Computational Thinking (CT) = vertegenwoordigd een universeel inzetbare instelling en vaardigheden voor
iedereen, niet alleen computer wetenschappers, dienen te popelen om te leren en te gebruiken.
Doelen:
• Definitie voor het concept van CT
o Programma’s zijn ontworpen om problemen op te lossen.
o Hoe computer wetenschappers denken en de wijze waarop zij redeneren.
• Introduceren van het onderscheid tussen een analoge en digitale representaties van data
o Analoge data gaat steeds een stukje van verloren, digitale data is een bestand waar geen
verlies van data kan plaats vinden.
o Dergelijke continu verandering wordt analoog genoemd (naalden, snelheidsmeter)
o In een digitaal systeem zijn er geen oneindig aantal mogelijkheden. In plaats van daarvan
hebben digitale systemen beperkte keuzes (geen naalden, digitale klok) (blz. 15)
• Onderzoeken naar de oorsprong van mechanische berekeningen (computer – telraam)
o Eerste telraam 5e eeuw voor Christus, oudste schriftelijke beschrijving 13e eeuw na Christus
o Telraam kan elk moment 1 data opslaan, laptop miljarden stukjes data.
o Representatie treedt op elke keer dat data van het ene systeem bedoeld is om iets te
modelleren
o Moderne computer ontworpen om problemen op te lossen; real-world informatie bevatten
o Mogelijkheid om berekeningen uit te voeren
o Eerste rekenmachines uitgevonden door wiskundigen
o Eerste programmeerbare machine was de weefgetouw
• Onderzoek naar de belangrijkste historische gebeurtenissen die hebben bijgedragen aan de
uitvinden van moderne computer hardware en software
o Hardware: Napier’s bones, Pascaline en Leibniz calculator (mechanische rekenmachine op
draaiwielen)
o Software: Jacquard Loom en Analytical Engine
• Uitleg geven van de opgeslagen programma concepten die een rol hebben gespeelt in de
uitvoering van software en de manipulatie van data
o Door manipulatie van data ziet het er gebruiksvriendelijker uit omdat het veel geavanceerder
is dan dat het lijkt
• Om de fundamentele onderdelen en kernmerken van een moderne computer te
introduceren
o 3 eigenschappen definitie moderne computer:
§ Elektronisch en niet uitsluitend mechanisch
§ Moet digitaal en niet analoog zijn
§ Moet gebruik maken van opgeslagen programma-concept
o Elke moderne computer moet minstens 1 van de volgende ‘middelen’ hebben:
§ Invoerapparaat (Input device)
§ Uitvoerapparaat (Output device)
§ Geheugen
§ Bewerker (processor)
• Het uitleggen van de wet van Moore en de impact ervan
o Voorspelling dat het aantal productiemogelijkheden in een dichte geïntegreerde schakeling
ongeveer elke 18 maanden verdubbelt (IC-board)
o Meer dan 40 jaar verbazingwekkend nauwkeuring; uitleg waarom computers zo klein zijn
geworden dat ze nu ingebed zijn in talloze apparaten (horloges/MP3-spelers)
o Bijwerking: naarmate er meer componenten worden samengetrokken tot dezelfde
geïntegreerde schakeling ruimte, elektriciteit reist een kortere afstand = circuit gaat sneller
o Kan ook gebruikt worden om te verklaren waarom computers in snelheid en capaciteit
ongeveer 1000 maal zijn toegenomen in de afgelopen 15 jaar