Bestuursrecht heeft betrekking op relaties tussen de overheid (bestuursorgaan) en burgers
(belanghebbenden).
Plaatsing binnen het recht
Het bestuursrecht kun je indelen in: nationaal (privaatrecht, publiekrecht à straf- en staatsrecht &
bestuursrecht) en internationaal recht.
Functies van het bestuursrecht
Instrumentele functie; geeft de overheid de bevoegdheden om het algemeen belang te behartigen &
zijn publieke taak te vervullen (subsidies, uitkeringen toekennen).
Waarborgfunctie; geeft burgers bescherming tegen de overheid (tegen onrechtvaardigheid à
rechtsbescherming).
Normerende functie; geeft regels voor de uitoefening van bevoegdheden van het bestuur.
Algemeen & bijzonder bestuursrecht
Algemeen bestuursrecht:
- Algemene regels voor alle terreinen van het bestuursrecht
- (Voornamelijk) opgenomen in de Awb à algemene regels/richtlijnen.
- Vindplaats in de wettenbundel; IX Bestuurs-/procesrecht
Bijzonder bestuursrecht:
- Bestuursrechtelijke regels voor specifieke rechtsgebieden.
- Bijvoorbeeld: Vreemdelingenwet, Milieuwet, Mededingingswet, Wet bescherming
persoonsgegevens.
- Vindplaats in wettenbundel; X Bijzonder bestuursrecht.
Annotatie: Hierin ligt de auteur toe wat er in de zak is gebeurd en legt hij uit wat het belang van de
uitspraak is.
Hoofdstuk 2
Tranches: delen van de Awb. De Awb komt namelijk niet als één geheel tot stand.
Tussentijdse wijzigingen: zorgen ervoor dat kleinere praktische problemen worden opgelost, de Awb
wordt aangepast aan een nieuwe Europese regel.
Systeem & inhoud Awb:
Doelstellingen Awb
1. Het bevorderen van eenheid binnen de bestuursrechtelijke wetgeving.
2. Het systematiseren en vereenvoudigen van de bestuursrechtelijke wetgeving.
3. Het codificeren van ontwikkelingen die zich in de bestuursrechtelijke jurisprudentie hebben
afgetekend.
4. Het treffen van voorzieningen ten aanzien van onderwerpen die zich naar hun aard niet in
bijzondere wet lenen.
De gelaagde structuur: ‘van algemeen naar bijzonder’
De gedefinieerde begrippen staan in hoofdstuk 1
Hoofdstuk 6: Algemene bepalingen over bezwaar en beroep
Hoofdstuk 7: Bijzondere bepalingen over bezwaar en administratief beroep
Hoofdstuk 8: Bijzondere bepalingen over beroep bij de rechtbank à 8:1 Awb.
, De Awb is van groot belang gebleken voor de uniformering van het bestuursrecht. Hierdoor wijken
alleen maar noodzakelijke situaties af van de Awb. Dit zorgt er ook voor dat gemeenteraden,
provincies etc. geen afwijkende regels gaan maken.
Categorieën Awb-regels:
Dwingend recht: behoort zonder uitzondering voor het gehele bestuursrecht te gelden. Er is geen
mogelijkheid om ervan af te wijken. Lagere regelgevers kunnen dus ook niet afwijken!
Regelend recht: in bepaalde gevallen kan er worden afgeweken van de regels. Dit komt voor bij
bijzondere gevallen. Je kunt dit recht herkennen aan de volgende formulering; ‘tenzij bij wettelijk
voorschrift anders is bepaald’.
Lagere regelgevers mogen óók afwijken van bepaalde regels!!
Aanvullend recht: wanneer het niet mogelijk is een algemene regel toe te passen, kan er een
aanvullende regeling worden toegepast (je past dan algemeen toe i.p.v. bijzonder).
Hoe herken je aanvullend recht?
In de zin ‘een beschikking dient te worden gegeven binnen de bij wettelijk voorschrift’, art. 4:13
Awb. Met ‘wettelijk voorschrift’ verwijzen ze u eerst naar de bijzondere regelgeving, als je niks kan
vinden lees je verder in dit artikel.
Facultatief recht: dit recht geldt niet, tenzij een bestuursorgaan bepaalt/besluit dat het wél moet
worden gevolgd. à Optioneel recht is het dus. Art. 3:10 Awb is een voorbeeld.
Hoofdstuk 3
De decentraliseerde overheid weet wat er leeft bij de burger en in de maatschappij. Een nadeel
hiervan is dat een democratische controle problematisch kan zijn. Bv. een bestuursorgaan kan niet
worden gedwongen om politieke verantwoording af te leggen aan een ander orgaan.
Territoriale decentralisatie: naast regering en parlement, zijn er organen die voor een bepaald
territorium een algemene bevoegdheid hebben gekregen (voor het nemen van beslissingen). à
Denk aan de gemeente (College van B&W, gemeenteraad).
Functionele decentralisatie: een bestuursorgaan die bevoegd is om beslissingen te nemen voor
enkele in de wet omschreven terreinen. à Bv. UWV.
Een mengvorm van territoriale en functionele decentralisatie zijn de waterschappen. Ze zijn namelijk
binnen een bepaald territoriaal gebied specifiek belast met waterstaatkundige verzorging.
Openbaar lichaam: aantal organen dat gezamenlijk een gemeenschapsverband vormt.
à De Staat, Provincie en gemeente. Daarnaast hebben ze ook een onderscheid in het bestuur,
namelijk het algemeen (provinciale staten) - en dagelijks bestuur (college van gedupeerde staten).
Functionele openbare lichamen: beroepsgroepen met een eigen orde of instituut, zoals de
Nederlandse Orde van Advocaten die zijn belast met een regelgevende bevoegdheid.
De organen van deze openbare lichamen kunnen dan eenzijdig regels stellen.
Rechtssubjecten kun je onderverdelen in:
- Natuurlijke persoon: burger, ambtenaar.
- Rechtspersoon: geeft het recht om binnen het privaatrecht rechtshandelingen te verrichten. à
Publiekrechtelijk: openbare lichamen met een overheidstaak. Zij zijn drager van vermogensrechten,
bv. eigendom. Art. 2:1 lid 1 BW & Privaatrechtelijk, art. 2:2 en 3 BW.
- Entiteiten: kent geen rechtspersoonlijkheid:
Publiekrechtelijk (bestuursorgaan)
Privaatrechtelijk (maatschap van bv. Advocaten)
Een rechtspersoon kan géén publiekrechtelijke bevoegdheden (rechtshandelingen) uitoefenen. Een
rechtspersoon moet worden vertegenwoordigd door bestuursorganen.