De directe rede is de letterlijke weergave van iemands woorden. In zinnen in de indirecte
rede worden iemands woorden niet letterlijk vermeld en in een bijzin weergegeven.
Directe rede: Toen zei Eslem tegen me: “Ik wil je nooit meer zien.”
Indirecte rede: Toen zei Eslem tegen me dat ze me nooit meer wilde zien.
Directe rede: “Zal ik je naar huis brengen?”, vroeg hij verlegen.
Indirecte rede: Hij vroeg verlegen of hij haar naar huis mocht brengen.
Soms wordt een combinatie van het voorzetsel 'van' en de indirecte rede gebruikt na werkwoorden
(of uitdrukkingen) die 'zeggen' of 'menen' betekenen. In verzorgd Nederlands kan de indirecte rede
beter niet op deze manier gebruikt worden.
Hieronder zijn de eerste zinnen foutief. De zinnen moeten steeds vervangen worden door een
directe rede.
Hij zegt van we hebben een geheel nieuw aanbod gekregen. (fout)
Hij zegt: "We hebben een geheel nieuw aanbod gekregen." (goed)
De voorzitter zei van we moeten hiermee ophouden. (fout)
De voorzitter zei: "We moeten hiermee ophouden." (goed)
Probeer als punker maar eens een disco binnen te gaan, dan denken ze meteen van die slaat de boel
hier kort en klein. (fout)
Probeer als punker maar eens een disco binnen te gaan, dan denken ze meteen: die slaat de boel
hier kort en klein. (goed)
Ik dacht van die minister mag nu wel eens aftreden. (fout)
Ik dacht: die minister mag nu wel eens aftreden. (goed)