat.
2. de fasering van een project uitleggen.
3. de projectorganisatie en -documentatie inrichten.
4. een budget voor een project bepalen.
5. een planning voor een project maken.
6. een project uitvoeren.
7. samenwerken in een projectteam.
8. een project afronden.
Specifieke leerdoelen
1. de verschillende manieren van werken benoemen.
2. uitleggen wanneer een opdracht ook echt een project is.
3. de methode van Projectmatig Werken uitleggen.
4. een startnotitie opstellen.
5. de SMART regels toepassen.
6. het verschil tussen een projectdoel en een projectresultaat benoemen.
7. een project in fasen verdelen.
8. een beschrijving geven van een stuurgroep.
9. uitleggen wat er in elke projectfase gebeurt.
10. benoemen hoe je een projectorganisatie inricht.
11. aangeven wat een zuiver draagvlak is bij een project.
12. uitleggen hoe je een project met behulp van de beheers aspecten beheerst.
13. het projectbudget bepalen.
14. een activiteitenlijst opstellen.
15. uitleggen wat een tijdlijn is.
16. het nut van een netwerkplanning uitleggen.
17. een balkenplanning maken.
18. verklaren waarom een planning nodig is om de voortgang van een project te bewaken.
19. een beschrijving van de Belbin teamrollen geven.
20. uitleggen wat het belang van aandacht voor karaktereigenschappen in een project team is.
21. de Belbin teamrollen bij teamleden en bij jezelf vaststellen.
22. uitleggen waarom borging belangrijk is.
23. uitleggen wat borging van de methodiek is.
24. het belang van commitment aan de kernposities benoemen.
25. een project evalueren en afronden.