Samenvatting Marketing 2: Consumentengedrag
Stof voor tussentoets 1: hoofdstuk 2-6
Hoofdstuk 2: Motivation, Ability and Opportunity
Motivatie wordt beïnvloed door:
- Persoonlijke relevantie (zelfconcept, waardes, needs, doelen en zelfcontrole)
- Perceived risico
- Deelse inconsistentie met de houding
Ability (vaardigheid) wordt beïnvloed door:
- Financiële, cognitieve, emotionele, psychische, sociale en culturele resources
- Opleiding en leeftijd
Mogelijkheid (opportunity) wordt beïnvloed door:
- Tijd
- Afleidingen
- Complexiteit, hoeveelheid, herhaling en controle van informatie
Er zijn verschillende types van involvement:
1. Enduring betrokkenheid: je hebt interesse in een aanbieding of activiteit voor een langere
periode.
Bijvoorbeeld: autoliefhebbers die naar shows en tentoonstellingen gaan etc.
2. Situationele (tijdelijke) betrokkenheid: dit bestaat als je voor een kortere periode in een
activiteit of aanbieding geïnteresseerd bent. Bijvoorbeeld mensen die een nieuwe auto
willen kopen, zullen zich ook in dit proces gaan verdiepen. Zodra ze een auto hebben zullen
ze dit niet meer doen. Echte autoliefhebbers verdiepen zich ook in het proces als het
eigenlijk niet nodig is (als ze geen nieuwe auto nodig hebben).
3. Cognitieve betrokkenheid: de consument is geïnteresseerd in denken aan en verwerken van
informatie dat te maken heeft met zijn doel. Het doel gaat ook over het leren over de
aanbieding.
4. Affectieve betrokkenheid: de consument is bereid om emotionele energie te gebruiken voor
een activiteit. Een voorbeeld is luisteren naar muziek (want je emoties kunnen erdoor
worden beïnvloed).
5. Response involvement: het proces waarbij je een keuze maakt tussen bijvoorbeeld
verschillende merken.
Voor marketing managers is het belangrijk om te weten wat de motivatie van een consument is om
een product wel of niet te kopen. Zodra ze dat weten kunnen ze er op inspelen, om de verkopen van
hun product te verhogen. Zoals hierboven als is vermeld wordt motivatie bepaald door persoonlijke
relevantie, consistentie met zelfconcept, waardes, behoeftes, doelen, emoties en zelfcontrole, risico
en/of consistentie met de eigen houding.
Persoonlijke relevantie =
Dit houdt in of een product een directe en significante implicatie op je leven heeft. Een voorbeeld is
als de batterij van je telefoon kan ontploffen als die te heet wordt, kan je dat persoonlijk belangrijk
vinden. Verder zijn carrières, relaties, auto’s, appartement/huis, kleren en hobby’s ook persoonlijk
relevant.