People in Groups
1
, Vraag 1: Wat is het verschil of overeenkomst tussen excitation transfer en missatributie?
A. Bij beide is er sprake van een verkeerde interpretatie van de arousal.
B. Bij beide is er sprake van een versterking van de tweede arousal.
C. Bij misattributie is er sprake van een verkeerde interpretatie, bij excitation transfer is er
sprake van een versterking van de tweede arousal.
D. Bij excitation transfer is er sprake van een verkeerde interpratie, bij misinterpretatie is
er sprake van een versterking van de tweede arousal.
Vraag 2: Voor en na het rijden van een achtbaan kregen mensen een foto te zien van een
persoon. De personen die de foto na de achtbaan zagen vonden dat de persoon op de foto:
A. Minder aantrekkelijk was dan voor de achtbaan.
B. Aantrekkelijker was dan voor de achtbaan.
C. Zowel voor en na de achtbaan even aantrekkelijk.
D. Geen van de bovenstaande antwoorden.
Vraag 3: Hoe verloopt de bewustwording van dreiging volgens de James-Lange theorie?
A. Beer (prikkel) Opwinding (lichamelijke reactie) Angst (ervaring).
B. Beer (prikkel) Angst (lichamelijke reactie) Opwinding (ervaring).
C. Beer (prikkel) Angst (ervaring).
D. Beer (prikkel) Opwinding (lichamelijke reactie).
Vraag 4: Wat is een postieve factor voor hulp en wat is een negatieve factor voor hulp?
A. Positieve factor is social responsibility en een negatieve factor is bekend iemand.
B. Positieve factor is self-efficacy en een negatieve factor is audience inhibition.
C. Positieve factor is negatieve stemming en een negatieve factor is positieve stemming.
D. Positieve factor is lange nadenktijd en negatieve factor is korte nadenktijd.
Vraag 5: Wanneer mensen in een conflict situatie zitten, waar meerdere mensen aanwezig zijn
wordt er (1)… ingegrepen. Dit komt onder andere doordat (2)…. Vul de twee stipjes in:
A. (1) Sneller, (2) De verantwoordelijkheid om te helpen minder wordt.
B. (1) Minder snel, (2) De verantwoordelijk om te helpen meer wordt.
C. (1) Sneller, (2) De potentiele schuld voor het niet-helpen minder wordt.
D. (1) Minder snel, (2) De potentiele schuld voor het niet-helpen minder wordt.
Vraag 6: Wat is de invloed van een groep bekenden op hulpgedrag en waarom?
A. Je helpt sneller, het is mogelijk dat er schaamte komt bij het niet-helpen als je de mensen
weer gaat zien.
B. Je helpt sneller, je wil stoer overkomen tegenover je vrienden.
C. Je helpt minder snel, actie ondernemen onder vrienden, verslechterd de sociale
samenhang in de groep.
D. Het heeft geen effect, hulp gedrag wordt niet beïnvloed door de mensen om je heen.
2