Transportrecht
14 pagina’s samenvatting
14 pagina’s uitgewerkte opdrachten en casussen
pag. 1
,Inhoudsopgave
1. Algemeen................................................................................................................... 3
1.1. Wat is recht? ................................................................................................................. 3
1.2. Rechtsbronnen .............................................................................................................. 3
1.3. Belangrijke personen ..................................................................................................... 4
1.4. Vervoersovereenkomst .................................................................................................. 4
1.5. Stappenplan voor een casus ........................................................................................... 5
1.6. Retentierecht ................................................................................................................ 5
2. Wegvervoer ............................................................................................................... 5
2.1. Verschillende verdragen ................................................................................................ 5
2.1. Toepasbaarheid CMR (artikel 1 CMR-verdrag) ................................................................ 5
2.2. Vrachtbrief .................................................................................................................... 6
2.3. Aansprakelijkheid vervoerder bij CMR ............................................................................ 6
2.4. Aansprakelijkheid vervoerder bij AVC ............................................................................ 6
3. Expediteur ................................................................................................................. 7
3.1. Toepasselijkheid FENEX-voorwaarden ............................................................................ 7
3.2. Verplichtingen opdrachtgever ........................................................................................ 7
3.3. Arbitrage (Fenex), Artikel 23: ......................................................................................... 8
3.4. Wat kan een expediteur regelen: ................................................................................... 8
3.5. Wat zijn verplichtingen van een expediteur? .................................................................. 8
4. Zeevervoer ................................................................................................................. 9
4.1. Algemeen ...................................................................................................................... 9
4.2. Rechtsbetrekkingen ....................................................................................................... 9
4.3. Cognossement (Bill of Lading) ...................................................................................... 10
4.4. Speciale bedingingen in het cognossement ................................................................... 11
4.5. Hague Visby Rules (HVR) .............................................................................................. 11
5. Binnenvaart ............................................................................................................. 12
5.1. Binnenvaart, CMNI ...................................................................................................... 12
6. Luchtrecht ................................................................................................................ 13
6.1. Verdrag van Montreal .................................................................................................. 13
7. Multimodaal transport ............................................................................................. 13
7.1. Stappenplan ................................................................................................................ 14
7.2. Nederlands recht ......................................................................................................... 14
8. Opdrachten/casussen............................................................................................... 15
1.1 Opdracht Impex (blz.121) ............................................................................................. 15
1.2 Opdracht op pagina 128 ............................................................................................... 16
1.3 Opdracht op pagina 124 – De Wit Transport ................................................................. 16
1.4 Casus in de les – Aansprakelijkheid wegvervoerder ...................................................... 17
1.5 Casus blz. 123 Kersenpuree .......................................................................................... 18
1.6 Casus blz.123 Italië ...................................................................................................... 19
1.7 Casus blz. 123 Doorbreking .......................................................................................... 20
1.8 Casus in de les – Kamerman Transport B.V. .................................................................. 21
1.9 Vragen bij blz.132 ........................................................................................................ 22
1.10 Vragen bij bladzijde 126 ............................................................................................... 22
1.11 Casus van powerpoint week 6 ...................................................................................... 23
1.12 Proeftoets (modulewijzer) ........................................................................................... 24
pag. 1
,1. Algemeen
1.1. Wat is recht?
• Privaatrecht = tussen twee partijen (bijv. overheid/onderneming) overeenkomst, familie- en
personenrecht. De overheid is hierbij niet altijd een partij.
o De producten zijn geleverd door een vervoerder maar de importeur betaalt niet.
o Beide partijen zijn gelijk.
• Publiekrecht = de overheid is altijd de dominante partij
o Voorbeeld: de overheid wil een stuk grond innemen van een onderneming
o De overheid is niet gelijk aan de andere partij, de overheid staat hoger
• Aanvullendrecht = bij aanvullende regelingen mag je van de overeenkomst afwijken
o Er staat een aanvulling op het recht
• Dwingendrecht = je mag bij deze bepalingen niet van de overeenkomsten afwijken
1.2. Rechtsbronnen
In volgorde van voorrang, hogere rechtsbron gaat voor lagere rechtsbron
1. Verdragen (zoals CMNI, CMR etc.)
2. Wetboek (artikel 8 BW)
3. Jurisprudentie = verzameling van alle rechtelijke uitspraken, die worden gebruikt als
voorbeelden voor vervolgzaken (ook internationale zaken)
4. Gewoonterecht = regels die uit de praktijk komen
Welke verdragen bij welke modaliteit?
Modaliteit Boek 8 BW (nationaal vervoer) Verdrag (internationaal vervoer)
Zeevervoer Artikel 8:370 BW e.v. Hague-Visby Rules
Hamburg Rules
(Rotterdam Rules)
Binnenvaart Artikel 8:889 BW e.v. CMNI
Wegvervoer Artikel 8:1080 BW e.v. CMR-verdrag
AVC
Spoorvervoer Artikel 8:1550 BW e.v. COTIF
Luchtrecht Artikel 8:1350 BW e.v. Verdrag van Montreal
Gecombineerd vervoer Artikel 8:40 BW e.v. -
Expediteur Artikel 8:60 BW e.v. -
Fenex-condities
Rechters hoeven naar niemand te luisteren (discretionaire bevoegdheid), dat zorgt voor:
- Onafhankelijkheid
- Onpartijdigheid
Degene met wie jij een contractuele relatie hebt, is
aansprakelijk
In beginsel is … aansprakelijk, tenzij
^ belangrijkste zin, altijd gebruiken in je antwoorden
pag. 1
, 1.3. Belangrijke personen
• Vervoerder: degene die het vervoer van goederen overeenkomt en op zich neemt (hij vervoert
niet noodzakelijk zelf)
o Ook de “papieren vervoerder” valt onder deze definitie (wie is de papieren vervoerder).
Dit kan de hoofdvervoerder zijn (die het vervoer uitbesteedt)
• Afzender: contractuele wederpartij van de vervoerder
• Geadresseerde: degene die goederen in ontvangst mag nemen
• Rechthebbende: degene die het recht heeft op de lading
1.4. Vervoersovereenkomst
Vervoersovereenkomst: de overeenkomst waarbij de ene partij (de vervoerder) zich tegenover de
andere partij (de afzender) verbindt de zaken te vervoeren (artikel 8:20 BW) → alle modaliteiten
Als vervoerder heb je resultaatverbintenis op grond van (o.g.v.) je vervoersovereenkomst
• Artikel 8:21 en 8:22 BW → Verplichtingen vervoerder
o In dezelfde staat, zonder vertraging, afleveren zoals hij de zaken ontvangen heeft op de
juiste locatie
o Resultaatverbintenis (in dezelfde staat, van de goede locatie naar de goede locatie, op
de afgesproken tijd) of inspanningsverbintenis (ik ga mijn best doen)
• Artikel 8:23 BW → Vervoerdersovermacht
o Omstandigheden die een zorgvuldig vervoerder niet heeft kunnen vermijden en de
gevolgen niet heeft kunnen verhinderen
De incoterms vormen een onderdeel tussen de overeenkomst van de ladingbelanghebbenden
• Leveringsvoorwaarden
• Risico, kosten transport en levering
Incoterms is een internationale standaard over de rechten en plichten van de koper en de verkoper
bij internationaal transport van goederen, ontwikkeld en gepubliceerd door de International
Chamber of Commerce (ICC)
De vervoerder kan beroep doen op:
- Overmacht (artikel 8:23 BW/artikel 17 lid 2 CMR-verdrag)
- Bevrijdende omstandigheden, bijzondere gevaren (artikel…)
o Geen overmacht, maar vervoerder toch niet aansprakelijk (omdat bijzondere
gevaren)
o Voorbeeld bij wegvervoer → als in de vrachtbrief en overeenkomst staat dat de
vervoerder in een open voertuig kan vervoeren, is de schade bij deze regen
bijzondere gevaren. De vervoerder is in dit geval niet aansprakelijk
Verweer ladingbelanghebbende
• Bevrijdende oorzaak was niet onvermijdelijk (oorlog, torpedo, ander gebied)
• Gevolgen bevrijdende oorzaak waren wel te verhinderen (brand aan boord, te weinig blussers)
• Naast bevrijdende oorzaak nog een andere oorzaak (slecht verpakte lading wordt door
vervoerder ruw behandeld)
pag. 1