Thema 4, 5 en 6
Thema 4
H15
Atherosclerose: aderverkalking.
Atriële trombose: een bloeding in de vaatwand omdat er een scheuring in de plaques optreedt.
Embolie: stukjes plaque laten los en komen verder in de slagader vast te zitten.
Aneurysma: hierbij ontstaat er een scheur in de intima. Het bloed loopt dat onder de intima, de
media. De aterie verbreedt zich als een soort zak en de vaatwand word kwetsbaar. (aorta)
Te beïnvloeden: * Roken * Overgewicht * Stress * Gebrek aan beveiliging
* Roken * Suikerziekte * Hoge bloeddruk * De pil * Alcoholmisbruik
Niet te beïnvloeden: * Geslacht * Leeftijd * Erfelijkheid
Vaten in benen aangetast perifeer vaatlijden
Vaten in hartspier aangetast coronair lijden
Angina pectoris (pijn op de borst): signaal van het lichaam dat iets niet in orde is.
Behandelingen angina pectoris: * Hartkatheterisatie * Dotteren * Bypassoperatie
* Medicijnen tabletjes (isosorbidedinitraat) of sprays (nitroglycerine) voor onder te tong.
* Antistollingsmiddelen trombosedienst is verantwoordelijk voor het instellen, controleren en
begeleiden van zorgvragers die orale antistollingsmiddelen gebruiken. (zorgt ervoor dat het bloed
dunner wordt)
* Aanpassen leefstijl (roken) * Voeding (vette producten vermijden)
Hartinfarct (myocardinfarct): er kan geen bloed meer naar het hart door een vernauwing in het
bloedvat. Symptomen: beklemmende en drukkende pijn op de borst, uitstralende pijn naar
onderkaak, armen of rug, angstgevoelens, shockverschijnselen, benauwdheid, tintelend gevoel in
hand of vingers.
Na ontslag in het ziekenhuis gebruikt een patiënt die een hartinfarct heeft gehad:
* Antistollingsmiddelen
* Digoxine: het vergroot de samentrekkingskracht van het hart waardoor het hartritme rustiger
word.
* Bètablokkers: verlagen de hartslag en verminderen zuurstofbehoefte van het hart. Ze verlagen de
bloeddruk. Ze blokkeren de bètareceptoren die onder meer op de cellen van het hart zitten.
Hierdoor kunnen stresshormonen hun werk niet meer doen.
* Pijnstillers: verlaagt de pijn daardoor de stress bij de zorgvrager. Hartslag word verlaagd en het
hart heeft daarom minder zuurstof nodig.
* Diurectica: zorgen voor een verhoogde uitscheiding van natrium en water via de urine.
* Vaatverwijders: RAS-remmers zijn vaatverwijders. Ze verlagen de bloeddruk door het bloedvat
aan de uiteinden van het lichaam te verwijderen.
* RAS-remmers (ACE-remmers en angiotensine II-antagonisten)
* Cholesterolverlagende medicijnen: statines worden het meest voorgeschreven. Ze remmen de
aanmaak van cholesterol in de lever en zorgen voor een verlaging van het cholesterolgehalte.
Hartritmestoornissen: de samentrekking van de boezems is niet meer goed afgesteld op de
samentrekking van de kamers. Het geleidingssysteem van het hart functioneert niet meer goed.
Symptomen: hartkloppingen, transpireren, misselijkheid tijdens een aanval)
* Boezemfibrilleren of atriumfibrilleren: De sinusknoop functioneert niet meer goed. Er ontstaat
een willekeurig ritme in de boezems van het hart. Het gevolg is een onregelmatige hartslag. De
pompfunctie vermindert ook. Er kunnen eventueel stolsels ontstaan en losschieten. Dan kan er
een embolie optreden.
* Hartblok: er is sprake van een ernstige stoornis in de impulsgeleiding vanuit de atrioventriculaire
knoop (AV-knoop). AV-knoop is vertraagd (eerstegraads), AV laat minder impulsen door
(tweedegraads), AV-knoop laat geen impulsen meer door (derdegraads).
* Ventrikelfibrilleren: kamerfibrilleren. Ongecoördineerd samentrekken van alle spiervezels in de
ventrikel of kamer. Er is geen circulatie van bloed meer. De pompwerking van het hart komt tot
stilstand en hartmassage is direct nodig.
Onderzoek: ECG
Pacemaker: is een klein doosje met daaraan een of twee lange draden, de pacemaker elektroden.