De infinitief van een werkwoord wordt ook wel het hele werkwoord genoemd.
Je schrijft de infinitief zoals het werkwoord in het woordenboek staat. Deze vorm is onbepaald wat
persoon, getal en tijd betreft. De infinitief eindigt meestal op -en, in enkele gevallen op -n.
Hij zou graag haar nieuwe scooter zien.
Ik zal vrijdag meegaan naar de tandarts.
Teun moet zijn studieschuld nog afbetalen.
Ze wil daar niet aan denken.
Het regengebied zal morgen de kust bereiken.
Kun je mijn telefoon even vasthouden?
De vlogger spoorde de voorbijgangers aan om te helpen.
Zij denken erover een bed en breakfast te beginnen.
Zij is van plan haar hele generatie te vertegenwoordigen.
Fietsen die tegen het huis staan, zullen verwijderd worden.
Hij had drie kaarten voor het concert weten te bemachtigen.
De apothekersassistent stond op haar tenen om te kunnen zien wat er in de la lag.
Hij gaat morgen het hele huis opruimen en stofzuigen.
Als we het samen doen, is het sneller klaar.
Hij wilde zich geen problemen op de hals halen.
Solderen en lassen zijn manieren om metalen delen met elkaar te verbinden.
Beloven jullie voor het donker de fietsen in de schuur te zetten?