§1. STRALINGSBALANS VAN DE AARDE
De zon is de belangrijkste energiebron voor de aarde. De straling die de aarde ontvangt, wordt door
de atmosfeer en het aardoppervlak verwerkt en uiteindelijk weer terug naar het heelal gestaald.
Kortgolvige straling = de inkomende zonnestraling, de energie binnen de straling wordt heel
compact vervoerd. De atmosfeer is te dun om dit soort straling goed te kunnen absorberen. Het
aardoppervlak wordt echter wel goed opgewarmd en straalt daardoor zijn beurt ook weer straling
uit.
Langgolvige straling = de straling die het aardoppervlak uitstraalt, de energie binnen de straling
wordt minder compact vervoerd. Het aardoppervlak straalt veel meer langgolvige straling uit dan het
kortgolvige straling ontvangt. Dit komt doordat het aardoppervlak naast kortgolvige straling ook heel
veel langgolvige straling ontvangt door het broeikaseffect.
Stralingsbalans
100 eenheden inkomende zonnestraling
31 eenheden zonnestraling worden meteen terug gekaatst (albedo effect)
o Via stofdeeltjes (3)
o Via wolken (19)
o Via het aardoppervlak (9)
20 eenheden worden door de geabsorbeerd
49 kortgolvige eenheden bereiken het aardoppervlak
95 eenheden bereiken het aardoppervlak via het broeikaseffect
114 eenheden straalt het aardoppervlak uit
o 12 eenheden verlaten aardoppervlak direct
o 102 eenheden worden geabsorbeerd door de atmosfeer
95 eenheden daarvan worden terug gestraald
De 30 over gebleven eenheden worden omgezet
o in latente energie (23): water dat verdampt
o in voelbare warmte (7): direct voelbaar als warmte en geen stralingsvorm meer
57 eenheden worden als langgolvige straling naar het heelal uitgestraald
De 100 inkomende eenheden kortgolvige straling worden verwerkt en worden uiteindelijk als 31
eenheden kortgolvige straling en 69 eenheden langgolvige straling teruggegeven aan het heelal. Dit
evenwicht heet een dynamisch evenwicht, omdat het gemiddeld een evenwicht is.
Broeikaseffect= het absorberen van langgolvige straling door de atmosfeer belangrijk voor het
klimaat op aarde. Het pompt als het ware de warmte rond voordat het weer verloren gaat in het
heelal. Zonder broeikaseffect zou het veel te koud zijn op aarde.
atmosfeer:
78% stikstof
21% zuurstof
1% overig: waterdamp methaan en koolstof dioxide (belangrijk voor broeikas effect)
Versterkt broeikaseffect = het deel van het broeikaseffect dat wordt veroorzaakt door uitstoot van
broeikasgassen (koolstofdioxide)
Niet overal op aarde is het even warm:
, Als de zonnestralen loodrecht op de aarde vallen is het warmer omdat ze maar een klein
oppervlak hoeven te verwarmen
Als de zon lager aan de hemel staat is het kouder omdat de zonnestralen schuin invallen
moet de zon een groot oppervlak verwarmen
In de bergen is de lucht ijler (dunner) hierdoor:
Verbrand je sneller: de lucht beschermd je minder tegen de invallende zonnestralen
Het is kouder: er is een minder sterk broeikaseffect