Werkwoorden die aan het Engels ontleend zijn, kortweg Engelse leenwerkwoorden, spel je op
dezelfde manier als Nederlandse zwakke werkwoorden. Een paar voorbeelden:
Ik-vorm (+ -t) Ik-vorm + -te(n) of -de(n)
Hele werkwoord Ik-vorm Tegenwoordige tijd Verleden tijd Voltooid deelwoord
Ik zapte
Ik zap
zappen zap Jij zapte gezapt
Jij zapt
Wij zapten
Ik savede
Ik save
saven save Jij savede gesaved
Jij savet
Wij saveden
Ik racete
Ik race
racen race Jij racete geracet
Jij racet
Wij raceten
Ik downloadde
Ik download
downloaden download Jij downloadde gedownload
Jij downloadt
Wij downloadden
Er zijn twee dingen waar je op moet letten:
1. Laat de Engelse uitgangs-e staan, als je anders uitspraakproblemen krijgt:
saven: ik save – jij savet, ik savede, ik heb gesaved
timen: ik time – jij timet, ik timede, ik heb getimed
deleten: ik delete – jij deletet, ik deletete, ik heb gedeletet
2a. Engelse leenwerkwoorden die je op zijn Nederlands uitspreekt, krijgen geen dubbele
medeklinker:
grillen: ik gril – jij grilt, ik grilde, ik heb gegrild (net als bij het Nederlandse werkwoord bellen)
2b. Als Engelse leenwerkwoorden op zijn Engels worden uitgesproken, krijgen ze wel een dubbele
medeklinker:
paintballen: ik paintball – jij paintballt, ik paintballde, ik heb gepaintballd
appen: ik app – jij appt, ik appte, ik heb geappt
Nog een paar voorbeelden (het Engelse leenwerkwoord is onderstreept):
Cecile facebookt tot diep in de nacht. (facebooken: 'k' voor -en, dus ik-vorm + -t)
Waarom e-mailde je me gisteren niet direct? (e-mailen: 'l' voor -en, dus ik-vorm + -de)
Amira is als eerste gefinisht. (finishen: 'sh' (s-klank) voor -en, dus ge- + ik-vorm + -t)